Jacqueline

Op dit moment zit ik verhalen van anderen te lezen. Ik zit zelf nog tussen, me heerlijk voelen omdat ik weet waar het aan ligt tot het treuren om gemiste kansen en onbegrip, in. Onbegrip van anderen maar ook zelf snap ik het nog niet allemaal. Ik zou hier graag even van me afschrijven. Veel van wat er in mijn leven als ‘raar gelopen’ is bestempeld, is voor mijzelf wel op z’n plek gevallen. Toen ik heel klein was kon ik al legpuzzels maken (volgens mijn moeder 1.5 a 2 jaar) en kon me al vroeg goed verwoorden en veel herinneren. Geen peuterschool gedaan. Kleuterschool wel wat vriendjes vanuit de buurt maar had wel altijd gevoel dat ik nooit echt vriendjes en vriendinnetjes had. Lagere school werd dat alleen maar erger. Ik ben best sociaal en redelijk extravert maar ik liet mij steeds vaker terugzakken omdat ik gepest werd. Ik was slim en kon veel dingen goed met name sporten. Als ik gepest werd hield ik dat heel lang vol tot ik de bom barstte en dan pakte ik iemand heel stevig vast. Zo werd ik Jacqueline die altijd knijpt. Ik doorliep de school vlot maar sloeg geen klas over o.d. met een zeer goede cito kreeg ik advies havo/vwo. Tot 4 vwo nooit echt veel gedaan. Door het pesten op lagere school grote mond aangemeten en me altijd aangesloten bij de populairste van de klas (de recalcitranten). 4 vwo opnieuw gedaan. 5 vwo weer niets gedaan. Van school gewisseld, 5 en 6 vwo in een jaar. Gezakt. Uiteraard want ik deed nog steeds niets. Jaar erop opnieuw examen in de vakken die ik daarvoor nog niet had gehaald. En geslaagd. En toen?? Tja ik vond en vind alles leuk. maar ik had in mijn dorp ook een hele hechte vriendengroep (uiteraard populair maar er niet bij passend) dus wilde niet te ver van huis studeren. Want ja wel naar een Universiteit, ik had tenslotte vwo. Psychologie was in Amsterdam en dan kreeg ik veel wiskunde het eerste jaar. Daar vond ik niets aan, dus deed er niets aan, dus was er niet goed in. (statistiek was ik wel goed in maar dat zorgde toch niet voor de keuze psychologie, wat ik nu als een van mijn gemiste kansen zie) dus rechten. Kinderrechter wilde ik worden want ik ben gek op kinderen en hun manier van denken en doen. en op hulp en advies bieden aan mensen. Een prachtige combi dacht ik. maar al snel was de lol eraf. Nederlands recht was niet wat ik ervan verwacht had. Bovendien kwam er een familieprobleem bij waar ik het eerste jaar veel tijd aan kwijt ben geweest zowel praktisch als psychisch. Ik kan nooit iets opgeven en na een nieuwe stroeve start voor de 2de maal aan mijn propedeuse vond ik wat maatjes waar ik mee studeerde en omgang vond. Inmiddels mijn huidige vriend ontmoet en mijn ‘hechte’ vriendengroep verloren. De jaren die volgden zijn er geweest van hele leuke tot hele vervelende perioden. Mijn vriend heeft een hele zware burn out gehad van een paar jaar en is daar eigenlijk sinds 1,5 jaar pas goed uit. Zelf heb ik tijdens studie meerdere malen niets gedaan behalve gewerkt. Dit waren vrijwel nooit banen die met mijn studie te maken hadden. Altijd maar voor spek en bonen. Nooit ergens op zn plaats. Wars van autoriteit, onrecht, saaiheid. In de periode dat ik mijn studie echt af wilde gaan ronden overleed mijn vader. Dat was weer een behoorlijke rem op een en ander. Toen ik uiteindelijk in 2006 mijn studie afrondde dacht ik het lek boven te hebben. Maar niets was minder waar. ik had op dat moment een fulltime baan bij een internationaal chemisch concern als administratief financieel medewerker. ik kreeg via een W en S bureau een baan bij een gemeente aangeboden. Juridisch adviseur. Dat moest em gaan worden. maar na een afrondend gesprek met de gemeentesecretaris en een mondelinge toezegging te mogen starten werd dit uiteindelijk toch afgeketst. Mijn baan was al opgezegd. Ik ben toen na 2 maanden bij het W en S bureau zelf aan de slag gegaan. Maar ook dit is niets geworden. In deze 2 jaar dat ik daar werkte heb ik wel een loopbaantraject gevolgd. Daarin kwam naar voren dat veel van wat ik tot dan toe had gedaan eigenlijk niet bij mijn persoonlijkheid en interesses past. Aan de hand daarvan ben ik gaan lezen en zoeken en kwam uiteindelijk op een aantal sites over HSP en HB. Ook omdat mijn vriend in ieder geval HSP is. Daar las ik het, dat ging over mij! Ik heb tests op internet gedaan waaronder de Mensa thuistest. Deze had ik snel af maar nog niet opgestuurd. Allerlei internet tests geven vaak aan dat ik een iq van ongeveer 140 heb. Maar dat vind ik niet belangrijk. Wat mij heel erg bezig houdt zijn de kenmerken waarvan er heel wat op mij van toepassing zijn. Ik heb met een coach nu dingen meer op een rijtje gezet. Ik heb inmiddels besloten mijn voorkeur om met jeugd te werken na te streven. Bijvoorbeeld gaan lesgeven, of analyseren en begeleiden of in een dergelijke omgeving bezig zijn met optimale situaties voor hen te creeren zoals de juiste studiekeuzes kunnen maken op grond van persoonskenmerken. Ook zou ik graag weer een studie oppakken. Het lijkt me in ieder geval heerlijk om het gevoel te gaan krijgen dat ik met mijn eigen HB situatie weg weet en het kan gaan gebruiken in rest van mijn werk en leven. Gaat wel lukken.
Jacqueline

