Teveel keuze.

Anoniem

Nu zit ik hier in een totaal vreemde omgeving, ver weg van mijn familie. Ik wilde zo graag rechten studeren, net zo graag als ik een aquarium wilde, 2 woestijnratjes helemaal het einde vond en altijd al een kat wilde hebben. Nu zou je denken dat ik gelukkig ben, na alles te hebben wat ik zo vurig gewenst heb. Niets is minder waar! De woestijnratten worden al sinds week 2 verzorgt door mijn man, zo ook het aquarium. De kat die vraagt wel om aandacht, wat ik haar dan ook wel geef. Maar vraag me niet om de bak te verschonen, want dat is toch echt geen taak voor mij. Na enkele weken studie heb ik ook hier de brui aan gegeven en ben ik al weer op zoek naar een andere uitdaging. Steeds moeilijker wordt het om dit te vinden, niet omdat er zo weinig interessants is, integendeel! Omdat ik met de wetenschap leef dat ook de studie die er nu zo uitdagend uitziet, waarschijnlijk na een aantal maanden niet interessant meer is. En om nu mijn hele leven te hoppen haalt ook weinig uit. Dan weet je van alles een beetje, maar uiteindelijk weet je niets. Waarom kan ik dan met die gedachte in mijn hoofd niets afmaken? Je zou toch denken dat iemand bewust van haar valkuilen juist weet hoe deze het hoofd te bieden. In het echt valt dit vies tegen. Ik weet dat ik over voldoende intelligentie beschik en genoeg capaciteiten heb om een goede baan te ambiëren. Maar zonder papiertje gaat niemand mij aannemen. Dus werk ik maar tijdelijk in een callcenter, waar het bloed me onder de nagels wordt gehaald door de slechte organisatie, waarvan ik weet dat met een aantal aanpassingen veel verbetering in kan komen. “Ga daar dan iets mee doen”, proberen mijn vrienden en mijn ouders mij, tot grote ergernis, te vertellen. Tot grote ergernis, omdat ze onderhand ook niet meer weten wat ze mij moeten vertellen. Iedere week heb ik een ander idee, een andere uitdaging gevonden, die uiteraard ondersteund moet worden door de bijbehorende opleiding. Iedere week maak ik het oh zo een goed idee van de week ervoor teniet en heb ik weer een ander idee waar ik helemaal vol van ben en wat op dat moment het einde is. Zo vermoeiend voor de mensen om mij heen, vermoeiender nog voor mijzelf. Ik wil zo graag eens iets afmaken, zodat ik een papiertje heb en daarop verder kan borduren. Nu heb ik dus gekozen voor een vrij brede studie, in de hoop deze wel af te maken. En de hoop dat ik hier straks ook blijvend een uitdaging in ga vinden. Want als ik straks mijn opleiding af zou hebben, dan is ook het vinden van een interessante baan een lastig punt. In eerste instantie is alles leuk, uiteindelijk ben ik snel verveeld en opzoek naar iets anders. Of ik zal het moeten zoeken in de uitdagingen die ik ernaast kan doen. Zoals bijvoorbeeld het schrijven van een column. Iets wat ik al langere tijd wil doen, maar waar ik nooit aan toe gekomen ben. Zal dit dan de eerste zijn?

(reactie)
Van alles een beetje.
Van alles heel veel is te veel en kan ook niet een beetje.
Ook al ben je hoogbegaafd.
Het kan niet worden gebruikt als excuus voor desinteresse.
Gelijkend een angst voor tunnel visie, voorzien met het mooie
breedbandig spectrum waaraan je jezelf bevestigd durf je de diepte
niet in.
Een vrees dat je jezelf zult verliezen.
Zo de compositie van je werkelijkheid voorziet in zelfzekerheid maar
niet in continuiteit zit je vast als een pluisje op een klitteband.
En daaraan voorbij?
Laat je ja een JA! en je nee een NEE! zijn.
Hoofdzaken worden bijzaken met het karakter van continuïteit.
Breed en zwaar zo als je dragen kunt.
Daaraan voorbij wil je alleen rust, genieten, slapen en een hobby.
En nu is het bed tijd.
Weltrusten Tim

