Speciaal kinderlied

Hierbij brengen wij u op de hoogte van ons muzikale project met als doel meer aandacht en bekendheid te creëren rondom hoogbegaafdheid. In samenwerking met www.kinderliedjes.info en KSK Productions hebben wij een speciaal kinderlied geschreven. De songtekst en muziekbestanden zijn bij ons gratis te downloaden.

Rondom dit kinderlied hebben wij een speciale bezoekersactie gepland en op deze manier hopen wij meer aandacht in pers en media te krijgen voor deze kinderen. Meer over deze actie vindt u hier.

Waarom dit lied?

Jan Knetsch (KSK Productions) en Marion Middendorp (Kinderliedjes.info) hebben samen een lied geschreven over (en voor) hoogbegaafde kinderen. Marion merkte (in haar functie van Hoofdredacteur Peuteren.nl) dat dit onderwerp erg leeft onder jonge ouders en kinderen. Aangezien zij zelf een zoon heeft die hoogbegaafd is en daardoor direct betrokken is bij de problematiek voortkomend uit onwetendheid en onbegrip van anderen, heeft ze een songtekst geschreven waarmee ze hoopt meer aandacht rondom dit thema te genereren. Onbekend maakt immers onbemind. Jan Knetsch heeft de tekst verder bewerkt en de muziek erbij gecomponeerd.

De geschiedenis van de hoogbegaafdheid

Als er discussie is over de inhoud van een bepaalde term is het altijd wijs om de ontstaansgeschiedenis weer eens voor het voetlicht te brengen.
De Franse psycholoog Binet heeft een test ontwikkeld voor kinderen om te kunnen voorspellen wat hun schoolprestaties worden. Dit omdat hij efficienter onderwijs wilde geven. De door hem ontwikkelde IQ-test bestaat tot op heden. De maat IQ is gestandaardiseerd op kinderen van 10 jaar. Scoort een 10-jarige als een gemiddeld kind van 14 dan is het IQ 140. Scoort het kind als een gemiddelde 8-jarige dan heeft hij/zij een IQ van  80. Binet merkte evenals zijn latere collega’s op dat als een willekeurige groep mensen een IQ-test word afgenomen, daar altijd de Bell-curve uit ontstaat. De meeste mensen scoren gemiddeld en steeds minder mensen scoren extremer, positief of negatief. De laagste groep scoorders worden laagbegaafd genoemd en de hoogste scoorders worden hoogbegaafd genoemd.
Om waarschijnlijk ook politiek correcte redenen heeft men geen grip kunnen/willen krijgen op de groep hoogbegaafden. Waarschijnlijk is dat nog een erfenis van de Franse Revolutie, en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke visie op de mensheid.
Later hebben diverse psychologen inhoud proberen te geven aan de term hoogbegaafd. Bekenste zijn de modellen van Mönks/Renzulli en van Heller. Wat ontstaan is, zijn twee richtingen, kijkend naar de gemiddelde hoogbegaafde en kijkend naar wat een hoogbegaafde doet/zou moeten doen. In het tweede geval gaat het dan om de performance die duidelijk moet indiceren dat het gaat om een hoogbegaafde. Daarbij speelt bijvoorbeeld mee uitzonderlijke prestaties, het laten zien van uitzonderlijke creativiteit en een maatschappelijk succesvol leven. Dit is vooral ontstaan vanuit het denken over de term hoogbegaafd. Met de oorsprong en geschiedenis van deze term wordt geen rekening gehouden.
Als je kijkt naar de gemiddelde hoogbegaafde dan zie je een veel gevarieerder beeld  Het kan variëren van de bijstandstrekker(ster) die wat zwart bijklust tot de tweede man van een international en alles wat ertussen zit.
Zelf ben ik voorstander van de originele betekenis, de groep hoogste scoorders op de IQ-test(2%), te betitelen als hoogbegaafd zoals ook de wereldwijde vereniging Mensa dit al sinds de oprichting doet.
Kijken we naar het model van Mönks en Renzulli dan is het enig objectief meetbare het IQ; creativiteit en volhardendheid zijn eigenschappen die alleen subjectief te waarderen zijn. Duidelijk wordt dit uit de toevoeging op het model door Mönks, te weten de factoren gezin, peers en werk/school. Als de laatste drie factoren niet meewerken aan de ontwikkeling van het hoogbegaafde kind dan is de enige mogelijkheid voor het kind om zich te verstoppen in zijn/haar intelligentie of wild van zich af te slaan.
Mijn conclusie: je kunt de mensheid opdelen in diverse soorten groepen: mannen en vrouwen en hoogbegaafden en laagbegaafden, maar ook in maatschappelijk succesvollen en een uitvallers. Voor elke opdeling bestaan er termen die je niet zomaar mag gebruiken bij een andere indeling van de mensheid. Maatschappelijk succesvollen zijn wel vaak mannen maar toch kan de groep mannen er niet op aangesproken worden. Zo ook de term hoogbegaafd: die geldt alleen als je de bevolking opdeelt naar aanleiding van hun IQ-scores. Deze term heeft dan ook niets te maken met de indeling die bijvoorbeeld Gardner maakt. De term hoogbegaafd mag niet vallen dan alleen als een specifiek persoon ook hoog scoort op een IQ-test.
Willem Wind