Helmi van der Helm

Ginovoja
Het onzinnigste dat wij al sinds onze geboorte aanleren is de kunst van het aanpassen. Onze trotse ouders willen niets liever dat hun kind later tenminste door de maatschappij als ‘normaal’ zal worden gezien. Tenminste, want nóg liever willen zij dat hun nazaadje zal uitblinken en de maatschappij het later als een ‘beroemdheid’ zal insluiten. Zeker, zult u denken, maar allereerst zullen die ouders het kind gelukkig willen zien, want niets gaat boven het geluk.
Voor heel even ga ik hierin mee: als kind van liefdevolle ouders die jou al het geluk gunnen, neem je alles van hen aan, omdat zij (in de ogen van een kind) autoriteit uitstralen en jouw rugzakje zullen volstoppen met allerlei goede en nuttige zaken – misschien zit er zelfs wel wat lekkers bij – opdat jij de juiste weg zult volgen. De weg naar het geluk.
De weg naar het geluk? Bestaat deze weg werkelijk of is het een wensdroom? Hoeveel mensen van boven de twintig voelen zich oprecht gelukkig? Ik vermoed een minderheid, omdat de meesten niet eens weten wat geluk voor hen betekent. Als mijn vermoeden klopt, dan hebben verreweg de meeste ouders – weliswaar goedbedoeld – hun kind(eren) het bos ingestuurd met een rugzak vol met zaken waar het kind -blijkbaar- geen zak aan heeft. Het lekkers is na een paar jaar dwalen vast verorberd en een kapmes of een survivalpakketje zat er niet in. De meeste ouders hebben gefaald. Maar ook zij zijn kinderen van de rekening…
Willen we deze vicieuze cirkel doorbreken, moeten we loskomen van de droom die Geluk heet. Een aantal filosofen heeft dit al eerder rondverteld en opgeschreven, maar helaas blijkt – optimistisch geuit – een kleine minderheid van alle ouders deze filosofische boodschap te hebben begrepen.
Het probleem is nog ernstiger. Stel dat het jouw grootste wens is om naar Ginovoja te gaan. Een land, zo hebben jouw ouders jou verteld, ongelooflijk mooi is. Bovendien zijn de Ginovojanen erg vriendelijk en leven ze daar in vrede naast en met elkaar. Eten is er in overvloed (waarom zijn jouw ouders daar dan niet gaan wonen?).
Je geeft aan dat je daar wel wilt wonen en krijgt vervolgens van de mensen die jou liefhebben allerlei raadgevingen om de reis te maken (waarom niet meteen een vliegticket naar Ginovoja?). Heel precies weten ze eigenlijk ook niet hoe je daar moet komen, sterker nog: ze erkennen dat ze er eigenlijk nog nooit geweest zijn, maar als je hun raadgevingen opvolgt, dan komt alles echt goed.
In Ginovoja moet je werken om aan de kost te komen (en die kost is natuurlijk precies dáár het lekkerst), dus wordt jou geadviseerd om te gaan studeren om zo hoog mogelijk op de maatschappelijke ladder te klimmen, opdat je jouw ticket naar Ginovoja snel kunt betalen en, eenmaal genaturaliseerd tot Ginovojaan, ook daar weer hoog op die ladder zit en het neusje van zalm voorgeschoteld kunt krijgen. Of het wangetje van de forel, want gewone, dagelijkse kost kan natuurlijk niet.
Niemand, maar dan ook niemand in jouw omgeving durft te vertellen dat Ginovoja helemaal niet bestaat! Je hele omgeving blijft volharden in een droomland waar ze nog nooit geweest zijn. Ja, ze hebben er veel over gedagdroomd, gelezen en gepraat. Met buren, tantes, vrienden en op hun werk. En iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen kwam dat schuitje nooit in Ginovoja aan…
Ginovoja bestaat waarschijnlijk niet. En al zou het bestaan, dan moet je zélf onderzoeken hoe je daar kunt komen, want er is niemand op deze aarde die jou kan vertellen hoe je daarheen moet reizen.
Geluk bestaat niet, maar kun je wél creëren. Je moet zélf onderzoeken wat geluk voor jou betekent, want er is niemand anders op deze aardkloot die jou dit kan vertellen.
Dit is ernst. Ernst, omdat ons een worst blijft worden voorgehouden die we mogelijk onsmakelijk vinden, waar we allergisch voor zijn of die we domweg nooit zullen krijgen!
Terug naar het begin. Naar ouders die hun kind op de eerste plaats willen zien uitgroeien tot een gelukkig mens. En een gelukkig mens op Ginovoja zal zich de gewoontes eigen moeten maken van Ginovojanen. We leren dus te eten met mes en vork (met de hand zou soms makkelijker zijn), een handje te geven aan mensen als je ergens binnenkomt (ook al zit er een onaangenaam mens tussen), beleefd te blijven tegen ‘hooggeplaatsten’ (ook al verdienen ze een kopstoot), te studeren (ook als je liever op het land werkt), promotie te maken (voor wie en waarom?), niet in je neus te peuteren in gezelschap (waarom eigenlijk niet?), veel geld te verdienen (ook als je al voldoende hebt), ‘nuttig’ zijn voor de maatschappij, en vooral actief zijn: hard werken van negen tot vijf, het liefst tot je erbij neervalt.
Dit alles om uiteindelijk Ginovojaan te kunnen worden, inwoner te zijn van een land dat misschien niet bestaat en waar niemand de routebeschrijving van heeft.
Kan iemand mij vertellen waar Ginovoja ligt? En zoja, kunt u me dan ook garanderen dat ik daar gelukkig zal zijn? Of tenminste: of ik daar gelukkiger zal worden dan ik misschien nu al ben? Ben ik eigenlijk gelukkig? Kunt u mij dat misschien vertellen, want dan hoef ik al die goedbedoelde adviezen niet meer op te volgen en kan ik eindelijk eens iemand op zijn bek slaan of tenminste stoppen me als loonslaaf voor een takkewerkgever uit te sloven om die verfoeide, welverdiende promotie in ontvangst te kunnen nemen.
Wat is het verschil tussen een ‘goed’ boek lezen en televisie kijken, aangenomen dat beide tijdsverdrijven (want dat zijn het) als aangenaam ervaren worden?
Wat is het verschil tussen studeren en op het land werken als beide tijdsverdrijven kunnen leiden tot een gelukkig leven?
Vertel me het verschil tussen mijmeren en actief zijn, aangenomen dat het eerste tijdsverdrijf door de mijmeraar (de ‘nietsnut’) en het tweede door de actieveling als prettig wordt ervaren?
Als u de verschillen kunt geven, dan berust elke aangename invulling van onze tijd (en dus van ons leven) blijkbaar niet op het Grote Geluk, maar op iets heel anders.
Dit anders is belangrijk om te weten. Waar berust het op? Wat is de bedoeling van dit leven eigenlijk? Als een goed boek lezen beter is dan TV kijken, dan zou het met wijsheid (of kennis) te maken kunnen hebben, maar tegelijkertijd zou dat inhouden, dat je van televisiekijken niet wijzer wordt en dat wijsheid of kennis noodzakelijk is om… om wat? Om gelukkiger te worden? Maar wat als juist een goed boek lezen mij ongelukkig maakt en televisiekijken mij aangenaam bezighoudt?
Als actief zijn beter is dan mijmeren of nietsdoen, dan impliceert dat mogelijk dat inspanning als iets positiefs wordt gezien en nietsdoen als negatief. Positief voor wie of wat precies? Voor anderen? Voor jezelf? Voor de maatschappij? Wordt activiteit als maatschappelijk betrokken gezien en passiviteit als maatschappelijk afgewezen? Als ik actief aan het skeeleren ben, dan ben ik maatschappelijker betrokken dan als ik mijmer over het leven zelf (waar de maatschappij een deel van is)?
Moet mijn (in)activiteit nuttig zijn? Nuttig voor wie? Voor de maatschappij of voor mezelf?
Uiteindelijk willen we toch allemaal Ginovojaan worden? Misschien is de mijmeraar over het Ginovojaanse leven de wijste van alle mensen! Of degene die het land bewerkt, want hij hoeft helemaal niet naar Ginovoja en voelt zich elke dag bevoorrecht, omdat Ginovoja hem niets meer te bieden heeft dan hij nu al heeft. Of degene die TV kijkt, want hij voelt zich al jaren ereburger van Ginovoja. Of degene die een goed boek leest, want hij weet als geen ander dat Ginovoja niet bestaat… Oeps!… en hij leest goede boeken om dit besef te verlichten.
Wij allen zijn kind geweest en het kind in ons is nog springlevend. Weliswaar geboeid en beschadigd, maar nog steeds springlevend. Of je nu politicus, productiekracht, gevierd zanger of vertegenwoordiger bent, je bent te allen tijde kind geweest en hebt hoogstwaarschijnlijk ook een rugzak met waardeloze spullen meegekregen. Sommigen weten dat, maar volharden in hun toneelspel (bij gebrek aan lef of gehinderd door angst en onzekerheden) en blijven de rugzakken van hun nazaten klakkeloos vullen met shitbagage. Gelijk aan de onnozelen onder ons (zij die niet beter weten).
Een minderheid weet gelukkkig beter en reist regelmatig richting Ginovoja…
Het is de hoogste tijd om het eigenwijze kind in ere te herstellen. Haal het uit de kast, knuffel het warm en geef het zijn ruimte en vrijheid terug. Ginovoja is een geweldig avontuur, een ontdekkingstocht zonder eindbestemming.
Geluk is de unieke beleving van het eigenwijze kind dat de reis naar Ginovoja telkens durft te maken.
©Helmi van der Helm
Ook te lezen op haar website: www.vriendeling.nl

Noks Nauta

Ik ben hoogbegaafd. Zo, dat is eruit!
Ik kwam er in het jaar 2000 na een IQ test achter, ik was inmiddels al 52 jaar. Ik had me laten testen omdat ik inmiddels tweemaal vrij grote problemen had gehad met leidinggevenden. Eenmaal was ik zelfs via de kantonrechter ontslagen.
Mijn hele leven voelde ik me altijd al ‘anders’ dan anderen in mijn omgeving, ik had vaak het gevoel dat ik een beetje raar was. Ik dacht anders, ik voelde anders en ik reageerde anders. Ik had altijd het idee: als ik ouder word, dan ga ik vast wel een keer snappen hoe het dan wel moet.
Maar nee, zo zat het dus niet. Ik was dus echt anders.
Wat was dat dan: Hoogbegaafd? Met mijn honger naar kennis kwam ik er al snel achter dat er over hoogbegaafde volwassenen anno 2000 nog maar heel weinig geschreven was. Dat kon ik niet goed uitstaan. Want ik wilde het snappen. Ik ben toen zelf met enkele gelijkgestemden, zoals onder anderen Frans Corten, Maud Kooijman, Sieuwke Ronner, veel gaan lezen en veel gaan praten. We zijn vervolgens gaan schrijven, voor hoogbegaafden zelf en voor deskundigen, zoals bedrijfsartsen en psychologen. Steeds kregen we veel positieve reacties, emotionele reacties en waardering en soms, van bijvoorbeeld de redactie van een tijdschrift voor psychologen, afwijzende reacties. Want het was allemaal toch niet wetenschappelijk en wij waren toch niet objectief!
Daarnaast bedacht ik: wat vertel ik aan mijn vrienden, collega’s, familie? Eerst niet zoveel, maar naarmate ik er, naast mijn werk, meer tijd aan ging besteden, moest ik soms toch wel iets erover vertellen. De reacties waren wisselend. Mensen die al iets over het thema wisten of een hoogbegaafde persoonlijk kenden, snapten en het en waren positief! Mensen die het voor het eerst hoorden, noemden alle vooroordelen die we inmiddels al kenden: Hoogbegaafden redden zichzelf wel, ze zijn toch zo slim?; hoogbegaafden zijn arrogant; zijn jullie soms beter dan wij?; waarom al die aandacht, mensen die minder kunnen, die hebben juist aandacht nodig.
Nadat ik in 2007 met Sieuwke Ronner een boek had geschreven voor hoogbegaafde volwassenen: ‘Ongeleide projectielen op koers’, kon ik natuurlijk niet meer ontkennen dat ik zelf hoogbegaafd was. Het maakte ook niet meer uit vond ik (op mijn leeftijd word je wat laconieker).
Ik merkte dat ik door mijn voorbeeldfunctie ook stimulerend kon zijn voor anderen. Ik vond uit, dat je het woord ‘hoogbegaafd’ niet perse hoeft te benoemen, dat het veel belangrijker is om je voor jezelf bewust te zijn wat dat concreet betekent, bijvoorbeeld in je werk en in vriendschappen. En dat je bijvoorbeeld in je werk concreet kunt benoemen waar jij behoefte aan hebt om goed te kunnen functioneren. Dat is in mijn geval bijvoorbeeld: ruimte om projecten op mijn eigen manier te doen, geen controle van mijn baas. Wel inhoudelijk overleg! Dat maakt het voor jezelf én voor je omgeving heel concreet en prettig om zo met elkaar om te gaan. Ik merkte dat ik anderen daarmee ook praktische tips kon geven.
Wezenlijk is, naar mijn idee, dat je gaat voelen hoe fijn het is om hoogbegaafd te zijn! Dat gaat niet altijd vanzelf. Sommige hoogbegaafden hebben daarvoor professionele hulp nodig. Ik vind het van groot belang om eraan te werken dat professionals zoals psychologen en artsen kennis over hoogbegaafdheid krijgen. De komende jaren en wellicht na mijn pensioen nog meer, ga ik hier verder aan werken. Inmiddels heb ik een tweede artikel gepubliceerd voor bedrijfs- en verzekeringsartsen en is er een artikel in de maak voor een algemeen medisch tijdschrift. Ik ben er wel trots op! Niet op mijn hoogbegaafdheid, want die is voor mijn gevoel aangeboren. Maar om wat ik ermee doe. In mijn werk, in mijn contacten, in hobby’s en voor anderen hoogbegaafden.
Ik hoop dat andere hoogbegaafden ook al jong in hun leven hun eigen gaven waarderen en er blij en gelukkig mee zijn!
Delft, 7 december 2008
Noks Nauta