(reactie)
Erg herkenbaar, ik heb het afgelopen jaar een dagboek bijgehouden en daarin staan zeker 50 ideeën. De meeste slaan op mijn zoektocht naar een nieuwe uitdaging. Maar er staat van alles tussen. Ik heb jaren eerst als architect en daarna als stedenbouwkundige gewerkt, wel mijn studie afgemaakt, dus.
Maar nu toch weer uitgekeken op mijn vak, en op zoek naar iets nieuws. Sinds een paar maanden lid van Mensa. Misschien brengt dat mij op een nieuw spoor.
Tips heb ik dus niet. Misschien toch wel: dwing jezelf om af te maken waaraan je begint. Leuk of niet leuk, jammer dan. Afmaken en goed nadenken wat je daarna wilt doen. Sterkte!
Met vriendelijke groeten, Marilene

(reactie algemeen)
Vroeg of laat hebben we er allemaal mee te maken, met de gezondheidszorg. Dat het niet werkt, zoals het nu werkt, dat is bijna iedereen nu wel duidelijk.
En waarom niet? Zijn we in de specialisaties misschien te veel afgedwaald? Als ik naar de psychiatrie luister, dan lijkt me dat wel.
“Hoogbegaafdheid? Waarom zouden wij daar aandacht aan schenken, wij zijn er voor de ziektes, en daar hoort hoogbegaafdheid niet bij. Dus daar weten wij niets van. Als u wilt weten waarom gedrag door hoogbegaafdheid afwijkend is, dan moet u dat maar aan een psycholoog vragen.” Wij kunnen alleen maar het stempel “ziek” geven. En dat doen we dus. Dat is ongeveer wat je te horen krijgt, van de officiële instanties.
Anna

De golf

Willem Wind

Elk jaar tegen de Kerst en tegen de vakantie is het weer zover. Al sinds ik bezig ben met hoogbegaaafdheid, pak en beet 10 jaar zijn dit de periodes dat allerlei ouders hulp vragen voor meestal hun zoon en soms een dochter. Soms werkt de school mee, soms praat de school mee maar doet weinig tot niets, het eindresultaat is hopelijk een plek op een Leonardoafdeling, thuisonderwijs of een erg vervelende basisschooltijd. En dan maar hopen dat het kind nog energie genoeg heeft voor de rest van zijn of haar jeugd.
Elk jaar verwonder ik mij ook om twee zaken. Dat de school in kwestie meestal nooit eerder hoogbegaafde leerlingen heeft gehad, zeker niet zonder bijkomende kwalen als autisme, ADD, ADHD of een stevige persoonlijkheidsstoornis. En dat de school het wel moeilijk vindt om hier mee wat te doen want er zijn nog zoveel andere kinderen. Alsof dit kind dan wel geslachtofferd mag worden wegens incompetentie. Als je eerst een hoogbegaafd kind behandelt en begeleidt als een hoogbegaafd kind en als dat allemaal op orde is mag je pas voorzichtig eens kijken of er ook nog andere problemen zijn.
De ouders zijn vaak de tweede ‘verrassing’. Hoogbegaafdheid is erfelijk en dat weten ze vaak wel. Dus ook bij hen vaak een heftige reactie op dit nieuws. Maar ook zij gaan er mee om alsof hun kind de enige is, dat het anders zelden of nooit moeilijk gaat. Dat zij de uitzondering zijn. En dat elk halfjaar…

Mijn wens is dat deze halfjaarlijkse oprisping van mijn telefoon en mailbox eens een keer stopt. Daarvoor is nog veel nodig ondanks de nu bestaande kontakten en open verhalen zoals hier bij de ‘uit de kast verhalen’. Wat nodig is is een infrastructuur zodat het kind zich niet meer alleen voelt. Dat het zichzelf leert kennen en vervolgens weer kan gaan leven. En in ieder van ons zit nog wel een kind.

Simpel toch?