Verleid jezelf tot excellentie!

Willem Kuipers, Annelien van Kempen, 2007.

Wie zijn extra intelligente mensen? Excellentie, wat is dat? Is het arrogant om excellent te willen zijn? Ben ik wel goed genoeg?

Extra intelligente mensen herkennen zich wezenlijk in drie of meer van de vijf karakteristieke kenmerken: intellectueel vaardig, buitengewoon nieuwsgierig, een sterke behoefte aan autonomie, grenzeloos en mateloos in het najagen van interesses en een combinatie van emotionele onzekerheid en intellectuele zelfverzekerdheid.

Als je extra intelligent bent en wilt excelleren, ben je vaak zelf het lastigste obstakel. Beperkende overtuigingen over je eigen kwaliteiten remmen je af. Dit boek biedt gereedschap om die overtuigingen te verruimen. In een prettig leesbare stijl krijg je een toelichting op het begrip extra intel-ligentie (Xi), de verschillen en overeenkomsten tussen Xi en hoogbegaafdheid en op de zeven facetten van de Xidentiteit. Via de metafoor van het labyrint werk je stapsgewijs toe naar een duurzame expressie van je excellentie.

Dit boek is geschreven voor iedereen die met extra intelligente mensen te maken heeft: voor wie het zelf is, voor wie dierbaren het zijn en voor wie beroepsmatig bij hun wel en wee betrokken is.

Meer info en te bestellen bij Bol.com

Hoogbegaafd en Gelukkig

Hoogbegaafd en gelukkig / Maria Schuermans***

Als je …

eindeloos leergierig en creatief bent, ver wilt gaan om dingen ten goede te keren, energiek en geconcentreerd kan werken, intens gevoelig bent, in staat om situaties intuïtief aan te voelen en de gevoelens van anderen feilloos te ontcijferen, de lat hoog legt, veel belang hecht aan eerlijkheid, integriteit en authenticiteit, naar perfectionisme neigt en absoluut niet tegen onrecht en vooroordelen kunt.

Als dit je bekend in de oren klinkt, ben jij misschien hoogbegaafd, een gewoon mens met een ongewone visie en aanpak die anders is dan de anderen en daar een leven lang de consequenties van heeft moeten dragen in de vorm van niet aflatende kritiek, onbegrip en afwijzing.

De overgrote meerderheid van hoogbegaafde volwassenen werd als kind nooit als zodanig erkend en weet zelf niet dat ze het zijn. Ze hebben daarom ook nooit geleerd om goed om te gaan met hun talenten en gaven, en met de kritiek op hun anders-zijn. Het is echter nooit te laat om de foute input uit het verleden in te wisselen tegen je eigen waarheden, jezelf te accepteren zoals je echt bent, te beseffen dat er opties zijn en te leren om je unieke persoonlijkheid en talenten tot groter geluk van jezelf en je omgeving te gebruiken. Om eindelijk hoogbegaafd én gelukkig te zijn.