Rianne van de Ven

“When the student is ready, the teacher will come” is een bekend gezegde dat om mijn HB-verhaal van toepassing is.
Ik heb ‘het’ altijd wel geweten, maar ik was er niet klaar voor. En op 33-jarige leeftijd was ik dat blijkbaar wel. Tijdens een bijdehante chat-sessie met een collega op mijn werk kreeg ik van hem de link van de Mensa-thuistest toegestuurd. Ik was zo snel in mijn reacties en grappen naar hem, dat hij – op dat moment recent Mensa-lid – vermoedde dat ik wel eens heel hoog zou scoren. En dat was zo. En toen begon het: een proces van zelfacceptatie, groei en een geheel nieuwe bril op de werkelijkheid. De heftigheid is er na 4 jaar nu wel af, maar dagelijks beleef ik nog nieuwe ontdekkingen en inzichten in mijn wereld.
Ik woonde in een klein dorp (sorry: stad!) en op de lagere school had weinig aansluiting bij mijn klasgenoten. Of bij mijn familieleden. Als superleergierige druif koos ik enkele vriendjes en vriendinnetjes op basis van de omvang van de boekenkast van hun ouders. Ik had maar weinig vrienden, want ik was ook een gewild pestobject.
Na 5 jaar lagere school was ik daar wel klaar. Maar ja, versnellen was een begrip dat toen geen gemeengoed was. Dus het zesde jaar heb ik veel gelezen en veel koffiegezet voor de leraren. En gesport. Want sporten was is ons gezin heel belangrijk. En daarin was ik ook goed. Mijn sport heeft me sociaal gezien een beetje op de been gehouden, want daarmee dwong ik nog een stukje respect af bij mijn klasgenootjes.
Toen naar het gymnasium. Een kleine school met zo’n 400 leerlingen. In de grote(re) stad. 14 km fietsen (enkele reis, met bijna altijd tegenwind) om vervolgens zwaar gedesillusioneerd te worden. Ook hier niet veel aansluiting. Veel poeha (met name de rector) en ik werd enorm recalcitrant. Ik had me al voorgenomen nooit meer zo gepest te worden, dus die grote mond had ik me snel aangemeten.
Na 4 jaar gymnasium (waarvan de eerste gedoubleerd) naar een grote scholengemeenschap overgestapt en dat was precies wat ik nodig had: een grote massa waarin ik kon verdwijnen. Waar ik niet zo opvallend was. Waar er anderen rondliepen die nog ‘gekker’ waren dan ik. Vlotjes VWO afgerond en toen naar het HBO. Hmm….dat was het niet. Dan maar naar de universiteit. Hmm….dat was het al helemaal niet. Ik vind zoveel leuk en ik kan uit veel opleidingen kiezen, maar ik weet niet wat ik wil.
Dan maar aan het werk. En hé, dat was leuk! Ik kreeg kansen, problemen waar ik mijn tanden in kon zetten en ik groeide en groeide. Geen diploma? Geen probleem! Bij dat bedrijf keek men naar de mens en niet naar de papieren. En men zag mijn capaciteiten. Management development programma, internationale functie, ik was echt met mijn neus in de boter gevallen.
Maar toch….. politiek was ik niet heel erg handig. Ik kon mensen ook enorm tegen me in het harnas jagen. Als ik gelijk had, zou ik het krijgen ook! En onrecht, daar kon ik niet tegen. En dan gebeurde het af en toe dat ik – met name uit gevoel van onmacht – tot tranen toe geroerd was. Rianne? Emotie? Wat is dat?
Thuis werd er niet veel over emoties gesproken. Die werden weggestopt. Agressie bijvoorbeeld werd gestopt in onze sport. Dààr kon je dat kwijt. Toen ik geblesseerd raakte en niet meer op hoog niveau kon sporten, werd dat dus een enorm probleem. En dat werd ook een probleem op mijn werk. De balans emotie-ratio was er niet. Ik was te onvoorspelbaar voor anderen. De situatie werd er niet beter op en uiteindelijk besloot ik daar weg te gaan.
Het waren de hoogtijdagen van de ICT (2000) en ik vond snel een andere werkgever. En daar werd wel naar diploma’s gekeken. En ik had de functie dan wel gekregen op basis van mijn werkervaring, maar een diploma om mijn niveau te bevestigen was gewenst. Een post-HBO-opleiding Bedrijfskunde werd het. Van 1 jaar. En met goed gevolg afgerond. Maar ook bij deze werkgever liep ik aan tegen mijn sociale onhandigheid. Op inhoud was ik goed en op het aspect proces had ik inmiddels veel geleerd. Maar het aspect relatie was onderontwikkeld.
En toen kwam daar in 2004 dus die chatsessie met die collega. En begon het balletje te rollen. En in het begin rolde dat heel hard. Ik scoorde hoog op de Mensa-test en werd lid. En plots was daar de verklaring en een noemer voor de problemen die ik ondervond. Het stempeltje HB bood me een kapstok om allerlei ervaringen aan op te hangen. En wat bleek? Mijn verbeterpunten waren de keerzijde van een an sich positieve medaille. En dat deed behoorlijk wat met mijn zelfbeeld.
Mijn HB-ontdekking leidde tot een echtscheiding. Een combinatie van ‘nu pas weten wie ik ben’ en de groei van mijn zelfbeeld deden mij besluiten dat ik gelukkiger kon worden zonder mijn ex.
Ook ben ik in therapie gegaan. Er was zoveel te verwerken. Een rouwproces vanwege de gemiste kansen, de relatie met mijn moeder die voor een aantal problemen had gezorgd en vooral ook hoe kan ik op mijn werk eruit halen wat er inzit? Mijn HB optimaal inzetten?
En ik kwam veel op een internetforum voor hoogbegaafden. Eerst als hulpzoekende en later veranderde dat naar een rol waar ik anderen juist adviezen gaf. Ook vond ik daar mijn huidige partner, met wie ik inmiddels bijna 4 jaar heel gelukkig samen ben.
Toen ik voor mijn werk de mogelijkheid kreeg een professionele coachopleiding te volgen, vielen de puzzelstukjes op zijn plaats. Eindelijk vond ik iets wat ik echt wil. Naast mijn parttime baan heb ik sinds 1 januari 2008 mijn eigen coachpraktijk. Al mijn ervaring als HB-laatontdekker stel ik daarin beschikbaar voor ander hoogbegaafden. Maar mijn klantenkring is breder dan dat. Met mijn management en advieservaring ben ik ook prima geëquipeerd voor executive coaching.
Dagelijks leer ik nog bij over wat het is om hoogbegaafd te zijn. En nu ik mijn modus gevonden heb dit effectief in te zetten, ben ik enorm gelukkig.
Rianne van de Ven
Maart 2009.

Mariska de Swart

Of ik een stukje wilde schrijven voor deze pagina? Ja hoor, dat wil ik best zei ik. Maar wat moet ik dan schrijven? Daarover dacht ik later pas…
Misschien is dat wel een van de meest kenmerkende dingen over mijzelf; al snel zeggen ‘tuurlijk, doe ik wel’, om later pas na te denken over waarop ik nu weer Ja heb gezegd. Met dat ‘Ja, tuurlijk’ ben ik al op veel verschillende plaatsen geweest en heb ik veel verschillende dingen gedaan. Dingen die ik, als ik er van tevoren over had nagedacht, waarschijnlijk niet had gedaan. Omdat ik dan zou denken het niet te kunnen, of het niet te durven. Voor mij werkt het ‘eerst Ja zeggen, dan pas denken’ achteraf altijd erg goed.
Maar laat ik eerst teruggaan naar een jaar of dertig geleden.

