Slimme studenten

Slimme studenten presteren minder onder druk. Waaom?
Een andere invalshoek is die van contact maken met het domein waarin de vraag zich afspeelt.
Een hb’er kan zover afstaan van het ‘gemiddelde’ gedrag en de bronnen hiervan, dat het is alsof deze persoon van buitenaardse komaf is. Hij / zij is zich bewust van dit, in pincipe, onoverbrugbare verschil. Om een vraag op z’n waarde te kunnen inschatten, is kennis over het domein waarin de vraagsteller leeft nodig. Want dat domein, zo ook het maatschappelijke, is er één van de vele.
Nu is het in de basis niet moeilijk om bij mensen ‘in te loggen’ en hen te lezen. Maar zij bewerken hun realiteit om de vraag wat ‘moeilijker’ te maken zodat een correct antwoord ook onomstotelijk bewijs is dat de stof begrepen wordt. Maar welke kant op bewerken ze de realiteit? Dit kan op ontelbaar veel manieren. Dit
levert zoveel ruis op bij het ‘downloaden’ van de nodige brongegevens om helder te krijgen in welke bedding de vraag drijft, dat de kans te groot is om een antwoord te geven dat de vrager niet verwacht en dan dus als fout betiteld wordt.
Een hb’er laat dit gebeuren interacteren met zijn / haar werkelijkheden. Net als het zoeken van de juiste cijfercombinatie voor een relatief onbekend slot. Niet het beantwoorden van de vraag op inhoudelijke wijze vergt energie, maar het in elkaar puzzelen van zienswijzen, gedragingen, beweegredenen, etc.. Want het antwoord volgt vanzelf uit die gelegde puzzel.
Ik denk dat het bij hb’ers die veel ‘faalervaring’ hebben, de noodzaak en intenciteit voor het verkrijgen van die domeininformatie exponentieel meer van belang wordt. En de gedetailleerdheid van de benodigde informatie fijnmaziger; tot op het nano-niveau. En niet te vergeten dat het besef van de juistheid van die informatie duidelijker en groter moet zijn.
Vervolgens wordt de hb’er om een prestatie gevraagd. Veelvuldig in de cultuur die uitstraalt dat de vrager voorbereid is op de pogingen van de ondervraagde om die achtergronden helder te krijgen. Het is als een fort dat hermetisch wordt afgesloten waarna de vraag komt wat de precieze indeling en inrichting ervan is. Als de ondervraagde de roots van de vraag niet mag herleiden, wordt er geimpliceert dat het vraagstuk op zichzelf staat. Dat de vraag slechts 1 betekenis heeft. En dat de relevantie van het weten van het antwoord op die ene manier gekoppeld is aan het bestaan van de ondervraagde. De absurditeit van deze vooronderstellingen maakt dat de relevantie van de vraag verbrijzeld wordt; waarmee ook die van de prestatie op zich.
Hoe nu om te gaan met de situatie van verwachtingen? Ervoor zorgen dat die ophoudt. Iets doen waardoor de vraagsteller geen vragen meer stelt of conclusies meer trekt. Ongeacht de consequenties want die hebben toch geen waarde gezien de relevantie van de prestatie om zeep geholpen is. Het vacuüm is te groot om de situatie aan te houden. Weg … weg … en op weg naar zuurstof. Ademhalen terwijl de wereld niet weet waarvan.
Johan.

