Leraren snappen hoogbegaafde kinderen niet

Alexander Minnaert (hoogleraar orthopedagogiek en klinische onderwijskunde in Groningen), zoekt in opdracht van de NWO uit hoe excellente leerlingen, tieners die tot de beste 5% van het vwo behoren, beter begeleid kunnen worden door hun leraren. “Want nu vallen nog veel te veel leerlingen uit. Dat is absolute kapitaalvernietiging”, zegt Minnaert. NWO heeft €1,8 miljoen uitgetrokken voor acht onderzoeken naar de stimulering van bovengemiddeld intelligente kinderen. Eén op de twee hoogbegaafde studenten haalt zijn middelbareschooldiploma niet. Dat komt doordat ze onderpresteren of doordat ze niet gemotiveerd zijn. Minnaert: “Dat onderpresteren begint al in de kleutertijd. Deze kinderen hebben een andere manier van denken. Zij stellen andere vragen en de juf geeft daar geen antwoord op. Daardoor denken ze na een tijdje: ik vraag maar niks meer. Sommige kinderen raken heel teruggetrokken, daar heb je nauwelijks last van. De ander wordt een stoorzender en vraagt op een negatieve manier de aandacht van de leraar”. Volgens Minnaert zoeken veel excellente kinderen een uitlaatklep buiten school. Zo kunnen ze zich helemaal storten op een sport, kunst of muziek. Minnaert denkt dat onderwijzers beter opgeleid moeten worden. “Kijk naar Finland. Ze scoren daar niet voor niets heel hoog met hun onderwijs: leraren hebben niet alleen een lesbevoegdheid, ze hebben ook een universitaire opleiding gedaan. Daardoor hebben ze een voorsprong op de leraren hier. Ze kunnen ook de heel slimme kinderen goed begeleiden omdat ze het vak gewoonweg beter beheersen. Belangrijk is om toptalenten niet meer van hetzelfde te geven. “Een leraar zegt snel: maak nog maar een rijtje van die sommen . Daar heeft een slim kind niks aan. Wat ook niet werkt, volgens Minnaert: “Slimme kinderen komen waarschijnlijk op een andere manier tot een goed antwoord. Maar een docent zegt dan: Hoe jij het doet, staat niet in mijn boek. Funest voor het talent van het kind, denkt Minnaert. “Je ontneemt kinderen zo de warme kant van het leren. Het is dan niet meer leuk”. (Bron: Algemeen Dagblad, blz. 11)

Spot uit, licht aan. Zicht op hoogbegaafdheid

Graag wil ik je laten weten dat De Baak als eerste opleidingsinstituut aandacht gaat besteden aan hoogbegaafd talent en het aansturen daarvan. Misschien heb je zelf belangstelling, of anders ken je mensen die meer uit hun hoogbegaafde medewerkers willen halen?

Intelligentie hebben we hard nodig om de huidige crisis te overwinnen. Met hoogbegaafd talent maak je dat heel concreet. Hoe je de diverse groep van hoogbegaafden effectief kunt gebruiken, is nog een nieuw terrein. Hoe ga je met deze multidisciplinaire out-of-the-boxdenkers om? Wat is hun praktische waarde, hoe mobiliseer je ze en hoe stuur je ze aan? Hoe ontdek je ze?

De Baak heeft drie voorlopers op dit gebied gevraagd hun kennis en inzichten met u te delen tijdens drie avondseminars: Willem de Boer, Frans Corten en Rianne van de Ven.

Inhoud
In deze seminars behandelen wij:
– Wat is het verschil tussen klassieke toptalenten en hoogbegaafden?
– Hoe motiveer je hoogbegaafden en wat belemmert ze?
– Waar kan hoogbegaafd talent renderen en waar juist niet?

Een en ander wordt gelardeerd met voorbeelden uit de praktijk.

Wanneer
– dinsdag 20 november 2012: Herkennen van hoogbegaafd talent
– dinsdag 22 januari 2013: Aansturen van hoogbegaafd talent
– dinsdag 5 maart 2013: Hoogbegaafdheid en sociale innovatie

Waar
Landgoed de Horst te Driebergen.

Prijs: € 250 per avond
Mogelijkheid voor informeel diner (hoofdgerecht) om 17:45 uur voor € 18 extra (exclusief consumpties).