Op de kleuterschool ben ik getest vanwege mijn ‘afwijkende gedrag’; behalve in de bouwhoek waar ik geweldige bouwwerken scheen te hebben gemaakt wilde ik eigenlijk niet spelen. Ik was geobsedeerd door boeken en had geen aansluiting met de andere kinderen. De nieuwe school na de verhuizing was fel tegen versnellen dus moest ik toch weer naar de eerste klas. De zes jaren daarna werden een zwerftocht door alle klassen. Rekenen in de ene klas, taal weer ergens anders, en een enkel vak in mijn eigen groep. Tot ik ‘vast zat’ in het zesde jaar en ik me daar nog een jaar moest vervelen tot ik eindelijk “echt” naar school zou gaan. Gedesillusioneerd op het VWO zakte ik af naar de MAVO om daarna voor een tussenjaar voor ik naar het conservatorium kon naar de MTS te gaan.
Op mijn zestiende ben ik uit huis gegaan. Daarna heb ik vele hulpverleners en instellingen gezien, en daar vooral toch steeds weer uitgekomen om weer mijn eigen weg te gaan.
Mijn leven werd nogal chaotisch. Ik rolde in allerlei verschillende banen en baantjes die vaak nogal werden uitgebouwd doordat ik me snel verveelde. Voorlichtingen geven op middelbare scholen? Leuk, maar toen het wat teveel routine begon te worden ging ik een cursus/training bedenken voor de vrijwilligers. Een weekend / vakantiebaan in de schoonmaak? Best leuk, maar al snel was ik tot mijn eigen verbazing weekendafdelingshoofd. Op een avond bij de patiëntenvereniging hardop zeggen dat dat jongeren niet aanspreekt en hoe ik vond dat het dan zou moeten, leverde een telefoontje op van het bestuur. Of ik dan niet in het bestuur wilde komen. En zo zat ik twee jaar later in vele werkgroepen en overlegorganen. Roepen dat het gehandicaptenbeleid vele knelpunten heeft die niet zo moeilijk zijn op te lossen, dat leidde tot veel vragen voor deelname in nog meer beleidsgroepen, contacten met de politiek en spreken op symposia.
Allemaal ontzettend leuk en ik kreeg de kans mij eindelijk eens ergens aan op te trekken en op de voor mij juiste manier bezig te zijn, maar toch bleef ik aan mijzelf twijfelen. Kon ik iets, was ik goed in wat ik deed? Welnee. Ik had niet eens een echt diploma of een echte opleiding. Ik mocht ‘meedoen in de grote mensenwereld’, maar eens zou ik wel door de mand vallen, daarvan was ik overtuigd.

Op verschillende leeftijden ben ik getest, met meeste keren hoog tot zeer hoog begaafd als uitkomst. Maar weten en weten zijn verschillende dingen in mijn geval. Weten werd eerst toegeven. Enkele jaren geleden werd weten beseffen en begrijpen. Begrijpen wat hoogbegaafdheid inhoudt, dat het hoogbegaafd zijn mijn kijk op de wereld en mijn houding daarin voor een groot deel bepaalt, en zien dat ik dat talent ook bewust kan gebruiken om daarmee mijn leven een juiste richting op te sturen.
Was hoogbegaafdheid eerst een last of in het gunstigste geval iets waarop ik vooruit kon drijven, nu werd het hoogbegaafd zijn een mooie boot waarop ik over de rivier van het leven kan varen. Soms drijf ik met de stroom mee, andere keren vaar ik om grote obstakels heen, en wanneer ik er behoefte aan heb kan ik mijn krachten uitleven door tegen de stroom in te gaan. Een transformatie van weten van mijn hoogbegaafdzijn maar daar niets mee doen, naar bewust en stuurbaar hoogbegaafd functioneren.

Ik leef mijn leven nu op mijn eigen manier. Alle werkervaringen die ik eerder heb opgedaan heb ik gebundeld. Mijn leervermogen heb ik gebruikt om in een enorm tempo bruikbare opleidingen te gaan volgen. Daarmee ben ik mijn eigen bureau voor counseling/coaching en projectadvies gestart.
Doordat ik me heb laten meevoeren op de stroom van mijn eigen rivier kwam ik in contact met twee andere vrouwen die net als ik gedichten schreven. Samen hebben wij een gedichtenbundel uitgebracht waarvan de opbrengsten worden gegeven aan een goed doel. Verder stromend kwam daarna ook mijn eigen boek op de markt. Meevaren op de stroom kan soms erg prettig zijn en mooie dingen opleveren…
Nu is het tijd om weer mijn eigen richting te gaan bepalen. Tot ik weer aanspoel bij een volgende leuke kans, om ook die met beide handen aan te pakken.
Het leven is onvoorspelbaar. Je kunt het proberen te sturen, toch is het fijn zo nu en dan eens aan te meren bij onverwachte gebeurtenissen en daarin mee te gaan…

Mariska de Swart
November 2008
www.samar.cc
mariska.deswart@samar.cc

Blanco pagina

Odile Schmidt – Nouhan

Iedere maand zit ik ervoor, de blanco pagina. Dat is iets dat wellicht hoort bij het schrijven van een column. Ik heb het op mij genomen om iedere maand een pennenvrucht te verzenden, maar even danst het lege virtuele vel voor mijn ogen en is er een moment dat er niets staat, niet op het scherm, maar ook niet op mijn innerlijk scherm. Het is ook een metafoor voor jezelf laten zien, al dan niet als hoogbegaafde. Eerst was er niets en als het er dan is, wat ga je laten zien van jezelf? Of dit nu een tekst is of een kunstwerk, een boek of een gesprek; het begint met een lege ruimte die je vullen mag. Je mag soms zelfs de vorm bepalen en soms de regels en daarmee kun je spelen. Soms wordt gevraagd een woord te schrijven in een kaart of in een gastenboek. Het valt mij op hoe bijdragen hierin erg op elkaar lijken als ik zo’n boek doorblader. Blijkbaar is het dan ook niet vanzelfsprekend een makkelijke opgave om iets uit jezelf te schrijven. Dit is een creatief proces, en creatieve processen kunnen bedreigd worden. Ze kunnen vooral worden bemoeilijkt door angst (bijvoorbeeld faalangst of succesangst). Bij faalangst krijg je bij voorbaat angst dat het schrijven gaat mislukken. Je klapt dicht, weet geen woord meer te verzinnen. Bij succesangst kan dit laatste ook gebeuren, maar dan ben je bang dat je het goed doet en dat je bijvoorbeeld op een podium lof zou ontvangen. Dit idee vind ik persoonlijk erg eng… En zie: de kans om succes te hebben is erg makkelijk klein te krijgen. Er zijn namelijk weinig talentenjachten zodat ik niet eens de moeite hoef te doen ze te ontwijken. Ter genezing doe ik soms mee aan een gedichtenwedstrijd en de -zij het kleine- kans om te winnen is genoeg om mijn angst op een dragelijke manier te overwinnen. Je leest niet veel over succesangst. Blijkbaar is deze angst niet zo’n veel voorkomend of problematisch onderwerp, hoewel ik denk dat ze juist bij hoogbegaafden goed zou kunnen wortelen. Ik zie dan iemand een gedicht in elkaar puzzelen en vervolgens weggooien want het was niks. Of in het geval van een portret op het laatste moment een kras erdoor!
Een creatieve uiting is jezelf laten zien van mogelijk je beste kant. Niet de blanco pagina verscheuren, maar de moed torsen om wankele stappen te doen in onbekende regionen. Je arm uit te strekken zonder garantie over de uitkomst. Het onderdeel lef is gelukkig iets dat je wel oefenen kunt. Bestaat faalmoed of succeslef? Meedoen aan een gedichtenwedstrijd en je best doen, ook als het in je gedachten niet is wat je goedkeuring vermag. Nog beter dan je best doen, en dan nog eens verbeteren. Je stuurt het op. Vooral als het wel goed genoeg is. Wat is jouw blanco pagina? Een te schrijven rapport? Een spreadsheet? Een uitvinding? Ik denk dat ik weer op zoek ga naar een wedstrijd… Of ik ga op zoek naar een oefening in moed.