2012 / ISBN 9789085708964 / Paperback / 137 pagina’s

Te bestellen bij Boekenbent.nl

Dag van de Hoogbegaafdheid, 26 mei

Deze jaarlijks terugkerende manifestatie zal weer dé plek zijn waar initiatiefnemers, deskundigen en geïnteresseerden elkaar ontmoeten en in een informele sfeer met elkaar kunnen zijn; voor ieder wat wils. Een leuk evenement dus om met het hele gezin naar toe te gaan. Het programma biedt ruimte voor veel diversiteit en is erop gericht om recht te doen aan de noodzakelijke evenwichten tussen activiteit en rust en tussen individueel bezig zijn en elkaar (kunnen) ontmoeten.

De manifestatie vindt plaats bij:
Citadel CollegeDijkstraat 7a, 6663 AD in Lent (Nijmegen).

Dit jaar is het feest! Want de Dag van de Hoogbegaafdheid bestaat 10 jaar. De manifestatie in Lent zal dan ook in het teken staan van ‘Feest’.
Het programma is nog in ontwikkeling maar een tipje van de sluier kunnen we al wel oplichten. Zo zullen er workshops georganiseerd worden waarin actuele onderwerpen in relatie tot hoogbegaafdheid aan de orde komen. Op de informatiemarkt kun je bijvoorbeeld veel deskundigheid over hoogbegaafdheid ontmoeten of denkspellen proberen. Weer andere standhouders nemen je mee in een onderwerp dat veel hoogbegaafden aan kan spreken.

De Boxschool

Gelukkig zijn er steeds meer initiatieven voor onderwijs aan hoogbegaafden. Maar waarom moet dat allemaal zo vreselijk duur zijn? En waarom mag je met al dat geld nog steeds niet sneller door de leerstof heen? Ik kan er niet bij. Maar dat is waarschijnlijk direct de reden dat de Boxschool die we jaren geleden bedacht hebben nog steeds niet van de grond gekomen. Geen extra kosten, uitgedaagd worden om te versnellen, mogen excelleren ergens in, het past zo niet bij onderwijs, schijnbaar. Wij blijven het proberen, de Boxschool uit het moeras te trekken en wie weet komt het nog eens. De website is oud maar het idee is nog altijd sprankelend!

Op de Dag van de Hoogbegaafdheid 26 mei te Lent, wordt er een workshop gehouden over de Boxschool. Dit is de introductie:

“De Boxschool, Een uitwerking voor passend onderwijs vanuit de kwaliteiten van hoogbegaafde leerlingen. Twee hoogbegaafden, Johan Frentz en Willem Wind, hebben vanuit deze overtuiging een concreet plan gemaakt welke geschikt is voor het basis- en het voortgezet onderwijs. Belangrijkste elementen zijn het principe “klaar is klaar” en “grip hebben op het eigen leren”. Deze elementen komen ook steeds meer voor in het reguliere onderwijs. Is er dan nu wel ruimte voor een Boxschool?”

De parabel van de leerbal.

