Toen ik een kleine jongen was heb ik mijn moeder eens gevraagd waarom ik nog naar school moest. Haar antwoord was, zoals gebruikelijk, heel eerlijk. Ik moest niet naar school om te leren of om tenminste uit huis te zijn. Nee, ik moest naar school omdat mijn moeder anders een boete kreeg van de leerplichtambtenaar. En zoveel geld verdiende mijn vader niet dus zat er niets anders op dan toch naar school te gaan. Ik wilde niet de reden zijn van onze eventuele toekomstige armoede dus ging ik weer braaf naar school.
Ik werd naar de brugklas HAVO/VWO gestuurd door de directeur van de basisschool. Hij had zeker twijfels maar mijn CITO-score was zo hoog dat hij niet anders kon. Ik moest van lokaal naar lokaal gaan met een groep andere leerlingen en ik kwam er maar niet uit wat de bedoeling hiervan was.
Men had het over leren maar ik zag het niet aangeboden worden. Het ging meer om groepsvorming, leerkracht-inwerken en zeg maar klasmanagement alhoewel daar toen wel een ander woord voor was. Na 2,5 jaar ronddolen aldaar vond men het beter mij af te laten glijden. Ik was niet onder de indruk, mijn verwachtingen waren geen.
Ik was handig met mijn handen dus ik werd naar de elektrotechniek Lees verder “Column: Mijn levenslange irritatie”

Al heel lang heb ik, veelal onuitgesproken, een aantal punten waardoor je andere hoogbegaafden kunt helpen. Nu is het tijd om dat te beschrijven.
Er zijn twee manieren om om te gaan met de term ‘hoogbegaafd’. Je kunt deze term zelf invullen met betekenis en vervolgens rondkijken wie daaraan voldoet. Dat doen wetenschappers vaak. Zij ontleden het woord en komen tot conclusies. En ze vergeten even waar het woord vandaan komt. Dat komt wel goed uit want als wetenschapper kun je niets proclameren als je de eerste zin accepteert. Dat is te simpel en je krijgt er geen aandacht mee. Gelukkig voor wetenschappers is er weinig weerwerk tegen het eigen bedenken want die insteek is gebruikelijk voor vele diagnose-ideeën. Zoals autisme of ADHD waarbij de bedenker bepaalt waaraan de autist of ADHD-er moet voldoen. Maar dat werkt niet zo bij hoogbegaafdheid. Dat is al een specifieke groep met een eigen bepaling: de top 2% scoorders op een IQ-test.
Als leerling, van elke leeftijd, kun je zelfstandig leren als er voldaan wordt aan drie voorwaarden. Of het nu gaat om een taal leren of wiskunde, geschiedenis of psychologie, als deze drie voorwaarden constant aanwezig zijn, kan iedereen op zijn of haar niveau het onderwerp leren.
Met enige regelmaat kom ik ‘de leerkuil’ tegen. Het idee daarachter is denk ik, dat het niet erg is als je iets niet direct snapt en/of kunt toepassen. De moraal is dat je iets pas geleerd hebt als je er eerst helemaal niets meer van gesnapt hebt. Vanaf dat punt sta je namelijk pas open voor het echte leren en als je dan doorzet, kom je bij het succes van het begrijpen.
Als hoogbegaafde en bij weinig activiteit om me heen, merk ik dat mijn communicatie graag zo precies mogelijk uitvoer. Met veel bijzinnen, bijvoeglijke naamwoorden en gebruik van woorden die dan meer de perfectie benaderen die ik graag heb in mijn communicatie. Indachtig natuurlijk het kinderspel van de kring waarin een boodschap rond gefluisterd wordt, weet ik dat communicatie slijt in al de stappen die het moet doen om bij de ander in het hoofd te geraken. De eerste en tweede stap heb ik onder controle, mijn verwoording van mijn gedachten en beelden en hoe ik die in samenspraak met mijn lichaam, (80% is lichaamstaal) ten gehore breng. Hier vergeet ik even de context van omstandigheden, de situatie en mijn gehoor(welke gemoedstoestand en bv. kennisniveau hebben die?) waar ik natuurlijk ook enige controle over heb. Neem ik dit allemaal mee dan is de boodschap, zoals ik vaak merk, alleen nog duidelijk voor wie me kent en voor wie de snelheid heeft om de nuances daar te plaatsen waar ik ze bedoel. Of in ieder geval de nuances zien als wat ze zijn.