Willem Wind

Mijn zoontje had nogal eens problemen met het halen van wat boodschappen bij een winkel hier in de buurt. Ik snapte dat niet goed want hij roert zijn mondje goed, hij weet waar de winkel is en kent de mensen daar. Wat is nou het probleem, soms? Het is zo simpel…
En toen zag ik het opeens door zijn ogen. Hij ziet o.a. deze elementen:
* ik kom thuis met de boodschappen
* ik vergeet het geld of het lijstje en merk dat pas daar
* ik val van de fiets
* er is iets niet te vinden en wat moet ik dan meenemen?
* de winkeljuffrouw wil me niet helpen
* ik kom enge mensen tegen en weet niet wat ik dan moet doen
* ik ga alleen en zal nergens geen hulp of steun bij krijgen

Een korte opsomming, ik zag niet alles maar als voorbeeld is het genoeg zo. Als je dit lijstje bekijkt dan is het een kans van 1 op 7 dat het lukt met dat boodschappen doen. Dus een kleine kans en ook nog eng zodat het beter is om er onder uit te komen. Zoveel geluk kan ik niet hebben, tenslotte.
Deze gedachtengang is natuurlijk niet goed want de kans dat het lukt is 50%. Het lukt wel of het lukt niet. De manieren van ‘niet lukken’ mag je natuurlijk niet meetellen in het resultaat. Een gebrek aan kennis van statistiek kun je concluderen. Het is vergelijkbaar met het gevoel dat je hebt als je al tweemaal een 6 hebt gegooid met dobbelstenen. Bij de volgende worp heb je erg weinig kans om een 6 te gooien, zo denk je al makkelijk. Maar dat is absoluut niet waar, dobbelstenen hebben geen geheugen! Elke keer is die kans 1 op 6….

Wat ik hiervan opsteek is dat toe-te-passen kennis erg belangrijk is voor hoogbegaafde kinderen maar ook voor volwassen hoogbegaafden. Vooral hoogbegaafden kunnen zoveel details in een complexe setting zien dat ze zonder voldoende kennis er eigenlijk niet over zouden mogen nadenken. Maar ja, dat denken doen ze toch wel. Wat ik kan doen is laten zien, vertellen en voorleven hoe om te gaan met complexe situaties en daarin veel details. Ik kan zeggen dat hij 50% kans heeft dat het wel lukt en dat daarom de poging belangrijker is dan het resultaat. Dat resultaat, boodschappen in huis kunnen we ook overdoen, een weigering om boodschappen te doen is een doodlopend pad die er ook nog eens voor zorgt dat hij een volgende keer nog liever op dat doodlopende pad terecht wil komen. Deze kennis aandragen helpt erg goed, vooral als hij ook wat snoep mag kopen als beloning…:)

De piano

Willem Wind

De piano en ik hebben wat met elkaar. De piano staat geduldig in ons huis te wachten en ik speel in mijn hoofd regelmatig de boogie-woogie op dat ding.
En dat geeft te denken. Waarom kan ik het in mijn hoofd zo goed en is het in het echt dat we onverzoenlijke vijanden van elkaar zijn? Een aardige zienswijze is wellicht dat ik in mijn hoofd die zaken perfect kan waarvan ik in de realiteit al van mijn jeugd zeker weet dat ik dat dus net niet kan. Ergens denk ik dat dit een soort vervangende zingeving is aan mijn gevoel van frustratie. De piano frusteert mij niet maar geeft mij wel de mogelijk om dat gevoel te duiden.

Ik ben hoogbegaafd en denk dus na. En dit geeft reden om een stap verder te gaan. Waar komt van orgine dat gevoel van frustratie dan wel vandaan? Ik heb steeds meer het idee dat dat gevoel ontstaan is omdat ik vrijwel altijd moet filteren wat ik zeg, hoe ik mijn lichaam bestuur, hoe ik mij uit naar buiten toe. De ik in mijn hoofd kan ik niet zomaar loslaten in de maatschappij. En dat zal niet erg zijn als het verschil niet zo groot is. Mijn ik snapt veel zaken niet. Dat mensen zo moeilijk doen over ziek zijn en doodgaan of dat ze een ruzie uit de hand laten lopen. Dat mensen in staat zijn om iets geisoleerd te bekijken en daar ook nog eens vergaande conclusies aan durven te verbinden. Zeker als mij dat ook aangaat. Ik snap veel niet. Ik ben holist.

Ik leef lang genoeg om het te snappen. Ergens in de periferie van mijn brein snap ik alles echt wel. Dat is niet zo moeilijk. Maar het frustreert enorm als ik dit alleen al schrijf en dat is weer een teken aan de wand. Als je dit van jongsaf overkomt en frustreert dan wordt het een stevig aanhangsel van mijn persoon. De frustratie van het niet mogen zijn wie je bent.