Ingekeerde bloemknoppen

Odile Schmidt – Nouhan

Bloemknoppen in mijn appelboom verbergen bloemen opdat ze zich veilig kunnen ontwikkelen. In de winter verlaten de dorpelingen hun kale wintertuinen en verblijven veel binnen in hun huizen. Er wordt gelezen en meer geslapen. Ze keren in de winter in zichzelf. Kinderen op school en wij als volwassenen in onze omgeving als we figuurlijk winter om ons heen voelen, kunnen ons terugtrekken uit de omgeving en in onszelf keren, en het kan lijken of we ons niet zichtbaar meer ontwikkelen. Dit geeft een perspectief op begrippen zoals introversie, terugtrekgedrag, vermijding. Ik ga niet tegenspreken dat introversie aangeboren is, maar wel belichten dat terugtrekgedrag een natuurlijke adaptatie is op een natuurlijk voorkomende situatie, zoals winter een natuurlijk voorkomend seizoen is en bloemknoppen een natuurlijke adaptatie. Het komt voor dat mensen in zichzelf keren als reactie op de omgeving die lijkt op een winter, met figuurlijk bar weer. Zou de ontwikkeling dan rustig verder gaan, maar dan aan het oog onttrokken in de hersenkronkels? Zou het leiden tot innerlijke vruchten?
Ik lees een boek over emotionele problemen op scholen en het verhaal van een wijs jongetje met aanpassingsproblemen op school wordt uit de doeken gedaan. Het valt mij op dat het aspect van begaafdheid niet in de analyse voorkomt, terwijl in andere literatuur dit als belangrijkste verklaring voor terugtrekgedrag wordt gegeven. Maar dit terzijde, er wordt niet moraliserend en wel actief accepterend gereageerd op het kind waardoor er lucht ontstaat. Het kind voelt zich door de actieve acceptatie opgelucht en trekt zich minder terug.
Dan komt de lente, de temperatuur stijgt en bloemknoppen springen open en bloesems worden overal zichtbaar. Mensen gaan meer buiten leven, werken in de tuin, wandelen, buiten aan projecten werken. In de klas ontstaat door actieve acceptatie ruimte om anders te zijn en jezelf te laten zien; een lente kan ontstaan als materialen, sfeer, maar vooral de houding van de belangrijke onderwijzer allemaal ruimte geven om handen en voeten te geven aan ontwikkelen. Welke sfeer ik zelf nodig heb om mij ook zichtbaar te durven ontwikkelen?
Wat maakt de omgeving tot een (figuurlijke) lente? Niet een te groot aantal mensen om mij heen, peers – mensen die mij kunnen begrijpen -, op mij toegesneden taken, keuzemogelijkheden, materialen waarbij het creatief denken wordt aangesproken, een onderwijzer of collega die meewerkt aan lente.
Dan blijft het nog spannend zolang de nachtvorst kan toeslaan. Het blijft een tijdlang nodig te zorgen dat de (school-)omgeving gunstig blijft voor de ontwikkeling. Ontwikkeling is een proces en duurt langere tijd. Dit betekent dat het langere tijd achtereen gunstige omstandigheden nodig heeft.
De lente is een vrolijke tijd. De bloesems bloeien en worden druk door bijen bezocht. Gelukkig laat de nachtvorst zich niet zien. Nu is het wachten op de oogst.

Hoogbegaafd Perspectief?

Odile Schmidt – Nouhan

Wie wil leren schrijven kan niet om het perspectief, waar vanuit je het verhaal schrijft. Dit kan bijvoorbeeld zijn het oogpunt van de hoofdrolspeelster of van de verteller. De hoofdrolspeelster ziet zichzelf niet van buiten af, ze zit midden in het verhaal en weet niet wat de andere personages gedaan hebben of dachten. De verteller weet vaak veel meer, hij heeft overzicht over het verhaal. Hij weet al bijna wat er gaat gebeuren. Maar hoe het van binnenuit voelt is hem niet zo duidelijk. Welk verhaal je vertellen wilt is afhankelijk van het perspectief. Het perspectief speelt ook een rol in je eigen leven. Kijk je naar jezelf vanuit je ego of kun je naast je ego staan en naar jezelf kijken als was je een buitenstaander. Een beschouwer die van binnenuit meekijkt maar voldoende afstand heeft om zo te kijken alsof hij van buitenaf kijkt kan proberen om objectief naar binnen te kijken, terwijl hij wel dingen ziet aankomen. Hiermee zou introspectie mogelijk zijn.

Op deze manier zou je bewust naar jezelf kunnen kijken en vallen je misschien andere dingen op die je niet ziet als je er midden in ziet en speelbal bent van je emoties en gedachten die opkomen. Zo kun je ook naar je eigen identiteit kijken, bijvoorbeeld naar het aspect hoogbegaafdheid. Misschien valt je dan pas op dat je de neiging hebt om uit te wijden over een onderwerp, of dat je moeite hebt met geduld opbrengen voor een ander of dat je juist teveel afwacht wat de ander zal zeggen. Opeens lijkt je leven heel anders.

Het kan ook zo zijn dat je al zo naar jezelf kijkt en bij alles vraagtekens zet en jezelf verlamt omdat je al bij voorbaat ziet wat mogelijke negatieve consequenties zijn van je opmerkingen die je zou kunnen maken of dingen die je zou kunnen doen. Dit overkwam mij regelmatig als kind.

Is er een typisch hoogbegaafd perspectief? Dit zou zijn dat je in tegenstelling tot introspectie kijkt naar de buitenwereld vanuit jouw hoogbegaafde deel.

Er zijn veel verschillen tussen verschillende hoogbegaafden omdat er veel ontwikkelingsgebieden zijn waar de intelligentie zich kan ontwikkelen. De interesses en denktalenten beperken zich niet tot de schoolse vakken. Van Einstein is bekend dat hij het op school niet zo goed deed. Valt er dan toch iets algemeens te zeggen over een hoogbegaafd perspectief? Het lijkt mij zo dat waar het perspectief bij een ‘gewoon’ begaafd mens stapsgewijs verplaatst zou kunnen worden, dit bij een hoogbegaafde bij wijze van spreken zoals bij een dans kan. Er komt muziek bij, ritme, omgevingsfactoren, verhaal. De stappen kunnen variabel, sneller, trager, sprongsgewijs, vooruit, achteruit. De hoogbegaafde kan putten uit een rijke innerlijke wereld en dit geeft een groot aantal mogelijke perspectieven op de werkelijkheid. En zie, creativiteit op een andere manier belicht.

Een ander gezichtspunt over hoogbegaafdheid

Odile Schmidt – Nouhan

Kun je hoogbegaafd zijn en gehandicapt? Een begeleider van het onderzoeksgroepje waar ik deel van uitmaakte leek wel te denken van niet. Hij nam mij in ieder geval niet meer serieus als deelnemer van het te trainen onderzoeksgroepje, leek het wel, op het moment dat ik uitsprak dat ik problemen met mijn ogen had. Om de volgende dag met uitgebreid onverbloemde verbazing uit te spreken dat ik het werk waar hij om vroeg al zo snel had ingeleverd. Alsof hij dat nooit van mij had verwacht, en dan was het ook nog inhoudelijk goed geschreven. Slecht zien betekende voor hem zeker matig werk?
Het voorval zette mij aan het denken over handicaps. Blijkbaar leeft er op universitair niveau het idee dat je met een handicap plotseling ook minder intelligent werk aflevert. En wordt er van je verwacht dat je op een lager denkniveau werken gaat. Ik kwam al tegen dat er bij veel instellingen voor gehandicapten geen VWO route is. Maar dat is raar? Dat je het tempo niet haalt betekent niet dat je minder diep wilt nadenken. Het zegt misschien iets over je productie, maar niet over begrip, inhoud, intellectuele behoefte. Wat als je tergend traag essays wilt lezen over theoretische wiskunde?
Dit komen intelligente dyslecten tegen: ze moeten op een laag technisch niveau oefenen, terwijl de intelligentie verder wil. Vandaar dat de kans er is dat ze helemaal uit het onderwijs stappen en het leerproces dubbel gefrustreerd de rug toekeren. Dit gebeurt. Helaas is onderwijs nog lang niet passend, de discussie over wat daarvoor nodig is is nog maar net begonnen, laat staan dat er adequate leerlijnen zijn voor de vele doelgroepen met een of meer handicaps. Ik bewonder de docent(e) die zich inspant om creatief een mondeling af te nemen om zo de kansen van een gehandicapte op het voltooien van zijn opleiding aanzienlijk te vergroten.
De gehandicapte hoogbegaafde krijgt geen onderwijs, maar ‘moet meedoen’ met iets dat niet passend is, van geen kanten. Het bevredigt niet de intellectuele behoefte, het is te zwaar wat betreft tempo of nog meer lengte van de inspanning en laten we het over de vorm al helemaal niet hebben. Bovendien, waar studenten aan de boekenbalie van de faculteit samenvattingen kunnen kopen, is deze er nog niet in gesproken vorm. Dat moet de gehandicapte er zelf nog even bij regelen. Toch zie je dyslecten en blinden op universiteiten. Ben ik even verbaasd als mijn begeleider?
Welke les zit hierin voor de hoogbegaafde zonder handicap?
Dat er ondanks alle goede wil en inspanning een discrepantie kan zijn tussen wat passend wordt geacht en wat werkelijk past bij het intellect. En dat energie niet hetzelfde is als intelligentie, noch dat tempo niet altijd iets zegt over de intelligentie. Wat gepresteerd wordt is blijkbaar beperkt, niet de geest, die kan zich binnen de hersenkronkels vrij bewegen en beperkingen van tijd en ruimte zijn er vooral in de fysieke werkelijkheid.
De dyslect had nog meer behoefte aan compacten om niet af te haken. En daarnaast las hij een boek over de geschiedenis van de wiskunde, waar leeftijdgenoten nog lang niet aan toe zijn. Daar leefde hij van op, want het gaf zijn geest de vleugels die hij nodig had om er simpel bij te blijven.

Van expressie tot gedragsverandering

Odile Schmidt – Nouhan

Mijn verhaal? Geboren in Frankrijk, dacht ik langere tijd dat ik wel gewoon bovengemiddeld intelligent was. Dit werd ook bevestigd door een capaciteiten-test in het Nederlands, dacht ik. Het begrip hoogbegaafd kende ik zelfs niet. Bij een genie kwam het niet eens in mij op dat die weleens jong was geweest. Ik dacht er niet over na. Door mijn kinderen kwam ik met de term ‘hoogbegaafd-heid’ in aanraking. Op een IQ test in het Engels scoorde ik hoger dan de grens van 130 waar ik in het Nederlands net onder viel. Hoogbegaafdheid, omdat het mij zou kunnen betreffen, schatte ik in als iets heel gewoons. Toch? Want ik zie overal fouten, vooral bij mijzelf.