De avonden vormen samen een geheel maar zijn ook los te volgen. Passepartout voor drie avonden: € 700 incl. maaltijd

http://www.debaak.nl/events/spot-uit-licht-aan-zicht-op-hoogbegaafdheid

Passend onderwijs voor hoogbegaafden

Ik begin graag aan de basis en dat is de definitie van van Dale over leren.

1le·ren (werkwoord; leerde, heeft geleerd)

1 onderwijs geven; onderwijzen

2 vaardigheid in iets (laten) krijgen: al doende leert men

3 in het geheugen opnemen: een les leren

4 zich kennis of vaardigheid proberen eigen te maken; studeren: leren voor onderwijzer

Leren is dus, én onderwijzen én het zich eigen maken. Daar is duidelijk de interactie in te zien die kenmerkend is voor het leerproces. De leerkracht moet willen en kunnen onderwijzen en de leerling moet het zich eigen willen en kunnen maken. Of dit nu lesstof is of een vaardigheid, dat maakt niet uit.
In het reguliere onderwijs is bij deze interactie altijd de leerkracht degene die het initiatief heeft. De leerkracht bepaalt wat wanneer en hoe de lesstof of vaardigheid wordt onderwezen en de leerling volgt dat leerproces welke ook in tijd is vastgelegd.

Deze manier van leren werkt goed voor veel leerlingen. Tussen de 60 % en 80 % slaagt er redelijk tot optimaal in om lesstof zich eigen te maken en vaardigheden te ontwikkelen. Hierbij ligt het zwaartepunt van de interactie nog steeds bij de leerkracht maar er is een zekere terugkoppeling van de leerlingen.

Kijken we naar het speciaal onderwijs dan is het initiatief van het onderwijs sterk in handen van de leerkracht. Deze bepaalt in grote mate wat er gebeurt en wat er geleerd wordt. Hierbij is aan te halen de fout uit het verleden dat de leerkracht(=het onderwijs) de vraag beantwoordde wat zulke kinderen moesten leren en weten, terwijl nu veel meer naar de leerlingen wordt gekeken wat en hoe ze kunnen en willen leren. Een voorbeeld is het gebruik van de keuken. Vroeger werd erover gepraat, nu staat er een echte keuken in de klas en wordt alles voorgedaan en door de leerling gereproduceerd op hun snelheid en niveau. En dat werkt natuurlijk beter omdat de interactie dat leren heet, is hersteld.

Voor hoogbegaafde leerlingen is de interactie ook verstoord. Waarom is niet zozeer de vraag want de grote uitval onder deze groep maakt ons duidelijk dat de interactie, om tot leren te komen, nauwelijks bestaat. Ook in de speciale afdelingen voor deze leerlingen is de leerkracht nog steeds de eigenaar van het onderwijs en moet de leerling dat gekozen pad volgen. De problematiek vermindert natuurlijk door de aanwezigheid van peers en de extra zaken maar het feitelijke leren, voor een diploma, is nog steeds een initiatief van de leerkracht (lees onderwijs).

Gelet op de kenmerkenlijstjes die overal te vinden zijn en die te koppelen aan de organisatie van die interactie, leerkracht – leerling, kun je makkelijk afleiden dat die interactie op een veel betere manier vorm gegeven kan worden. Deze leerlingen zijn zelfstandig, leren makkelijk, hebben een goed geheugen, etc en hebben dus alles in huis om uitstekende leerlingen te worden. Het probleem is dat die interactievorm die kenmerken, niet honoreert. De normale interactievorm is dat van een volgzame leerling en een initiërende leerkracht.

Om die interactie optimaal te krijgen is het nodig dat de leerling het initiatief krijgt van diens onderwijs. Dan is de interactie, het leerproces te omschrijven als dat van een zelfstandige leerling en een volgzame leerkracht. En gelet op de kenmerkenlijstjes is zulk een benadering van de leerling passend voor hoogbegaafde leerlingen.

In de praktijk betekent dit nogal wat en daarvoor is toestemming nodig van het onderwijsveld en het ministerie. Het betekent onder anderen dat de leerling bepaalt welke lesstof of vaardigheid aan bod is. De leerling bepaalt ook de snelheid en de leerling laat zien wat hij weet en kan, en gaat van daaruit op eigen tempo verder. Dit in tegenstelling tot het onderwijsmotto, alleen wat ik de leerling heb vertelt of voorgedaan weet de leerling ook. Dit is overigens in extreme vorm het initiatief leggen bij de leerkracht en niets bij de leerling.