De schoolervaring van elke leerling kan gezien worden als het steeds vangen en gooien van een bal, staand buiten op een grasveld.
De leraren gooien de bal, een tennisbal in hun optiek en de ene leerling ervaart het ook als een tennisbal. Dit zijn de gewone, goede leerlingen.
Een andere leerling ervaart het als een basketbal. Het lukt vaak om die bal te vangen maar het is wat moeilijker.
De ‘slechtste’ leerling ervaart het als een medicijnbal. Een grote bal van minimaal 10 kilo. Met veel moeite, doorzettingsvermogen en wat geluk en ondersteuning kan een enkele leerling dat volhouden maar de meesten gaan naar een ander veld om daar hun tennisballen te ontvangen en te gooien.
Er zijn ook leerlingen die het ervaren als pingpongballen. Het lijkt alsof dat geen moeite hoeft te kosten. Het weegt nauwelijks iets en is makkelijk te hanteren. Maar probeer het maar eens op een grasveld, buiten… De wind blaast het af en toe weg, het stuitert in je handen en teruggooien is lastig, de leerkracht lijkt te ver weg, de wind blaast het opzij. Als je handig bent lukt het zo af en toe goed. Concentreren, precies goed doen en geen foute inschatting maken over allerlei irrelevante details. Dan lukt het meestal wel. Maar soms wil zo’n leerling gewoon een tennisbal krijgen of zelfs een medicijnbal. Je wordt moe van al dat gestuiter van die pingpongbal…
Soms bedenkt een leerkracht iets. Dan krijg je jouw gewone pingpongbal en 1 keer in de week een tennisbal. Die laatste is leuk als afwisseling maar je moet je elke keer weer aanpassen aan die andere bal..(plusklasje)
Een andere leerkracht stampt het pingpongballetje helemaal plat en klein en dan krijg je die.(compacten) Makkelijk want die stuitert niet meer zo erg. Maar het is ook wel erg weinig om mee te gooien. De leerling blijft iets missen. Hij/zij is gewoon te sterk om lol te hebben aan het gooien met een klein stukje plastic.
Een andere leerkracht heeft ook iets bedacht. Hij verzwaart de pingpongbal met bv een andere pingpongbal. Of hij plakt er veel tape omheen. Of hij doet er een staart aan. Leuk voor een eerste keer maar leren is toch een BAL ontvangen en teruggooien? Wat moet je met de rest? Even is het leuk. (verrijken)
Deze leerling kun je ook binnen plaatsen zodat de wind geen effect heeft op de pingpongbal. Je kunt hem ook een bat geven zodat het wat sneller gaat. En af en toe wat wimpels aan die pingpongbal toevoegen.(aparte klas, 6 jaar VWO)
Een enkele leerling doet alsof (of denkt dat) zijn pingpongbal een tennisbal is(soms zelfs als een medicijnbal). Na één keer blijven zitten in de eerste klas moet hij/zij met de kerst naar een andere school. Daar gooien ze in zijn/haar optiek met papierpropjes. Zijn/haar interesse in het leven nadert een dieptepunt.
Wat echt helpt is natuurlijk als leerkracht gooien met een tennisbal die bij die leerling dan ook aankomt als een tennisbal. Lekker buiten met alle andere kinderen die wellicht denken, zoals zij gooien met die medicijnbal, dat is niets voor mij maar…. zij hebben lol! (Aparte klas, zoveel jaar als nodig voor VWO, Boxschool, top-down)
Willem Wind, september 2008.

 