Mijn denken over ‘HB’ verfijnde zich – bijvoorbeeld naar hoe ik in het Engels beter rekende, wat mijn capaciteitentest wellicht hoger zou hebben doen uitvallen. Ik ging mij realiseren dat intelligentie meten afhankelijk is van zaken zoals in hoeverre je een taal meester bent. Meertaligheid levert een lagere score op, mogelijk. Nederlands was dan ook mijn derde taal. In een artikel las ik over ‘testbias’, hoe een toets voor een bepaalde groep hoger of lager uitvalt door bijvoorbeeld achtergrond of geslacht.

Intelligentie meten is dan ook een Wetenschappelijk onderwerp waar vele Wetenschappers een leven lang aan kunnen werken en vele boeken en artikelen over schrijven.

Maar wat moet ik ermee? Waarom schrijf ik dit hier op? Voor wie?

Mijn verhaal is niet alleen mijn verhaal. Het is mogelijk mijn verhaal, of in ieder geval onderdelen, te delen met anderen, omdat we op elkaar lijken. We zijn allemaal mensen met overeenkomsten en verschillen.

Maar ook als we van elkaar verschillen, kunnen we elkaar inspireren en van elkaar leren. Misschien onszelf beter begrijpen, soms juist door eens een ander perspectief te horen. En soms door onze gedachten door een ander verteld te horen.

Hoogbegaafd zijn is slechts een klein deel van de mogelijke eigenschappen waar mensen door van elkaar verschillen. Maar het is voor een aantal mensen juist hetgeen wat ze met elkaar verbindt, waardoor mensen op elkaar lijken.

Het kan je goed doen te weten wie je bent en waarom je doet zoals je doet. Daarom doet het goed te lezen dat er iemand, anders dan jij, denkt, leest of praat zoals jij. Ook kan het delen over jezelf met anderen een manier zijn om een betekenisvolle relatie met een ander aan te gaan.

“Heb jij dat ook?” schept een band. Herkenning geeft opluchting, opent de weg voor echt begrip. Begrepen voelen verheft je, geeft vleugels, het valideert. Daarom vind ik het zo belangrijk mij in anderen te kunnen spiegelen en daar vanuit die kans aan een ander te bieden.

Waarom zou ik mijn verhaal op deze site achterlaten? Omdat ik niet alleen voor mijzelf leef en omdat ik leef voor mijzelf.

Duidelijk uitkomen voor wie ik ben in alle eerlijkheid en openheid kan mij iets opleveren op het gebied van persoonlijkheid. Het zorgt ervoor dat ik mijzelf erkenning geef en in het kielzog hiervan merk ik dat ik mij er ook naar kan gaan gedragen, met meer openheid en duidelijkheid. Misschien ga ik dan wel die studie doen, of dat boek schrijven. Weer groeien. Om gewoon mijzelf te worden, zowel innerlijk als in mijn gedrag. Intelligent, niet alleen van binnen.

Teveel keuze.

Anoniem

Nu zit ik hier in een totaal vreemde omgeving, ver weg van mijn familie. Ik wilde zo graag rechten studeren, net zo graag als ik een aquarium wilde, 2 woestijnratjes helemaal het einde vond en altijd al een kat wilde hebben. Nu zou je denken dat ik gelukkig ben, na alles te hebben wat ik zo vurig gewenst heb. Niets is minder waar! De woestijnratten worden al sinds week 2 verzorgt door mijn man, zo ook het aquarium. De kat die vraagt wel om aandacht, wat ik haar dan ook wel geef. Maar vraag me niet om de bak te verschonen, want dat is toch echt geen taak voor mij. Na enkele weken studie heb ik ook hier de brui aan gegeven en ben ik al weer op zoek naar een andere uitdaging. Steeds moeilijker wordt het om dit te vinden, niet omdat er zo weinig interessants is, integendeel! Omdat ik met de wetenschap leef dat ook de studie die er nu zo uitdagend uitziet, waarschijnlijk na een aantal maanden niet interessant meer is. En om nu mijn hele leven te hoppen haalt ook weinig uit. Dan weet je van alles een beetje, maar uiteindelijk weet je niets. Waarom kan ik dan met die gedachte in mijn hoofd niets afmaken? Je zou toch denken dat iemand bewust van haar valkuilen juist weet hoe deze het hoofd te bieden. In het echt valt dit vies tegen. Ik weet dat ik over voldoende intelligentie beschik en genoeg capaciteiten heb om een goede baan te ambiëren. Maar zonder papiertje gaat niemand mij aannemen. Dus werk ik maar tijdelijk in een callcenter, waar het bloed me onder de nagels wordt gehaald door de slechte organisatie, waarvan ik weet dat met een aantal aanpassingen veel verbetering in kan komen. “Ga daar dan iets mee doen”, proberen mijn vrienden en mijn ouders mij, tot grote ergernis, te vertellen. Tot grote ergernis, omdat ze onderhand ook niet meer weten wat ze mij moeten vertellen. Iedere week heb ik een ander idee, een andere uitdaging gevonden, die uiteraard ondersteund moet worden door de bijbehorende opleiding. Iedere week maak ik het oh zo een goed idee van de week ervoor teniet en heb ik weer een ander idee waar ik helemaal vol van ben en wat op dat moment het einde is. Zo vermoeiend voor de mensen om mij heen, vermoeiender nog voor mijzelf. Ik wil zo graag eens iets afmaken, zodat ik een papiertje heb en daarop verder kan borduren. Nu heb ik dus gekozen voor een vrij brede studie, in de hoop deze wel af te maken. En de hoop dat ik hier straks ook blijvend een uitdaging in ga vinden. Want als ik straks mijn opleiding af zou hebben, dan is ook het vinden van een interessante baan een lastig punt. In eerste instantie is alles leuk, uiteindelijk ben ik snel verveeld en opzoek naar iets anders. Of ik zal het moeten zoeken in de uitdagingen die ik ernaast kan doen. Zoals bijvoorbeeld het schrijven van een column. Iets wat ik al langere tijd wil doen, maar waar ik nooit aan toe gekomen ben. Zal dit dan de eerste zijn?

(reactie)
Van alles een beetje.
Van alles heel veel is te veel en kan ook niet een beetje.
Ook al ben je hoogbegaafd.
Het kan niet worden gebruikt als excuus voor desinteresse.
Gelijkend een angst voor tunnel visie, voorzien met het mooie
breedbandig spectrum waaraan je jezelf bevestigd durf je de diepte
niet in.
Een vrees dat je jezelf zult verliezen.
Zo de compositie van je werkelijkheid voorziet in zelfzekerheid maar
niet in continuiteit zit je vast als een pluisje op een klitteband.
En daaraan voorbij?
Laat je ja een JA! en je nee een NEE! zijn.
Hoofdzaken worden bijzaken met het karakter van continuïteit.
Breed en zwaar zo als je dragen kunt.
Daaraan voorbij wil je alleen rust, genieten, slapen en een hobby.
En nu is het bed tijd.
Weltrusten Tim

(reactie)
Erg herkenbaar, ik heb het afgelopen jaar een dagboek bijgehouden en daarin staan zeker 50 ideeën. De meeste slaan op mijn zoektocht naar een nieuwe uitdaging. Maar er staat van alles tussen. Ik heb jaren eerst als architect en daarna als stedenbouwkundige gewerkt, wel mijn studie afgemaakt, dus.
Maar nu toch weer uitgekeken op mijn vak, en op zoek naar iets nieuws. Sinds een paar maanden lid van Mensa. Misschien brengt dat mij op een nieuw spoor.
Tips heb ik dus niet. Misschien toch wel: dwing jezelf om af te maken waaraan je begint. Leuk of niet leuk, jammer dan. Afmaken en goed nadenken wat je daarna wilt doen. Sterkte!
Met vriendelijke groeten, Marilene

(reactie algemeen)
Vroeg of laat hebben we er allemaal mee te maken, met de gezondheidszorg. Dat het niet werkt, zoals het nu werkt, dat is bijna iedereen nu wel duidelijk.
En waarom niet? Zijn we in de specialisaties misschien te veel afgedwaald? Als ik naar de psychiatrie luister, dan lijkt me dat wel.
“Hoogbegaafdheid? Waarom zouden wij daar aandacht aan schenken, wij zijn er voor de ziektes, en daar hoort hoogbegaafdheid niet bij. Dus daar weten wij niets van. Als u wilt weten waarom gedrag door hoogbegaafdheid afwijkend is, dan moet u dat maar aan een psycholoog vragen.” Wij kunnen alleen maar het stempel “ziek” geven. En dat doen we dus. Dat is ongeveer wat je te horen krijgt, van de officiële instanties.
Anna

De golf

Willem Wind

Elk jaar tegen de Kerst en tegen de vakantie is het weer zover. Al sinds ik bezig ben met hoogbegaaafdheid, pak en beet 10 jaar zijn dit de periodes dat allerlei ouders hulp vragen voor meestal hun zoon en soms een dochter. Soms werkt de school mee, soms praat de school mee maar doet weinig tot niets, het eindresultaat is hopelijk een plek op een Leonardoafdeling, thuisonderwijs of een erg vervelende basisschooltijd. En dan maar hopen dat het kind nog energie genoeg heeft voor de rest van zijn of haar jeugd.
Elk jaar verwonder ik mij ook om twee zaken. Dat de school in kwestie meestal nooit eerder hoogbegaafde leerlingen heeft gehad, zeker niet zonder bijkomende kwalen als autisme, ADD, ADHD of een stevige persoonlijkheidsstoornis. En dat de school het wel moeilijk vindt om hier mee wat te doen want er zijn nog zoveel andere kinderen. Alsof dit kind dan wel geslachtofferd mag worden wegens incompetentie. Als je eerst een hoogbegaafd kind behandelt en begeleidt als een hoogbegaafd kind en als dat allemaal op orde is mag je pas voorzichtig eens kijken of er ook nog andere problemen zijn.
De ouders zijn vaak de tweede ‘verrassing’. Hoogbegaafdheid is erfelijk en dat weten ze vaak wel. Dus ook bij hen vaak een heftige reactie op dit nieuws. Maar ook zij gaan er mee om alsof hun kind de enige is, dat het anders zelden of nooit moeilijk gaat. Dat zij de uitzondering zijn. En dat elk halfjaar…

Mijn wens is dat deze halfjaarlijkse oprisping van mijn telefoon en mailbox eens een keer stopt. Daarvoor is nog veel nodig ondanks de nu bestaande kontakten en open verhalen zoals hier bij de ‘uit de kast verhalen’. Wat nodig is is een infrastructuur zodat het kind zich niet meer alleen voelt. Dat het zichzelf leert kennen en vervolgens weer kan gaan leven. En in ieder van ons zit nog wel een kind.