Een schoolomgeving kan er dan als volgt uitzien. De leerling heeft kennis van het leerproces, de einddoelen en heeft het initiatief over diens onderwijs ofwel vrijwel alles wat eerst bij de leerkracht lag, ligt nu bij de leerling. De rollen zijn feitelijk omgedraaid.

Nu is de buitenstaander niet zo geïnteresseerd in wat er nu in de klas gebeurt dus daar kan al veel gestalte krijgen. Maar het belangrijkste, wanneer is een leerling klaar met een school, moet ook bepaalt worden door de leerling en niet door de leerkracht. En nu protesteert de buitenstaander want een kind van 10 kan toch niet klaar zijn met de basisschool? Komt dat wel goed, soc. emotioneel, ed..

Ja, dat komt helemaal goed als die leerling naar eenzelfde volgend interactieproces kan en mag als op de basisschool. Dus zal het veelvuldig voorkomen dat een 12-jarige klaar is met het voortgezet onderwijs. En dus moet er ook een universitaire opleiding zijn met een soortgelijke interactiemodel.

Dit is allemaal makkelijk te realiseren als de initiatiefnemer van dit soort onderwijs maar toestemming heeft om dit zo te organiseren. Dan gaat het niet over geld, het zal goedkoper zijn dan nu en goedkoper dan regulier onderwijs, het zal goed zijn voor de leerlingen maar of de maatschappij het aankan is nu de vraag. En die kunnen we warm maken met zaken die zij als positief ervaren. Niet jaloers maken maar onderstrepen dan dit soort leerlingen goed kunnen meehelpen ons landje er weer bovenop, of zoiets.. En natuurlijk wijzen op het feit dat dit past bij dit soort kinderen en zij willen toch ook dat het onderwijs goed is voor hun kinderen?

De vergelijking met het zwakbegaafdenonderwijs is te maken zoals ook een vertegenwoordiger van Leonardo in Groningen tegen me zei. Hij was jaren in dat onderwijsgebied actief geweest en het leek hem ook interessant om die switch te maken bij hoogbegaafden. De wethouder aldaar in hetzelfde gesprek, PvdA, keek mij met afschuw aan toen ik dit allemaal vertelde in andere woorden.

Een ander voorbeeld is het dovenonderwijs. Jarenlang moesten ze leren liplezen en spreken en absoluut geen gebarentaal spreken. Zelf niet onderling of thuis. Dit leidde tot ongelukkige leerlingen die erg argwanend werden tov alles. Hun communicatievaardigheid was erg laag daardoor geworden. Toen dat veranderde werden het zelfverzekerde mensen die toevallig doof waren. En er kwam gebarentaal in dialect! Zo konden ze opeens wel goed communiceren.

Dit verschil zal ook te zien zijn bij hoogbegaafde leerlingen. Ze zullen echt anders worden, sociaal vaardig, goed kunnen leren en ook minder bijwerkingen hebben als HSP, autisme, gedragsproblemen ed.. Want in het nieuwe interactiemodel passen ze als een vis in het water.

Een boel geschreven en ik hoop duidelijk genoeg voor jou. Ik kan qua uitwerking nog veel meer zeggen. Nodig me uit, zou ik zeggen.

Ik zie ook de reacties graag tegemoet op deze website.

Willem Wind.

 

 

Jet: Ben ik hoogbegaafd?

Mijn verhaal: ik ben eind 1941 geboren , als 3de kind in een gezin (van 4) waar de oorlog een behoorlijke impact had.

Mijn vader zat in het verzet en mijn moeder had in haar eigen jeugd in België al aardig wat traumatische oorlogservaringen opgedaan.

Waarschijnlijk heb ik als jong kind al geleerd om me zoveel mogelijk aan te passen. Ik was een emotioneel kind met een sterke binnenwereld en ik heb altijd het gevoel gehad anders te zijn en er, ondanks mijn enorme aanpassingspogingen, niet bij te horen. Op school ging het erg wisselend: van heel goed tot erg slecht: ik was zó onzeker en van overtuigd dat ik niet aan de verwachtingen voldeed. Dit werd bevestigd door mijn vader die letterlijk tegen me zei: “Niet iedereen kan even slim zijn, maar als jij goed voor andere mensen zorgt, zullen ze ook wel van je houden!”