Slimme studenten

Slimme studenten presteren minder onder druk. Waaom?
Een andere invalshoek is die van contact maken met het domein waarin de vraag zich afspeelt.
Een hb’er kan zover afstaan van het ‘gemiddelde’ gedrag en de bronnen hiervan, dat het is alsof deze persoon van buitenaardse komaf is. Hij / zij is zich bewust van dit, in pincipe, onoverbrugbare verschil. Om een vraag op z’n waarde te kunnen inschatten, is kennis over het domein waarin de vraagsteller leeft nodig. Want dat domein, zo ook het maatschappelijke, is er één van de vele.
Nu is het in de basis niet moeilijk om bij mensen ‘in te loggen’ en hen te lezen. Maar zij bewerken hun realiteit om de vraag wat ‘moeilijker’ te maken zodat een correct antwoord ook onomstotelijk bewijs is dat de stof begrepen wordt. Maar welke kant op bewerken ze de realiteit? Dit kan op ontelbaar veel manieren. Dit
levert zoveel ruis op bij het ‘downloaden’ van de nodige brongegevens om helder te krijgen in welke bedding de vraag drijft, dat de kans te groot is om een antwoord te geven dat de vrager niet verwacht en dan dus als fout betiteld wordt.
Een hb’er laat dit gebeuren interacteren met zijn / haar werkelijkheden. Net als het zoeken van de juiste cijfercombinatie voor een relatief onbekend slot. Niet het beantwoorden van de vraag op inhoudelijke wijze vergt energie, maar het in elkaar puzzelen van zienswijzen, gedragingen, beweegredenen, etc.. Want het antwoord volgt vanzelf uit die gelegde puzzel.
Ik denk dat het bij hb’ers die veel ‘faalervaring’ hebben, de noodzaak en intenciteit voor het verkrijgen van die domeininformatie exponentieel meer van belang wordt. En de gedetailleerdheid van de benodigde informatie fijnmaziger; tot op het nano-niveau. En niet te vergeten dat het besef van de juistheid van die informatie duidelijker en groter moet zijn.
Vervolgens wordt de hb’er om een prestatie gevraagd. Veelvuldig in de cultuur die uitstraalt dat de vrager voorbereid is op de pogingen van de ondervraagde om die achtergronden helder te krijgen. Het is als een fort dat hermetisch wordt afgesloten waarna de vraag komt wat de precieze indeling en inrichting ervan is. Als de ondervraagde de roots van de vraag niet mag herleiden, wordt er geimpliceert dat het vraagstuk op zichzelf staat. Dat de vraag slechts 1 betekenis heeft. En dat de relevantie van het weten van het antwoord op die ene manier gekoppeld is aan het bestaan van de ondervraagde. De absurditeit van deze vooronderstellingen maakt dat de relevantie van de vraag verbrijzeld wordt; waarmee ook die van de prestatie op zich.
Hoe nu om te gaan met de situatie van verwachtingen? Ervoor zorgen dat die ophoudt. Iets doen waardoor de vraagsteller geen vragen meer stelt of conclusies meer trekt. Ongeacht de consequenties want die hebben toch geen waarde gezien de relevantie van de prestatie om zeep geholpen is. Het vacuüm is te groot om de situatie aan te houden. Weg … weg … en op weg naar zuurstof. Ademhalen terwijl de wereld niet weet waarvan.
Johan.