Simpel toch?

Willem Wind

Mijn zoontje had nogal eens problemen met het halen van wat boodschappen bij een winkel hier in de buurt. Ik snapte dat niet goed want hij roert zijn mondje goed, hij weet waar de winkel is en kent de mensen daar. Wat is nou het probleem, soms? Het is zo simpel…
En toen zag ik het opeens door zijn ogen. Hij ziet o.a. deze elementen:
* ik kom thuis met de boodschappen
* ik vergeet het geld of het lijstje en merk dat pas daar
* ik val van de fiets
* er is iets niet te vinden en wat moet ik dan meenemen?
* de winkeljuffrouw wil me niet helpen
* ik kom enge mensen tegen en weet niet wat ik dan moet doen
* ik ga alleen en zal nergens geen hulp of steun bij krijgen

Een korte opsomming, ik zag niet alles maar als voorbeeld is het genoeg zo. Als je dit lijstje bekijkt dan is het een kans van 1 op 7 dat het lukt met dat boodschappen doen. Dus een kleine kans en ook nog eng zodat het beter is om er onder uit te komen. Zoveel geluk kan ik niet hebben, tenslotte.
Deze gedachtengang is natuurlijk niet goed want de kans dat het lukt is 50%. Het lukt wel of het lukt niet. De manieren van ‘niet lukken’ mag je natuurlijk niet meetellen in het resultaat. Een gebrek aan kennis van statistiek kun je concluderen. Het is vergelijkbaar met het gevoel dat je hebt als je al tweemaal een 6 hebt gegooid met dobbelstenen. Bij de volgende worp heb je erg weinig kans om een 6 te gooien, zo denk je al makkelijk. Maar dat is absoluut niet waar, dobbelstenen hebben geen geheugen! Elke keer is die kans 1 op 6….

Wat ik hiervan opsteek is dat toe-te-passen kennis erg belangrijk is voor hoogbegaafde kinderen maar ook voor volwassen hoogbegaafden. Vooral hoogbegaafden kunnen zoveel details in een complexe setting zien dat ze zonder voldoende kennis er eigenlijk niet over zouden mogen nadenken. Maar ja, dat denken doen ze toch wel. Wat ik kan doen is laten zien, vertellen en voorleven hoe om te gaan met complexe situaties en daarin veel details. Ik kan zeggen dat hij 50% kans heeft dat het wel lukt en dat daarom de poging belangrijker is dan het resultaat. Dat resultaat, boodschappen in huis kunnen we ook overdoen, een weigering om boodschappen te doen is een doodlopend pad die er ook nog eens voor zorgt dat hij een volgende keer nog liever op dat doodlopende pad terecht wil komen. Deze kennis aandragen helpt erg goed, vooral als hij ook wat snoep mag kopen als beloning…:)

De piano

Willem Wind

De piano en ik hebben wat met elkaar. De piano staat geduldig in ons huis te wachten en ik speel in mijn hoofd regelmatig de boogie-woogie op dat ding.
En dat geeft te denken. Waarom kan ik het in mijn hoofd zo goed en is het in het echt dat we onverzoenlijke vijanden van elkaar zijn? Een aardige zienswijze is wellicht dat ik in mijn hoofd die zaken perfect kan waarvan ik in de realiteit al van mijn jeugd zeker weet dat ik dat dus net niet kan. Ergens denk ik dat dit een soort vervangende zingeving is aan mijn gevoel van frustratie. De piano frusteert mij niet maar geeft mij wel de mogelijk om dat gevoel te duiden.

Ik ben hoogbegaafd en denk dus na. En dit geeft reden om een stap verder te gaan. Waar komt van orgine dat gevoel van frustratie dan wel vandaan? Ik heb steeds meer het idee dat dat gevoel ontstaan is omdat ik vrijwel altijd moet filteren wat ik zeg, hoe ik mijn lichaam bestuur, hoe ik mij uit naar buiten toe. De ik in mijn hoofd kan ik niet zomaar loslaten in de maatschappij. En dat zal niet erg zijn als het verschil niet zo groot is. Mijn ik snapt veel zaken niet. Dat mensen zo moeilijk doen over ziek zijn en doodgaan of dat ze een ruzie uit de hand laten lopen. Dat mensen in staat zijn om iets geisoleerd te bekijken en daar ook nog eens vergaande conclusies aan durven te verbinden. Zeker als mij dat ook aangaat. Ik snap veel niet. Ik ben holist.

Ik leef lang genoeg om het te snappen. Ergens in de periferie van mijn brein snap ik alles echt wel. Dat is niet zo moeilijk. Maar het frustreert enorm als ik dit alleen al schrijf en dat is weer een teken aan de wand. Als je dit van jongsaf overkomt en frustreert dan wordt het een stevig aanhangsel van mijn persoon. De frustratie van het niet mogen zijn wie je bent.

De piano is een onschuldige vervanging. Die kun je het niet kwalijk nemen. De echte oorzaak is nauwelijks te veranderen want ik behoor tot een minderheid die niet gewaardeerd en daardoor genegeerd wordt. Als ik dat als oorzaak te lang voor mijn ogen heb, draai ik door. Maar soms, soms is het goed om even weer te weten waar de echte oorzaak ligt. Even de zaken scherp zetten om te zien of er nu een begin van een oplossing te vinden valt. Ik geloof in ‘t Peerhoes als begin voor velen. De frustratie zal bij mij blijven maar ook de piano. Wij kunnen opeens weer door één deur want we hebben elkaar nodig. Hij heeft een mooie, droge plek en wordt onderhouden en heel soms bespeelt door bezoekers en ik… ik speel de boogie-woogie wel in mijn hoofd en ben gelukkig.

reacties

Erkenning en herkenning

Volgens mij is het een vrij simpel proces, wat desalniettemin frustrerend kan zijn, zeker als je niet een hokjesgeest hebt.

Erkenning is volgens mij een basisbehoefte van ieder mens, of je nu hoogebegaafd bent of niet. Erkenning gaat vaak gepaard met herkenning, kijk maar naar deze site. Het herkennen van elkaar, het jezelf herkennen in elkaar, geeft een gevoel van erkenning, ik mag er zijn, ik ben niet alleen, er zijn er meer zoals ik! Daarmee vormt zicht een groep waarbij je prettig en veilig voelt, het steunt je eigenwaarde. Het kan je een stuk zekerheid geven, waar je je misschien altijd onzeker hebt gevoeld door het feit dat je afwijkt. Iedere groep heeft zo zijn eigen kenmerken, code’s en cultuur. Iedere groep heeft daardoor echter ook direct een afscheiding naar degenen die buiten die groep vallen, degenen waarbij je je niet (h)erkend voelt. De vraag is; als je hen niet herkent in jezelf, erken je hen dan wel of doen we uiteindelijk allemaal hetzelfde, afstoten en bekritiseren?
Veel mensen gaan zo op in de veiligheid die een groep biedt, dat iedereen die daarvan afwijkt eigenlijk gezien wordt als bedreigend, lastig en frustrerend. Afwijkende mensen roepen vaak gevoelens op van onzekerheid en de wortel daarvan is angst. Veel mensen hebben angst voor verandering. Iemand met andere gedachtes en gewoontes of een ander uiterlijk accepteren, gaat samen met het ter discussie moeten stellen van het als waarheid veronderstelde binnen de eigen groep. Het gaat samen met het ter discussie moeten stellen van je eigen waarheden en dat is voor velen doodeng, want daarmee komt de (h)erkenning binnen de eigen groep op losse schroeven te staan.

Ik denk dat in dit kader de behoefte aan (h)erkenning een frustratie wordt op het moment dat je daarbij tegen een grens opbotst van een andere groep mensen die vanuit eenzelfde behoefte aan (h)erkenning die grens hebben bepaald. Volgens mij kun je alleen de grens over als je bij de ander de angst weet weg te nemen en ik denk dat erkenning van de ander daarbij een eerste stap kan zijn.

Sjonge, ik kan het best aardig op een rijtje krijgen in mijn hoofd, nu nog uitvoeren. Wat vind jij Willem, zullen we met z’n allen niet om die piano heenlopen, maar er gewoon achter kruipen en beginnen? Frustratie kan immers een reden zijn tot harder werken en tot vorderingen. Soms moeten we les nemen, het is niet erg als niet alles vanzelf gaat en geen schande om niet overal goed in te zijn.