In die tijd waren er veel problemen op de scholen van mijn zus en broers; mijn oudste broer werd getest en bleek hoogbegaafd te zijn terwijl ook de “Jet: Ben ik hoogbegaafd?” verder lezen

Onderwijs, vorming en hoogbegaafden

Zo in de zomertijd, een tijd van lummelen en retrospectie zit ik wat te mijmeren over het onderwijs aan hoogbegaafden. Waarom het gaat zoals het gaat en hoe we dat kunnen verbeteren. Voor een holist als ik is het natuurlijk wel lastig om het gebrek aan respect, de desinteresse en het soms bewust uitsluiten van hoogbegaafden door de samenleving links te laten liggen in mijn overdenkingen. Als… dan wordt het al heel wat beter, zijn de makkelijkste redenaties. Maar ik zie ook binnen de doelgroep eenzelfde soort sentiment dus wie is vrij van zonden?

Zoals u wellicht weet ben ik al tijden bezig voor de doelgroep hoogbegaafden. Jong en oud, geslaagd in het leven of overlevend, ik vind het allemaal interessant en wil het graag verbeteren waar nodig. In deze luie maanden focus ik me op het onderwijs. Waarom gaat het zoals het gaat en wat kan daarvan de reden zijn. Er is aandacht voor hoogbegaafden in het onderwijs. Ze moeten hun hersens kraken kunnen, ze moeten lekker bezig gehouden worden en dan zijn ze wel tevreden. Alsof je zwemmen wel leuk vindt en daarom nooit meer het zwembad uit mag. En zo zijn er wel meer zaken waarbij ik mijn wenkbrauwen optrek van verbazing over wie ik ben.

Maar ik ben een denker en wil het proberen te doorgronden. Een tijdje “Onderwijs, vorming en hoogbegaafden” verder lezen

Oproep Vlaamse scholen voor hoogbegaafden

Hierbij wil ik een oproep doen om in Vlaanderen scholen te stichten voor hoogbegaafden naar het voorbeeld van de Boxschool.

Vlaanderen loopt ver achter op het gebied van passend onderwijs aan hoogbegaafden. Deze groep is nauwelijks in beeld bij het onderwijs, beleidsmakers en overheid. En dat moet beter omdat deze doelgroep het verdient om wat aandacht te krijgen. Ook zij redden zichzelf niet, evenmin als alle andere mensen.

Er zijn een aantal goede redenen om dit traject in te gaan. Onderwijs is werk voor de lange termijn en als Vlaanderen deze handschoen oppakt zal het op termijn een effect zien in verschillende cijfers. Misdaadcijfers, zelfmoordcijfers, het aantal mensen die psychologische of psychiatrische hulp nodig hebben en bijvoorbeeld het aantal mensen met een invaliditeitsuitkering. Dit project zal dus naast verminderde persoonlijke problemen ook veel geld uitsparen. Daarnaast zal er een positieve impuls “Oproep Vlaamse scholen voor hoogbegaafden” verder lezen

Speciaal kinderlied

Hierbij brengen wij u op de hoogte van ons muzikale project met als doel meer aandacht en bekendheid te creëren rondom hoogbegaafdheid. In samenwerking met www.kinderliedjes.info en KSK Productions hebben wij een speciaal kinderlied geschreven. De songtekst en muziekbestanden zijn bij ons gratis te downloaden.

Rondom dit kinderlied hebben wij een speciale bezoekersactie gepland en op deze manier hopen wij meer aandacht in pers en media te krijgen voor deze kinderen. Meer over deze actie vindt u hier.

Waarom dit lied?

Jan Knetsch (KSK Productions) en Marion Middendorp (Kinderliedjes.info) hebben samen een lied geschreven over (en voor) hoogbegaafde kinderen. Marion merkte (in haar functie van Hoofdredacteur Peuteren.nl) dat dit onderwerp erg leeft onder jonge ouders en kinderen. Aangezien zij zelf een zoon heeft die hoogbegaafd is en daardoor direct betrokken is bij de problematiek voortkomend uit onwetendheid en onbegrip van anderen, heeft ze een songtekst geschreven waarmee ze hoopt meer aandacht rondom dit thema te genereren. Onbekend maakt immers onbemind. Jan Knetsch heeft de tekst verder bewerkt en de muziek erbij gecomponeerd.