Hoogbegaafdheid, presteren en Mönks

Via ProWat help ik wel eens mensen die vermoeden dat ze hoogbegaafd zijn. En dan kom ik nogal eens tegen dat ook die mensen het woord hoogbegaafd associeren met presteren. Ze vragen zich dan af of ze wel voldoende gepresteerd hebben om de titel hoogbegaafd te mogen accepteren voor zichzelf. En als dat niet zo is, wat zijn zij dan? Een hoog-intelligente mislukking?
En wat te denken van de combinatie die Mönks legt. Is hij of zij dan wel vasthoudend en/of creatief. Want zonder dat kan een mens niet hoogbegaafd zijn, is de veronderstelling.
Met dit artikel wil ik proberen wat orde te scheppen in deze chaos. Laten we eens een prestatie bekijken gaan. Presteren is o.a. iets tot stand brengen volgens Van Dale en een prestatie is verricht werk. Dit zijn zeer algemene termen en je kunt dan zeggen dat ik presteer met dit artikel. Dat een huisvrouw presteert door de afwas te doen of het straatje te vegen. Maar ook de wetenschapper presteert en zet een prestatie neer. Gevoelsmatig is presteren dus meer iets unieks tot stand brengen zoals Einstein deed. Of Marten Luther King. Maar waar ligt dan de grens ergens? Is het behalen van een VO-diploma een prestatie of het vinden van voor jouw aangenaam werk? Ik kom daar niet uit. Welke prestatie is wel geldig voor een hoog-intelligent persoon om hoogbegaafd te mogen worden genoemd, om wel door jezelf als hoogbegaafd geaccepteerd te worden? Ik kan me voorstellen dat iemand met een zeer slechte schoolcarriere het een prestatie vind om toch nog de MAVO te halen. Maar ik kan me ook een ander persoon voorstellen die het een hele prestatie vindt dat hij/zij nog leeft. Ik denk dan ook dat presteren en een echte prestatie alleen te bepalen is door de persoon zelf er bij te betrekken. Een maatschappelijke prestatie die bepalend is om wel of niet hoogbegaafd te kunnen zijn is niet te omschrijven. En daarmee is er geen definiëring mogelijk over wie wel en wie niet hoogbegaafd is.
Een ander probleem is dat een hoog-intelligent persoon voor of tijdens die prestatie niet hoogbegaafd kan zijn. De prestatie moet nog beoordeeld worden. De vraag is daarbij wie dat dan gaat beoordelen en naar welke criteria. Daarbij rijst de vraag ook hoe lang een eerdere ‘top’-prestatie je het recht geeft op die titel, hoogbegaafd. Is dat voor altijd en is een wonderkind dan altijd hoogbegaafd of moet het wonderkind op 25-jarige leeftijd weer een prestatie neerzetten om hoogbegaafd te mogen blijven. En wie beslist daarover? We kunnen met ons allen daar wel een beslissing in nemen maar dat wordt een onderhandeling die zelfs de Belgische overheid de adem ontneemt..
Eenzelfde probleem ontstaat zodra je zegt dat een hoogbegaafd persoon ook vasthoudend en creatief moet zijn zoals prof. Mönks dat doet. Zonder deze twee eigenschappen is een persoon gewoon hoog-intelligent. Maar wanneer ben je creatief genoeg om je creatief te mogen noemen? Is dit artikel creatief genoeg. Volgens Van Dale is creatief: voortbrengend, scheppend. Ik heb een dergelijk artikel nog nooit gelezen dus ben ik scheppend en voortbrengend en dus creatief… Waar is de grens van creatief genoeg om hoogbegaafd te zijn? Moet het uniek zijn en hoeveel mensen moeten het prachtig vinden voor je jezelf creatief mag noemen?
Hetzelfde gaat op voor vasthoudendheid. Een notoire cynicus zei me eens dat zij niet vasthoudend was volgens haarzelf. Ik zei daarop dat zij haar vasthoudendheid uitleeft in het nee-zeggen. In het tegen de draad in gaan. Ook hier is Van Dale wat vaag en meldt dat vasthoudend o.a. het niet gauw opgevend, is. De hoogintelligente mens die ondanks een zeer moeilijke jeugd en slecht onderwijs met als resultaat slecht werk heeft is toch vasthoudend aan het leven, vind ik. En vasthoudend vind ik ook het kind dat domweg doorgaat op school terwijl het geen goede cijfers haalt, geen vrienden kan maken danwel houden en eigenlijk wel weet dat het in een spiraal naar beneden aan het gaan is. En dan toch maar naar school blijven gaan zonder enig gezeur. Zo vasthoudend kom ik andere mensen niet vaak tegen!
Wat moeten we dan toch met die koppeling tussen hoogbegaafd, presteren, creatief en vasthoudend? In mijn vele jaren dat ik actief ben en vele hoogbegaafden heb leren kennen valt me altijd op dat zij creatieve oplossingen hebben voor allerlei zaken, persoonlijk of werk. Ook valt me op dat ze zeer vasthoudend, zelfs richting koppig, kunnen zijn als zij een idee hebben hoe iets wel of juist niet moet worden gedaan of gebracht. En ik heb vaak gezien dat een hoogbegaafde een persoonlijke prestatie kan neerzetten waar je u tegen moet zeggen. Niet wereldschokkend maar wel voor die persoon van zeer hoog niveau.
En toch komt hier de discussie vaak op terug. Ben ik wel goed genoeg bezig om mezelf hoogbegaafd te mogen noemen? Doe ik die titel wel eer aan?
Ik ben tot de conclusie gekomen dat het probleem bij de hoogbegaafde zelf zit. Die is zo goed in staat om prestaties te relativeren, creativitet enkel toe te schrijven aan God of Allah en vasthoudendheid enkel weggelegd zien voor Nelson Mandela, dat ik zeker weet dat elke hoogbegaafde vasthoudend is! Een dergelijke constante zelfminachting is toch echt wel een bewijs. En ik weet zeker dat elke hoogbegaafde creatief is want dat moet je wel zijn om zo te kunnen relativeren en om te gaan met begrippen. En daarmee pleeg je ook een prestatie zich eigenlijk wereldschokkend is: Een hoog-intelligent wezen die meent dat hij/zij eigenlijk niets kan… Als dat geen prestatie is, dan weet ik het ook niet meer.
En wat te denken van de prachtige redenaties over IQ-testen? Als je die zo makkelijk maakt dan is het ook wel logisch dat ik zo hoog scoor. Ik heb er zelfs een foutje in gevonden… Of deze, een IQ-test is natuurlijk waardeloos want het is allemaal kennis en als je op school goed was dan haal je die test toch zo? Of de redenatie dat die psychologen er een potje van maken of dat de controlegroep voor het bepalen van de score niet goed zou zijn. etc, etc, etc…
Mijn conclusie is al jaren dat je hoogbegaafd bént als je scoort of zou kunnen scoren bij de hoogste twee procent op een standaard IQ-test. En als je hoogbegaafd bent en het voor jezelf geaccepteerd hebt, kun je presteren, dan kun je creatief zijn en vasthoudend. En als je eerlijk kijkt naar jezelf en echt weet hoe anderen deze zaken bekijken, dan weet je zelf heel goed dat je eigenlijk altijd creatief en vasthoudend bent en dat je echt wel op niveau presteert, zeker als je je eigen omstandigheden in achtneemt.
Mijn advies aan een hoog-intelligent persoon is altijd: gedraag je als een hoogbegaafde die creatief ís en vasthoudend ís en daardoor ook prestéert en verbaas je over jezelf!
En dat heet dan zelfvertrouwen hebben…: )
Willem Wind.