De piano is een onschuldige vervanging. Die kun je het niet kwalijk nemen. De echte oorzaak is nauwelijks te veranderen want ik behoor tot een minderheid die niet gewaardeerd en daardoor genegeerd wordt. Als ik dat als oorzaak te lang voor mijn ogen heb, draai ik door. Maar soms, soms is het goed om even weer te weten waar de echte oorzaak ligt. Even de zaken scherp zetten om te zien of er nu een begin van een oplossing te vinden valt. Ik geloof in ‘t Peerhoes als begin voor velen. De frustratie zal bij mij blijven maar ook de piano. Wij kunnen opeens weer door één deur want we hebben elkaar nodig. Hij heeft een mooie, droge plek en wordt onderhouden en heel soms bespeelt door bezoekers en ik… ik speel de boogie-woogie wel in mijn hoofd en ben gelukkig.

reacties

Erkenning en herkenning

Volgens mij is het een vrij simpel proces, wat desalniettemin frustrerend kan zijn, zeker als je niet een hokjesgeest hebt.

Erkenning is volgens mij een basisbehoefte van ieder mens, of je nu hoogebegaafd bent of niet. Erkenning gaat vaak gepaard met herkenning, kijk maar naar deze site. Het herkennen van elkaar, het jezelf herkennen in elkaar, geeft een gevoel van erkenning, ik mag er zijn, ik ben niet alleen, er zijn er meer zoals ik! Daarmee vormt zicht een groep waarbij je prettig en veilig voelt, het steunt je eigenwaarde. Het kan je een stuk zekerheid geven, waar je je misschien altijd onzeker hebt gevoeld door het feit dat je afwijkt. Iedere groep heeft zo zijn eigen kenmerken, code’s en cultuur. Iedere groep heeft daardoor echter ook direct een afscheiding naar degenen die buiten die groep vallen, degenen waarbij je je niet (h)erkend voelt. De vraag is; als je hen niet herkent in jezelf, erken je hen dan wel of doen we uiteindelijk allemaal hetzelfde, afstoten en bekritiseren?
Veel mensen gaan zo op in de veiligheid die een groep biedt, dat iedereen die daarvan afwijkt eigenlijk gezien wordt als bedreigend, lastig en frustrerend. Afwijkende mensen roepen vaak gevoelens op van onzekerheid en de wortel daarvan is angst. Veel mensen hebben angst voor verandering. Iemand met andere gedachtes en gewoontes of een ander uiterlijk accepteren, gaat samen met het ter discussie moeten stellen van het als waarheid veronderstelde binnen de eigen groep. Het gaat samen met het ter discussie moeten stellen van je eigen waarheden en dat is voor velen doodeng, want daarmee komt de (h)erkenning binnen de eigen groep op losse schroeven te staan.

Ik denk dat in dit kader de behoefte aan (h)erkenning een frustratie wordt op het moment dat je daarbij tegen een grens opbotst van een andere groep mensen die vanuit eenzelfde behoefte aan (h)erkenning die grens hebben bepaald. Volgens mij kun je alleen de grens over als je bij de ander de angst weet weg te nemen en ik denk dat erkenning van de ander daarbij een eerste stap kan zijn.

Sjonge, ik kan het best aardig op een rijtje krijgen in mijn hoofd, nu nog uitvoeren. Wat vind jij Willem, zullen we met z’n allen niet om die piano heenlopen, maar er gewoon achter kruipen en beginnen? Frustratie kan immers een reden zijn tot harder werken en tot vorderingen. Soms moeten we les nemen, het is niet erg als niet alles vanzelf gaat en geen schande om niet overal goed in te zijn.