De geschiedenis van de hoogbegaafdheid

Als er discussie is over de inhoud van een bepaalde term is het altijd wijs om de ontstaansgeschiedenis weer eens voor het voetlicht te brengen.
De Franse psycholoog Binet heeft een test ontwikkeld voor kinderen om te kunnen voorspellen wat hun schoolprestaties worden. Dit omdat hij efficienter onderwijs wilde geven. De door hem ontwikkelde IQ-test bestaat tot op heden. De maat IQ is gestandaardiseerd op kinderen van 10 jaar. Scoort een 10-jarige als een gemiddeld kind van 14 dan is het IQ 140. Scoort het kind als een gemiddelde 8-jarige dan heeft hij/zij een IQ van  80. Binet merkte evenals zijn latere collega’s op dat als een willekeurige groep mensen een IQ-test word afgenomen, daar altijd de Bell-curve uit ontstaat. De meeste mensen scoren gemiddeld en steeds minder mensen scoren extremer, positief of negatief. De laagste groep scoorders worden laagbegaafd genoemd en de hoogste scoorders worden hoogbegaafd genoemd.
Om waarschijnlijk ook politiek correcte redenen heeft men geen grip kunnen/willen krijgen op de groep hoogbegaafden. Waarschijnlijk is dat nog een erfenis van de Franse Revolutie, en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke visie op de mensheid.
Later hebben diverse psychologen inhoud proberen te geven aan de term hoogbegaafd. Bekenste zijn de modellen van Mönks/Renzulli en van Heller. Wat ontstaan is, zijn twee richtingen, kijkend naar de gemiddelde hoogbegaafde en kijkend naar wat een hoogbegaafde doet/zou moeten doen. In het tweede geval gaat het dan om de performance die duidelijk moet indiceren dat het gaat om een hoogbegaafde. Daarbij speelt bijvoorbeeld mee uitzonderlijke prestaties, het laten zien van uitzonderlijke creativiteit en een maatschappelijk succesvol leven. Dit is vooral ontstaan vanuit het denken over de term hoogbegaafd. Met de oorsprong en geschiedenis van deze term wordt geen rekening gehouden.
Als je kijkt naar de gemiddelde hoogbegaafde dan zie je een veel gevarieerder beeld  Het kan variëren van de bijstandstrekker(ster) die wat zwart bijklust tot de tweede man van een international en alles wat ertussen zit.
Zelf ben ik voorstander van de originele betekenis, de groep hoogste scoorders op de IQ-test(2%), te betitelen als hoogbegaafd zoals ook de wereldwijde vereniging Mensa dit al sinds de oprichting doet.
Kijken we naar het model van Mönks en Renzulli dan is het enig objectief meetbare het IQ; creativiteit en volhardendheid zijn eigenschappen die alleen subjectief te waarderen zijn. Duidelijk wordt dit uit de toevoeging op het model door Mönks, te weten de factoren gezin, peers en werk/school. Als de laatste drie factoren niet meewerken aan de ontwikkeling van het hoogbegaafde kind dan is de enige mogelijkheid voor het kind om zich te verstoppen in zijn/haar intelligentie of wild van zich af te slaan.
Mijn conclusie: je kunt de mensheid opdelen in diverse soorten groepen: mannen en vrouwen en hoogbegaafden en laagbegaafden, maar ook in maatschappelijk succesvollen en een uitvallers. Voor elke opdeling bestaan er termen die je niet zomaar mag gebruiken bij een andere indeling van de mensheid. Maatschappelijk succesvollen zijn wel vaak mannen maar toch kan de groep mannen er niet op aangesproken worden. Zo ook de term hoogbegaafd: die geldt alleen als je de bevolking opdeelt naar aanleiding van hun IQ-scores. Deze term heeft dan ook niets te maken met de indeling die bijvoorbeeld Gardner maakt. De term hoogbegaafd mag niet vallen dan alleen als een specifiek persoon ook hoog scoort op een IQ-test.
Willem Wind

Verleid jezelf tot excellentie!

Willem Kuipers, Annelien van Kempen, 2007.

Wie zijn extra intelligente mensen? Excellentie, wat is dat? Is het arrogant om excellent te willen zijn? Ben ik wel goed genoeg?

Extra intelligente mensen herkennen zich wezenlijk in drie of meer van de vijf karakteristieke kenmerken: intellectueel vaardig, buitengewoon nieuwsgierig, een sterke behoefte aan autonomie, grenzeloos en mateloos in het najagen van interesses en een combinatie van emotionele onzekerheid en intellectuele zelfverzekerdheid.