Hoogbegaafdheid, presteren en Mönks

Via ProWat help ik wel eens mensen die vermoeden dat ze hoogbegaafd zijn. En dan kom ik nogal eens tegen dat ook die mensen het woord hoogbegaafd associeren met presteren. Ze vragen zich dan af of ze wel voldoende gepresteerd hebben om de titel hoogbegaafd te mogen accepteren voor zichzelf. En als dat niet zo is, wat zijn zij dan? Een hoog-intelligente mislukking?
En wat te denken van de combinatie die Mönks legt. Is hij of zij dan wel vasthoudend en/of creatief. Want zonder dat kan een mens niet hoogbegaafd zijn, is de veronderstelling.
Met dit artikel wil ik proberen wat orde te scheppen in deze chaos. Laten we eens een prestatie bekijken gaan. Presteren is o.a. iets tot stand brengen volgens Van Dale en een prestatie is verricht werk. Dit zijn zeer algemene termen en je kunt dan zeggen dat ik presteer met dit artikel. Dat een huisvrouw presteert door de afwas te doen of het straatje te vegen. Maar ook de wetenschapper presteert en zet een prestatie neer. Gevoelsmatig is presteren dus meer iets unieks tot stand brengen zoals Einstein deed. Of Marten Luther King. Maar waar ligt dan de grens ergens? Is het behalen van een VO-diploma een prestatie of het vinden van voor jouw aangenaam werk? Ik kom daar niet uit. Welke prestatie is wel geldig voor een hoog-intelligent persoon om hoogbegaafd te mogen worden genoemd, om wel door jezelf als hoogbegaafd geaccepteerd te worden? Ik kan me voorstellen dat iemand met een zeer slechte schoolcarriere het een prestatie vind om toch nog de MAVO te halen. Maar ik kan me ook een ander persoon voorstellen die het een hele prestatie vindt dat hij/zij nog leeft. Ik denk dan ook dat presteren en een echte prestatie alleen te bepalen is door de persoon zelf er bij te betrekken. Een maatschappelijke prestatie die bepalend is om wel of niet hoogbegaafd te kunnen zijn is niet te omschrijven. En daarmee is er geen definiëring mogelijk over wie wel en wie niet hoogbegaafd is.
Een ander probleem is dat een hoog-intelligent persoon voor of tijdens die prestatie niet hoogbegaafd kan zijn. De prestatie moet nog beoordeeld worden. De vraag is daarbij wie dat dan gaat beoordelen en naar welke criteria. Daarbij rijst de vraag ook hoe lang een eerdere ‘top’-prestatie je het recht geeft op die titel, hoogbegaafd. Is dat voor altijd en is een wonderkind dan altijd hoogbegaafd of moet het wonderkind op 25-jarige leeftijd weer een prestatie neerzetten om hoogbegaafd te mogen blijven. En wie beslist daarover? We kunnen met ons allen daar wel een beslissing in nemen maar dat wordt een onderhandeling die zelfs de Belgische overheid de adem ontneemt..
Eenzelfde probleem ontstaat zodra je zegt dat een hoogbegaafd persoon ook vasthoudend en creatief moet zijn zoals prof. Mönks dat doet. Zonder deze twee eigenschappen is een persoon gewoon hoog-intelligent. Maar wanneer ben je creatief genoeg om je creatief te mogen noemen? Is dit artikel creatief genoeg. Volgens Van Dale is creatief: voortbrengend, scheppend. Ik heb een dergelijk artikel nog nooit gelezen dus ben ik scheppend en voortbrengend en dus creatief… Waar is de grens van creatief genoeg om hoogbegaafd te zijn? Moet het uniek zijn en hoeveel mensen moeten het prachtig vinden voor je jezelf creatief mag noemen?
Hetzelfde gaat op voor vasthoudendheid. Een notoire cynicus zei me eens dat zij niet vasthoudend was volgens haarzelf. Ik zei daarop dat zij haar vasthoudendheid uitleeft in het nee-zeggen. In het tegen de draad in gaan. Ook hier is Van Dale wat vaag en meldt dat vasthoudend o.a. het niet gauw opgevend, is. De hoogintelligente mens die ondanks een zeer moeilijke jeugd en slecht onderwijs met als resultaat slecht werk heeft is toch vasthoudend aan het leven, vind ik. En vasthoudend vind ik ook het kind dat domweg doorgaat op school terwijl het geen goede cijfers haalt, geen vrienden kan maken danwel houden en eigenlijk wel weet dat het in een spiraal naar beneden aan het gaan is. En dan toch maar naar school blijven gaan zonder enig gezeur. Zo vasthoudend kom ik andere mensen niet vaak tegen!
Wat moeten we dan toch met die koppeling tussen hoogbegaafd, presteren, creatief en vasthoudend? In mijn vele jaren dat ik actief ben en vele hoogbegaafden heb leren kennen valt me altijd op dat zij creatieve oplossingen hebben voor allerlei zaken, persoonlijk of werk. Ook valt me op dat ze zeer vasthoudend, zelfs richting koppig, kunnen zijn als zij een idee hebben hoe iets wel of juist niet moet worden gedaan of gebracht. En ik heb vaak gezien dat een hoogbegaafde een persoonlijke prestatie kan neerzetten waar je u tegen moet zeggen. Niet wereldschokkend maar wel voor die persoon van zeer hoog niveau.
En toch komt hier de discussie vaak op terug. Ben ik wel goed genoeg bezig om mezelf hoogbegaafd te mogen noemen? Doe ik die titel wel eer aan?
Ik ben tot de conclusie gekomen dat het probleem bij de hoogbegaafde zelf zit. Die is zo goed in staat om prestaties te relativeren, creativitet enkel toe te schrijven aan God of Allah en vasthoudendheid enkel weggelegd zien voor Nelson Mandela, dat ik zeker weet dat elke hoogbegaafde vasthoudend is! Een dergelijke constante zelfminachting is toch echt wel een bewijs. En ik weet zeker dat elke hoogbegaafde creatief is want dat moet je wel zijn om zo te kunnen relativeren en om te gaan met begrippen. En daarmee pleeg je ook een prestatie zich eigenlijk wereldschokkend is: Een hoog-intelligent wezen die meent dat hij/zij eigenlijk niets kan… Als dat geen prestatie is, dan weet ik het ook niet meer.
En wat te denken van de prachtige redenaties over IQ-testen? Als je die zo makkelijk maakt dan is het ook wel logisch dat ik zo hoog scoor. Ik heb er zelfs een foutje in gevonden… Of deze, een IQ-test is natuurlijk waardeloos want het is allemaal kennis en als je op school goed was dan haal je die test toch zo? Of de redenatie dat die psychologen er een potje van maken of dat de controlegroep voor het bepalen van de score niet goed zou zijn. etc, etc, etc…
Mijn conclusie is al jaren dat je hoogbegaafd bént als je scoort of zou kunnen scoren bij de hoogste twee procent op een standaard IQ-test. En als je hoogbegaafd bent en het voor jezelf geaccepteerd hebt, kun je presteren, dan kun je creatief zijn en vasthoudend. En als je eerlijk kijkt naar jezelf en echt weet hoe anderen deze zaken bekijken, dan weet je zelf heel goed dat je eigenlijk altijd creatief en vasthoudend bent en dat je echt wel op niveau presteert, zeker als je je eigen omstandigheden in achtneemt.
Mijn advies aan een hoog-intelligent persoon is altijd: gedraag je als een hoogbegaafde die creatief ís en vasthoudend ís en daardoor ook prestéert en verbaas je over jezelf!
En dat heet dan zelfvertrouwen hebben…: )
Willem Wind.