Focus op verschil in belevingswereld

Ik denk dat de focus bij het beter omgaan met hoogbegaafden moet liggen op het verschil in belevingswereld. Hb-ers wordt vaak ‘verweten’ dat zij sociaal-emotioneel onvolwassen zijn terwijl naar mijn mening het omgekeerde het geval is. Zij beleven zoveel gevoelens en emoties dat ze deze aanvankelijk niet eens kunnen benoemen. Wat bedoeld wordt, is dat hb-ers zich niet doorsnee gedragen. Weinig geduld voor social talk of ‘gezelligheid’ maar meteen tot de kern van de zaak komen. Zij worden als behoorlijk confronterend ervaren. Volwassen hb-ers proberen daar mee om te gaan. Hb-kinderen kunnen dat niet en worden als onaardig, gevoelloos en asociaal gezien terwijl ze juist zo’n groot hart hebben.
In de huidige onderwijswereld is het nog steeds hoofdzakelijk eenrichtingverkeer. Er is een beweging van docent naar leerling maar andersom gebeurt er nauwelijks iets. Het gaat om reproduceren, niet om inspiratie, kennis en wijsheid. Daarnaast speelt  het tempo een grote rol. Hb-ers leren veel sneller, doorzien verbanden veel sneller en zijn sneller teleurgesteld omdat de uitdaging waarop gehoopt was, uitblijft. Als anderen bepalen wat de uitdaging van een hb-er is, gaat het mis.
Als een kind niet gemiddeld is, wordt vrijwel standaard uitgegaan van een achterstand. Er wordt niet of nauwelijks rekening gehouden met een ontwikkelingsvoorsprong waardoor de school totaal niet aansluit op de belevingswereld van het kind.
Welk type onderwijs of welk type activiteit je ook ontwikkelt voor hb-ers: leer hen omgaan met het verschil in die belevingswerelden. Zodat zij niet steeds maar weer het gevoel krijgen zich aan te moeten passen. Om te voorkomen dat ze onnodig op hun ziel worden getrapt, achterdochtig en wantrouwend worden naar de wereld en niet meer zien of voelen dat andere mensen oprecht het beste met hen voorhebben.
Ineke Kouwenhoven