W’tje

Willem Wind

Een rustige jeugd heb ik gehad, zou je kunnen zeggen. De basisschool door gedroomd en met een verrassende Cito toch naar de Havo/VWO brugklas. Daar heb ik slechts de herinnering aan dat ik mijn vinger er maar niet achter kreeg wat daar gebeurde. Niet dat ik veel moeite er voor deed, overigens. Zij waren bezig en ik ook maar het was niet dezelfde weg. Na de brugklas nog een keer geprobeerd te hebben mocht ik met de Kerst naar de Mavo. Mij maakte het allemaal niet zoveel uit. Ik wist toch al niet waar ze mee bezig waren..
De Mavo afgemaakt op mijn gemak en daarna de MTS gedaan. Ook daar droomde ik wat doorheen alhoewel de techniek me wel wat meer interesseerde. Overal had ik wel één of meer vrienden maar ik heb nooit het gevoel gehad contact te hebben. Niet dat ik daar naar zocht, overigens. Terugkijkend is eenzaam wel een goed woord.
Daarna in militaire dienst waar ik op het laatst veel ‘ziek’ was en waar weinig gebeurde. Ik was daar ook niet in ritme met de andere jongens, zeg maar.
Werk zoeken was daarna erg moeilijk. Er was veel werkloosheid en MTS bleek opeens niets waard te zijn. Tenslotte maar avond-VWO gedaan op mijn slofjes en daarna de universiteit Twente geprobeerd. Ook daar snapte ik niet echt waar alles om ging en in tegenstelling tot de andere opleidingen zou het daar wel nuttig zijn geweest. Halverwege het seizoen moest ik stoppen en wilde ik dat ook graag. Meestal had ik geen idee wat daar gebeurde. Ik heb er wel leren werken met Turbo Pascal. Dat snapte ik opeens..:)
Na wat her en der werk maar een eigen zaakje opgezet en wat geld daarmee verdient. Op dat moment kwamen ook de kinderen en op een moment zag ik een oproep om mee te doen aan de testronde van Mensa. Geen idee wat het was maar ik belde en ging. Na een paar borrels ed. moest ik even tijd nemen voor heroriëntatie. Met mijn kinderen ging het moeizamer op school en langzamerhand ging ik me meer verdiepen in hoogbegaafdheid. Een paar boekjes geschreven, wat bestuurswerk gedaan, een stichting opgezet welke nu nog steeds een marginaal leven leidt, allemaal op het terrein van hoogbegaafdheid.
Ik ben nog steeds ondernemer en enthousiast voorvechter voor hb-ers. Mijn kinderen stimuleren me nog steeds en al met al gaat het langzaam aan, met erg kleine stapjes allemaal wat beter. Wat ik mis is contact met andere hb-ers. Ik werk wel met eentje en ik ben getrouwd met een ander maar die ken ik al zo lang… Als ik hb-ers zie en contact met ze heb is een avond zo voorbij, nog steeds en ik heb steeds het gevoel dat er vrijwel niets is gezegd. Er had, er moest nog veel meer gezegd worden maar daarvoor zijn we dan te moe, fysiek.
Vroeger en nu nog zeg ik vaak dat ik me verveel. Dat betekent voor mij dat ik weer eens niets heb om over na te denken. Als ik zeg iets niet te snappen, betekent dat voor mij dat ik het wel snap maar totaal irrelevant vind. Daar gaat het niet om in het leven, zeg maar.
Ik denk dat ik holist ben in een wereld waar ze niets daarmee aan kunnen vangen. Soms proberen ze een aantal zaken te koppelen en vinden ze zich enorm holistisch bezig. Ik snap dan nog niet waar het ze omgaat, wat ze willen.
 Willem Wind

Willem Wind uit de kast

Ja die kast… Een leuk verhaaltje kan ik vertellen over mijn kast. Niet dat ik er bewust in zat of wilde zijn. Mijn gezin woonde jaren terug in Hattem,een klein stadje van ons kent ons. We wilden meer kontakten met hb-ers, we waren er net achter, zeg maar. Lastig dat ik nu je lichaamstaal niet kan zien, ik zou mijn verhaal er bij aanpassen en kan dat nu niet. Om bekendheid te geven aan ons initiatief stuurde ik wat letters naar het lokale krantje en die kwam terug met een man die een klein interviewtje wilde. Dat kan natuurlijk. En daarna kwam iemand die een klein fotootje kwam maken want een plaatje hoort er bij, zei ie…. Ik maakte me geen zorgen, het was allemaal klein en wat zou er kunnen zijn dat opvallend was. Nou… toen de krant uitkwam zag ik mezelf groter dan levensecht in de krant staan met een lang artikel. Zoals ik altijd doe bedacht ik me te emigreren dan wel te immigreren mocht het nodig zijn. Dacht al aan Zeeland of Limburg. Nieuw Zeeland… Maar de reacties waren neutraal tot zeer positief! Echt leuk omdat men me nu beter snapte, denk ik. Ik had een kinderdagverblijf in Hattem(www.fkn.nu) maar daar heeft het totaal geen effect op gehad. Er werd veel over gepraat begreep ik later, we waren de eersten.., maar ik heb er alleen maar plezier van gehad. We hebben er leuke contacten aan over gehouden maar de reactie van de marktkoopvrouw vond ik het liefste. Daar kocht ik elke woensdag vlees en ze zei: Het valt niet altijd mee om hoogbegaafd te zijn, geloof ik, he? Nou, zei ik, niet echt nee…. Maar soms ook wel, hoor. De meest kritische reacties kwamen toch van de hb-ers zelf. Die voelden nattigheid, zeg maar. De gewone man en vrouw had niets met mijn uit de kast komen.
Willem Wind