Focus op verschil in belevingswereld

Ik denk dat de focus bij het beter omgaan met hoogbegaafden moet liggen op het verschil in belevingswereld. Hb-ers wordt vaak ‘verweten’ dat zij sociaal-emotioneel onvolwassen zijn terwijl naar mijn mening het omgekeerde het geval is. Zij beleven zoveel gevoelens en emoties dat ze deze aanvankelijk niet eens kunnen benoemen. Wat bedoeld wordt, is dat hb-ers zich niet doorsnee gedragen. Weinig geduld voor social talk of ‘gezelligheid’ maar meteen tot de kern van de zaak komen. Zij worden als behoorlijk confronterend ervaren. Volwassen hb-ers proberen daar mee om te gaan. Hb-kinderen kunnen dat niet en worden als onaardig, gevoelloos en asociaal gezien terwijl ze juist zo’n groot hart hebben.
In de huidige onderwijswereld is het nog steeds hoofdzakelijk eenrichtingverkeer. Er is een beweging van docent naar leerling maar andersom gebeurt er nauwelijks iets. Het gaat om reproduceren, niet om inspiratie, kennis en wijsheid. Daarnaast speelt  het tempo een grote rol. Hb-ers leren veel sneller, doorzien verbanden veel sneller en zijn sneller teleurgesteld omdat de uitdaging waarop gehoopt was, uitblijft. Als anderen bepalen wat de uitdaging van een hb-er is, gaat het mis.
Als een kind niet gemiddeld is, wordt vrijwel standaard uitgegaan van een achterstand. Er wordt niet of nauwelijks rekening gehouden met een ontwikkelingsvoorsprong waardoor de school totaal niet aansluit op de belevingswereld van het kind.
Welk type onderwijs of welk type activiteit je ook ontwikkelt voor hb-ers: leer hen omgaan met het verschil in die belevingswerelden. Zodat zij niet steeds maar weer het gevoel krijgen zich aan te moeten passen. Om te voorkomen dat ze onnodig op hun ziel worden getrapt, achterdochtig en wantrouwend worden naar de wereld en niet meer zien of voelen dat andere mensen oprecht het beste met hen voorhebben.
Ineke Kouwenhoven