Als je extra intelligent bent en wilt excelleren, ben je vaak zelf het lastigste obstakel. Beperkende overtuigingen over je eigen kwaliteiten remmen je af. Dit boek biedt gereedschap om die overtuigingen te verruimen. In een prettig leesbare stijl krijg je een toelichting op het begrip extra intel-ligentie (Xi), de verschillen en overeenkomsten tussen Xi en hoogbegaafdheid en op de zeven facetten van de Xidentiteit. Via de metafoor van het labyrint werk je stapsgewijs toe naar een duurzame expressie van je excellentie.

Dit boek is geschreven voor iedereen die met extra intelligente mensen te maken heeft: voor wie het zelf is, voor wie dierbaren het zijn en voor wie beroepsmatig bij hun wel en wee betrokken is.

Meer info en te bestellen bij Bol.com

Hoogbegaafd en Gelukkig

Hoogbegaafd en gelukkig / Maria Schuermans***

Als je …

eindeloos leergierig en creatief bent, ver wilt gaan om dingen ten goede te keren, energiek en geconcentreerd kan werken, intens gevoelig bent, in staat om situaties intuïtief aan te voelen en de gevoelens van anderen feilloos te ontcijferen, de lat hoog legt, veel belang hecht aan eerlijkheid, integriteit en authenticiteit, naar perfectionisme neigt en absoluut niet tegen onrecht en vooroordelen kunt.

Als dit je bekend in de oren klinkt, ben jij misschien hoogbegaafd, een gewoon mens met een ongewone visie en aanpak die anders is dan de anderen en daar een leven lang de consequenties van heeft moeten dragen in de vorm van niet aflatende kritiek, onbegrip en afwijzing.

De overgrote meerderheid van hoogbegaafde volwassenen werd als kind nooit als zodanig erkend en weet zelf niet dat ze het zijn. Ze hebben daarom ook nooit geleerd om goed om te gaan met hun talenten en gaven, en met de kritiek op hun anders-zijn. Het is echter nooit te laat om de foute input uit het verleden in te wisselen tegen je eigen waarheden, jezelf te accepteren zoals je echt bent, te beseffen dat er opties zijn en te leren om je unieke persoonlijkheid en talenten tot groter geluk van jezelf en je omgeving te gebruiken. Om eindelijk hoogbegaafd én gelukkig te zijn.

2012 / ISBN 9789085708964 / Paperback / 137 pagina’s

Te bestellen bij Boekenbent.nl

Dag van de Hoogbegaafdheid, 26 mei

Deze jaarlijks terugkerende manifestatie zal weer dé plek zijn waar initiatiefnemers, deskundigen en geïnteresseerden elkaar ontmoeten en in een informele sfeer met elkaar kunnen zijn; voor ieder wat wils. Een leuk evenement dus om met het hele gezin naar toe te gaan. Het programma biedt ruimte voor veel diversiteit en is erop gericht om recht te doen aan de noodzakelijke evenwichten tussen activiteit en rust en tussen individueel bezig zijn en elkaar (kunnen) ontmoeten.

De manifestatie vindt plaats bij:
Citadel CollegeDijkstraat 7a, 6663 AD in Lent (Nijmegen).

Dit jaar is het feest! Want de Dag van de Hoogbegaafdheid bestaat 10 jaar. De manifestatie in Lent zal dan ook in het teken staan van ‘Feest’.
Het programma is nog in ontwikkeling maar een tipje van de sluier kunnen we al wel oplichten. Zo zullen er workshops georganiseerd worden waarin actuele onderwerpen in relatie tot hoogbegaafdheid aan de orde komen. Op de informatiemarkt kun je bijvoorbeeld veel deskundigheid over hoogbegaafdheid ontmoeten of denkspellen proberen. Weer andere standhouders nemen je mee in een onderwerp dat veel hoogbegaafden aan kan spreken.

De Boxschool

Gelukkig zijn er steeds meer initiatieven voor onderwijs aan hoogbegaafden. Maar waarom moet dat allemaal zo vreselijk duur zijn? En waarom mag je met al dat geld nog steeds niet sneller door de leerstof heen? Ik kan er niet bij. Maar dat is waarschijnlijk direct de reden dat de Boxschool die we jaren geleden bedacht hebben nog steeds niet van de grond gekomen. Geen extra kosten, uitgedaagd worden om te versnellen, mogen excelleren ergens in, het past zo niet bij onderwijs, schijnbaar. Wij blijven het proberen, de Boxschool uit het moeras te trekken en wie weet komt het nog eens. De website is oud maar het idee is nog altijd sprankelend!