Ik wil wat doen

Willem Wind, 2011.
Ik wil wat doen maar dat is lastig! Ik doe al veel maar effect heeft het nauwelijks. Doen is zo gerelateerd aan effectiviteit voor mij dat doen ansich niet voldoende is.
De laatste tijd moet ik steeds maar denken aan een voettocht door Nederland. Een voettocht om hoogbegaafdheid onder de aandacht te brengen want zeer velen kennen het woord en verwachten nooit zo iemand te zien. Bijvoorbeeld bij de geestelijke gezondheidszorg, bij de psychiaters, de psychologen, de jeugdhulpverlening, de kinderbescherming maar ook op veel scholen voor het bijzonder onderwijs, in de politiek, op de werkvloer. Men kent nauwelijks hoogbegaafden.
Er wordt veel gedaan, zo lijkt het maar een actie op het internet, via een forum oid is ook snel gedaan. Velen komen even kijken en doen soms ook even mee maar daarna is het weer duidelijk: er is een te grote kloof tussen mijn werkelijkheid en die waar ik even in rond heb gelopen. En dan taant de belangstelling weer en sterft een leuke actie een stille dood. Hoe is dit te doorbreken?
Ik zag voor een tweede keer de film Milk. Milk was een homoactivist die na jaren in de kast te hebben gezeten, de eerste democratisch gekozen openlijk levende homosexuele volksvertegenwoordiger werd in Amerika. In de loop van de film ging het over een krachtige tegenbeweging, geleid door een vrouw, die geen homosexuelen duldde in Amerika. Desnoods werden ze allemaal gedeporteerd. Deze vrouw kreeg veel aanhang en alle vooroordelen over homo’s werden breed uitgemeten maar Milk en zijn groepje gingen daar dapper tegenin. Wat het verschil maakte was een scene, toen alles leek tegen te zitten, dat Milk iedereen opriep om zichzelf als homo bekend te maken bij familie en vrienden. Iedere amerikaan moet een homo kennen en als wij het niet vertellen, wie dan?? Een jongen in een hangstoel merkte op dat zijn vader het nog niet wist. Milk pakte een telefoon en zei: het is niet anders, bel je vader en vertel het hem.
Steeds meer heb ik het idee dat dit ook een probleem is bij ons. Kent iedere nederlander wel een hoogbegaafde in zijn of haar omgeving? Weten onze ouders het? Weten onze vrienden het? Wie vertelt hun dat wij er zijn??
Ik wil wat doen. Ik ben volop bezig in mijn hoofd, op mijn computer, in mijn huis. Maar ik ga niet naar buiten… En daar is het leven waar ook ik niet in stap.
Hier in België hoor en zie je vaak mensen die op voettocht gaan naar een heilige RK plaats om daar te bidden. Tijdens die voettocht overdenken ze het en hun leven en komen ze terug bij hun bron.
Ik wil wat doen en ik ga een voettocht doen. Grote woorden voor iemand die niet van lopen houd. En als ik erover nadenk vergt het meer dan enkel mijn huis  uitstappen. Hier is veel voorbereiding voor nodig. En geld want lopen is tot daar aan toe, slapen in een tentje is voor mij een brug te ver. Ik denk dat ik eerst hier een pagina maak waarop ik de voorbereidingen kan maken. Eerst maar even nog het vertrouwde doen en bij leven kan ik dan in mei 2011 of 2012 mijn tocht maken. Loop jij ook mee een stukje in jouw buurt?
En zeg tegen iedereen die je kent: ik ben hoogbegaafd! Want als jij het niet doet, wie doet het dan wel?? Zie voettocht