W’tje

Willem Wind

Een rustige jeugd heb ik gehad, zou je kunnen zeggen. De basisschool door gedroomd en met een verrassende Cito toch naar de Havo/VWO brugklas. Daar heb ik slechts de herinnering aan dat ik mijn vinger er maar niet achter kreeg wat daar gebeurde. Niet dat ik veel moeite er voor deed, overigens. Zij waren bezig en ik ook maar het was niet dezelfde weg. Na de brugklas nog een keer geprobeerd te hebben mocht ik met de Kerst naar de Mavo. Mij maakte het allemaal niet zoveel uit. Ik wist toch al niet waar ze mee bezig waren..
De Mavo afgemaakt op mijn gemak en daarna de MTS gedaan. Ook daar droomde ik wat doorheen alhoewel de techniek me wel wat meer interesseerde. Overal had ik wel één of meer vrienden maar ik heb nooit het gevoel gehad contact te hebben. Niet dat ik daar naar zocht, overigens. Terugkijkend is eenzaam wel een goed woord.
Daarna in militaire dienst waar ik op het laatst veel ‘ziek’ was en waar weinig gebeurde. Ik was daar ook niet in ritme met de andere jongens, zeg maar.
Werk zoeken was daarna erg moeilijk. Er was veel werkloosheid en MTS bleek opeens niets waard te zijn. Tenslotte maar avond-VWO gedaan op mijn slofjes en daarna de universiteit Twente geprobeerd. Ook daar snapte ik niet echt waar alles om ging en in tegenstelling tot de andere opleidingen zou het daar wel nuttig zijn geweest. Halverwege het seizoen moest ik stoppen en wilde ik dat ook graag. Meestal had ik geen idee wat daar gebeurde. Ik heb er wel leren werken met Turbo Pascal. Dat snapte ik opeens..:)
Na wat her en der werk maar een eigen zaakje opgezet en wat geld daarmee verdient. Op dat moment kwamen ook de kinderen en op een moment zag ik een oproep om mee te doen aan de testronde van Mensa. Geen idee wat het was maar ik belde en ging. Na een paar borrels ed. moest ik even tijd nemen voor heroriëntatie. Met mijn kinderen ging het moeizamer op school en langzamerhand ging ik me meer verdiepen in hoogbegaafdheid. Een paar boekjes geschreven, wat bestuurswerk gedaan, een stichting opgezet welke nu nog steeds een marginaal leven leidt, allemaal op het terrein van hoogbegaafdheid.
Ik ben nog steeds ondernemer en enthousiast voorvechter voor hb-ers. Mijn kinderen stimuleren me nog steeds en al met al gaat het langzaam aan, met erg kleine stapjes allemaal wat beter. Wat ik mis is contact met andere hb-ers. Ik werk wel met eentje en ik ben getrouwd met een ander maar die ken ik al zo lang… Als ik hb-ers zie en contact met ze heb is een avond zo voorbij, nog steeds en ik heb steeds het gevoel dat er vrijwel niets is gezegd. Er had, er moest nog veel meer gezegd worden maar daarvoor zijn we dan te moe, fysiek.
Vroeger en nu nog zeg ik vaak dat ik me verveel. Dat betekent voor mij dat ik weer eens niets heb om over na te denken. Als ik zeg iets niet te snappen, betekent dat voor mij dat ik het wel snap maar totaal irrelevant vind. Daar gaat het niet om in het leven, zeg maar.
Ik denk dat ik holist ben in een wereld waar ze niets daarmee aan kunnen vangen. Soms proberen ze een aantal zaken te koppelen en vinden ze zich enorm holistisch bezig. Ik snap dan nog niet waar het ze omgaat, wat ze willen.
 Willem Wind

Willem Wind uit de kast

Ja die kast… Een leuk verhaaltje kan ik vertellen over mijn kast. Niet dat ik er bewust in zat of wilde zijn. Mijn gezin woonde jaren terug in Hattem,een klein stadje van ons kent ons. We wilden meer kontakten met hb-ers, we waren er net achter, zeg maar. Lastig dat ik nu je lichaamstaal niet kan zien, ik zou mijn verhaal er bij aanpassen en kan dat nu niet. Om bekendheid te geven aan ons initiatief stuurde ik wat letters naar het lokale krantje en die kwam terug met een man die een klein interviewtje wilde. Dat kan natuurlijk. En daarna kwam iemand die een klein fotootje kwam maken want een plaatje hoort er bij, zei ie…. Ik maakte me geen zorgen, het was allemaal klein en wat zou er kunnen zijn dat opvallend was. Nou… toen de krant uitkwam zag ik mezelf groter dan levensecht in de krant staan met een lang artikel. Zoals ik altijd doe bedacht ik me te emigreren dan wel te immigreren mocht het nodig zijn. Dacht al aan Zeeland of Limburg. Nieuw Zeeland… Maar de reacties waren neutraal tot zeer positief! Echt leuk omdat men me nu beter snapte, denk ik. Ik had een kinderdagverblijf in Hattem(www.fkn.nu) maar daar heeft het totaal geen effect op gehad. Er werd veel over gepraat begreep ik later, we waren de eersten.., maar ik heb er alleen maar plezier van gehad. We hebben er leuke contacten aan over gehouden maar de reactie van de marktkoopvrouw vond ik het liefste. Daar kocht ik elke woensdag vlees en ze zei: Het valt niet altijd mee om hoogbegaafd te zijn, geloof ik, he? Nou, zei ik, niet echt nee…. Maar soms ook wel, hoor. De meest kritische reacties kwamen toch van de hb-ers zelf. Die voelden nattigheid, zeg maar. De gewone man en vrouw had niets met mijn uit de kast komen.
Willem Wind

Ik wil wat doen

Willem Wind, 2011.
Ik wil wat doen maar dat is lastig! Ik doe al veel maar effect heeft het nauwelijks. Doen is zo gerelateerd aan effectiviteit voor mij dat doen ansich niet voldoende is.
De laatste tijd moet ik steeds maar denken aan een voettocht door Nederland. Een voettocht om hoogbegaafdheid onder de aandacht te brengen want zeer velen kennen het woord en verwachten nooit zo iemand te zien. Bijvoorbeeld bij de geestelijke gezondheidszorg, bij de psychiaters, de psychologen, de jeugdhulpverlening, de kinderbescherming maar ook op veel scholen voor het bijzonder onderwijs, in de politiek, op de werkvloer. Men kent nauwelijks hoogbegaafden.
Er wordt veel gedaan, zo lijkt het maar een actie op het internet, via een forum oid is ook snel gedaan. Velen komen even kijken en doen soms ook even mee maar daarna is het weer duidelijk: er is een te grote kloof tussen mijn werkelijkheid en die waar ik even in rond heb gelopen. En dan taant de belangstelling weer en sterft een leuke actie een stille dood. Hoe is dit te doorbreken?
Ik zag voor een tweede keer de film Milk. Milk was een homoactivist die na jaren in de kast te hebben gezeten, de eerste democratisch gekozen openlijk levende homosexuele volksvertegenwoordiger werd in Amerika. In de loop van de film ging het over een krachtige tegenbeweging, geleid door een vrouw, die geen homosexuelen duldde in Amerika. Desnoods werden ze allemaal gedeporteerd. Deze vrouw kreeg veel aanhang en alle vooroordelen over homo’s werden breed uitgemeten maar Milk en zijn groepje gingen daar dapper tegenin. Wat het verschil maakte was een scene, toen alles leek tegen te zitten, dat Milk iedereen opriep om zichzelf als homo bekend te maken bij familie en vrienden. Iedere amerikaan moet een homo kennen en als wij het niet vertellen, wie dan?? Een jongen in een hangstoel merkte op dat zijn vader het nog niet wist. Milk pakte een telefoon en zei: het is niet anders, bel je vader en vertel het hem.
Steeds meer heb ik het idee dat dit ook een probleem is bij ons. Kent iedere nederlander wel een hoogbegaafde in zijn of haar omgeving? Weten onze ouders het? Weten onze vrienden het? Wie vertelt hun dat wij er zijn??
Ik wil wat doen. Ik ben volop bezig in mijn hoofd, op mijn computer, in mijn huis. Maar ik ga niet naar buiten… En daar is het leven waar ook ik niet in stap.
Hier in België hoor en zie je vaak mensen die op voettocht gaan naar een heilige RK plaats om daar te bidden. Tijdens die voettocht overdenken ze het en hun leven en komen ze terug bij hun bron.
Ik wil wat doen en ik ga een voettocht doen. Grote woorden voor iemand die niet van lopen houd. En als ik erover nadenk vergt het meer dan enkel mijn huis  uitstappen. Hier is veel voorbereiding voor nodig. En geld want lopen is tot daar aan toe, slapen in een tentje is voor mij een brug te ver. Ik denk dat ik eerst hier een pagina maak waarop ik de voorbereidingen kan maken. Eerst maar even nog het vertrouwde doen en bij leven kan ik dan in mei 2011 of 2012 mijn tocht maken. Loop jij ook mee een stukje in jouw buurt?
En zeg tegen iedereen die je kent: ik ben hoogbegaafd! Want als jij het niet doet, wie doet het dan wel?? Zie voettocht