Op de Dag van de Hoogbegaafdheid 26 mei te Lent, wordt er een workshop gehouden over de Boxschool. Dit is de introductie:

“De Boxschool, Een uitwerking voor passend onderwijs vanuit de kwaliteiten van hoogbegaafde leerlingen. Twee hoogbegaafden, Johan Frentz en Willem Wind, hebben vanuit deze overtuiging een concreet plan gemaakt welke geschikt is voor het basis- en het voortgezet onderwijs. Belangrijkste elementen zijn het principe “klaar is klaar” en “grip hebben op het eigen leren”. Deze elementen komen ook steeds meer voor in het reguliere onderwijs. Is er dan nu wel ruimte voor een Boxschool?”

De parabel van de leerbal.

De schoolervaring van elke leerling kan gezien worden als het steeds vangen en gooien van een bal, staand buiten op een grasveld.
De leraren gooien de bal, een tennisbal in hun optiek en de ene leerling ervaart het ook als een tennisbal. Dit zijn de gewone, goede leerlingen.
Een andere leerling ervaart het als een basketbal. Het lukt vaak om die bal te vangen maar het is wat moeilijker.
De ‘slechtste’ leerling ervaart het als een medicijnbal. Een grote bal van minimaal 10 kilo. Met veel moeite, doorzettingsvermogen en wat geluk en ondersteuning kan een enkele leerling dat volhouden maar de meesten gaan naar een ander veld om daar hun tennisballen te ontvangen en te gooien.
Er zijn ook leerlingen die het ervaren als pingpongballen. Het lijkt alsof dat geen moeite hoeft te kosten. Het weegt nauwelijks iets en is makkelijk te hanteren. Maar probeer het maar eens op een grasveld, buiten… De wind blaast het af en toe weg, het stuitert in je handen en teruggooien is lastig, de leerkracht lijkt te ver weg, de wind blaast het opzij. Als je handig bent lukt het zo af en toe goed. Concentreren, precies goed doen en geen foute inschatting maken over allerlei irrelevante details. Dan lukt het meestal wel. Maar soms wil zo’n leerling gewoon een tennisbal krijgen of zelfs een medicijnbal. Je wordt moe van al dat gestuiter van die pingpongbal…
Soms bedenkt een leerkracht iets. Dan krijg je jouw gewone pingpongbal en 1 keer in de week een tennisbal. Die laatste is leuk als afwisseling maar je moet je elke keer weer aanpassen aan die andere bal..(plusklasje)
Een andere leerkracht stampt het pingpongballetje helemaal plat en klein en dan krijg je die.(compacten) Makkelijk want die stuitert niet meer zo erg. Maar het is ook wel erg weinig om mee te gooien. De leerling blijft iets missen. Hij/zij is gewoon te sterk om lol te hebben aan het gooien met een klein stukje plastic.
Een andere leerkracht heeft ook iets bedacht. Hij verzwaart de pingpongbal met bv een andere pingpongbal. Of hij plakt er veel tape omheen. Of hij doet er een staart aan. Leuk voor een eerste keer maar leren is toch een BAL ontvangen en teruggooien? Wat moet je met de rest? Even is het leuk. (verrijken)
Deze leerling kun je ook binnen plaatsen zodat de wind geen effect heeft op de pingpongbal. Je kunt hem ook een bat geven zodat het wat sneller gaat. En af en toe wat wimpels aan die pingpongbal toevoegen.(aparte klas, 6 jaar VWO)
Een enkele leerling doet alsof (of denkt dat) zijn pingpongbal een tennisbal is(soms zelfs als een medicijnbal). Na één keer blijven zitten in de eerste klas moet hij/zij met de kerst naar een andere school. Daar gooien ze in zijn/haar optiek met papierpropjes. Zijn/haar interesse in het leven nadert een dieptepunt.
Wat echt helpt is natuurlijk als leerkracht gooien met een tennisbal die bij die leerling dan ook aankomt als een tennisbal. Lekker buiten met alle andere kinderen die wellicht denken, zoals zij gooien met die medicijnbal, dat is niets voor mij maar…. zij hebben lol! (Aparte klas, zoveel jaar als nodig voor VWO, Boxschool, top-down)
Willem Wind, september 2008.