Column: Mijn levenslange irritatie

Toen ik een kleine jongen was heb ik mijn moeder eens gevraagd waarom ik nog naar school moest. Haar antwoord was, zoals gebruikelijk, heel eerlijk. Ik moest niet naar school om te leren of om tenminste uit huis te zijn. Nee, ik moest naar school omdat mijn moeder anders een boete kreeg van de leerplichtambtenaar. En zoveel geld verdiende mijn vader niet dus zat er niets anders op dan toch naar school te gaan. Ik wilde niet de reden zijn van onze eventuele toekomstige armoede dus ging ik weer braaf naar school.

Ik werd naar de brugklas HAVO/VWO gestuurd door de directeur van de basisschool. Hij had zeker twijfels maar mijn CITO-score was zo hoog dat hij niet anders kon. Ik moest van lokaal naar lokaal gaan met een groep andere leerlingen en ik kwam er maar niet uit wat de bedoeling hiervan was. Men had het over leren maar ik zag het niet aangeboden worden. Het ging meer om groepsvorming, leerkracht-inwerken en zeg maar klasmanagement alhoewel daar toen wel een ander woord voor was. Na 2,5 jaar ronddolen aldaar vond men het beter mij af te laten glijden. Ik was niet onder de indruk, mijn verwachtingen waren geen.

Ik was handig met mijn handen dus ik werd naar de elektrotechniek gestuurd. Wel leuker omdat materiaal je duidelijk maakt of je het goed deed of niet. Niet een leerkracht of domme toets. Mijn hersens hoefden niet aan, ik keek nog steeds naar buiten.

Toen kreeg ik kinderen. Nou ja, mijn vrouw dan, gelukkig. En dat was leuk. Totdat ze naar school gingen en hetzelfde ondergingen als ik. Zij hebben een andere weg afgelegd, wellicht beter. Maar over het geheel genomen was het ook voor mij dat ze eerst moesten omdat de kostwinnaar niet zoveel boetes kon betalen. Later kwam de Kinderbescherming. Raar volk. Kinderen hebben was buiten het gezin bezien, minder leuk geworden.

Nu woon ik in België. De kinderen zijn zo’n beetje het huis uit. De rust keert terug. En het blijft irriteren.

– Waar is míjn plek? –

Ik heb gezocht in alle hoeken en gaten. Mijn plek waar alles op zijn en haar plaats staat. Mijn plek waar alles klopt. Een plek die je anderen graag aanprijst.

Tuurlijk zijn er momenten, tuurlijk heb ik het goed. Ik woon in België. Met kinderen die nog langs komen, met een vrouw die kinderen wilde baren. Een dappere. Wat wenst een mens nog meer?

Ik wil daarbuiten, in de samenleving een plek vinden die ik ervaren kan als de mijne. Ik wil meedoen maar ook speciaal zijn. Zoals vele groepen meedoen en speciaal zijn. Een plek waar alles klopt en waar ik klop en pas.

Maar ik lijk de enige te zijn. Uitzonderingen daargelaten en praters daargelaten. Wat mij mijn hele leven al geïrriteerd heeft is dat gemis aan een plek. Waarom was er geen school voor mij? Waar ik in pas. Waarom moest ik het veld ruimen waar anderen door mochten gaan. En waarom was er geen school voor mijn kinderen? Waarom deed en doet niemand iets?

De lamheid die ik ervaarde op mijn school, zie ik terug in de reactie om iets te veranderen. ‘Het zal mijn leven wel duren’, hoor ik ze denken. En dat klopt, de jaren tikken snel door. En mijn irritatie zal wel levenslang zijn. Waarom? Elk antwoord is zowel goed als fout. Want ‘ik’ mág geen plek hebben.

Willem Wind.

4 gedachten over “Column: Mijn levenslange irritatie”

  1. De hoogste tijd voor een iets minder positieve reactie…

    Vanaf de vierde klas van de lagere school, ik ben nog van de oude stempel, heb ik de school tot in het diepst van mijn hart gehaat. Ik vond het naar school gaan pure tijdverspilling en ik zat tijdens de les het liefst naar buiten te staren of een boekje te lezen. Het is mij nog steeds een raadsel hoe ik ooit voor het eindexamen gymnasium B heb kunnen slagen.

    Jaren later ben ik lid geworden van Mensa. Omdat ik een verschrikkelijke nerd was, had ik het idee dat niemand mij écht aardig vond. Ik heb bij die vereniging inderdaad leuke mensen leren kennen, die net zo nerdy waren als ik.
    Helaas zaten er bij die club ook nogal wat leden die in de merkwaardigste samenzweringstheorieën geloofden. “Hoe kan je zulke gekke dingen geloven,” dacht ik, “heb je op school helemaal niks geleerd?” Hoewel ik op het gymnasium geen barst had uitgevoerd, was er toch heel wat natuurwetenschappelijke kennis in mijn geheugen blijven hangen. Na de zoveelste confrontatie met een samenzweringstheoreticus had ik schoon genoeg van Mensa en zegde ik mijn lidmaatschap op.

    En toen kwam SARS-coV-2. Omdat ik een verstokte nerd ben, vond ik het de hoogste tijd om mijn gebrekkige kennis over virussen wat bij te spijkeren. Ik heb tijdens de lockdown met veel plezier op YouTube colleges virologie gevolgd die een aardige professor online had gezet. Dank zij de gedrevenheid van mijn biologielerares op het gymnasium, had ik genoeg voorkennis om die colleges te kunnen volgen (juffrouw Miedema, ik vond je toen een ongelofelijke ouwe zeurpiet, maar wat ben ik je nu dankbaar dat je geprobeerd hebt om me bij te brengen wat DNA en RNA nu precies zijn…). Door die colleges begrijp ik dat het coronavirus iets is dat je verdomd serieus moet nemen.
    Helaas zaten er onder mijn Facebookvrienden nogal wat luitjes met de merkwaardigste ideeën over Covid-19. Het viel me op dat de meesten van hen lid waren van Mensa en dat ze dus zogenaamd hoogbegaafd waren. “Hoe kunnen jullie met zo’n hoog IQ zulke domme dingen geloven,” dacht ik, “waarom gebruiken jullie je verstand niet om je algemene ontwikkeling op wetenschappelijk gebied een beetje op te krikken?” Vervolgens heb ik ze meedogenloos ontvriend.

    Ik heb me nu dus voorgenomen om dankbaar te zijn dat ik op het gymnasium heb gezeten, dat ik goede leraren heb gehad die mij een hoop nuttige kennis hebben bijgebracht en die me geleerd hebben om kritisch te denken, zodat ik nóóit een domme wappie zal worden. Gelukkig heb ik inmiddels ook gemerkt dat niet-hoogbegaafden nog aardiger zijn dan hoogbegaafden en dat niet-hoogbegaafden mij ook aardig vinden, ondanks dat ik een verschrikkelijke nerd ben…

  2. Wat een mooie woorden Willem… Die plek bestaat…. Misschien moeten we elke van ons verbinden met gelijkgestemde zielen. Wat voelt deze tekst heerlijk aan als even thuiskomen… Als even kunnen ademenen als even kracht vinden om het in mijn woorden neer te schrijven. Wat ben je vandaag voor mij een bron van inspiratie. Het is vooral enorm herkenbaar. Ik draag je een warm hart toe… In onze wereld is dat iets mmois om te doen. Dank je

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.