Klaske van der Weide

Er is veel van mij te zeggen, maar niet dat ik dom ben. Toch lijkt het er vaak op dat dat wel het geval is. Soms is het uiteraard niet al te slim hoe ik uit de hoek kan komen, maar meestal valt het reuze mee, sterker nog, kan ik uit reacties van derden opmaken dat er wel degelijk intelligentie blijkt uit mijn uitlatingen. Hoe is het dan toch mogelijk dat ik totdat ik mijn kinderen liet onderzoeken vanwege problemen toen ze nog aan het prille begin van hun schooltoekomst stonden (de middelste was na enkele weken in groep 1 al dusdanig gefrustreerd dat het vrolijke leergierige kind in een ongelukkig hoopje mens veranderde en met de moed in zijn schoenen naar school toog……) geen enkele reden had gezien om de term ‘hoogbegaafdheid’ op mijzelf van toepassing te laten zijn? Hoe dat mogelijk is?
Het zit vermoedelijk als volgt (zoals ik het op dit moment duid, mijn mening staat nooit voor de eeuwigheid vast, ik groei en verander daarmee van inzicht en dus ook van uitleg en verklaring en toelichting, al is de kern nooit anders dan de oorspronkelijke boodschap, het behoeft vaak meer nuancering en dat lijkt dan in de ogen van anderen een ontkenning van het eerder gezegde, wat het geenszins is en ook niet beoogt te zijn): ik werd geboren als eerste kind in een gezin van twee gestudeerde ouders. Ze spraken met mij zoals ze met iedereen spraken, als een gelijke. Uiteraard was duidelijk dat ik hun kind was en zij mijn ouders, maar om dat te benadrukken was er geen behoefte aan baby- of kindertaal. Ik scheen hun woorden wel te begrijpen, immers?
Ik leerde goed praten, in complete volzinnen en toen ik met een jaar of drie voor het eerst kennismaakte met het schoolhoofd van de plaatselijke dorpsschool kon hij het niet nalaten mijn moeder te zeggen: ‘wat praat dat kind goed! Ik heb kinderen in de eerste klas van de lagere school die slechter praten.’ Mijn trotse moeder heeft het regelmatig herhaald……de overlevering maakt de getallen soms anders, feit blijft dat de verbazing oprecht was en mijn talige vermogens groot waren.
Zonder problemen doorliep ik de basisschool, die toen nog lagere school heette. De problemen lagen althans niet op het vlak van doorlopen van de leerstof. Integendeel. De groene rekentaken voor de snelle leerlingen had ik sneller af dan de gemiddelde leerlingen hun verplichte witte rekentaken maken konden, de blinde kaart kende voor mij geen geheimen nadat ik het een keer goed in me opgenomen had en op het gebied van taal was ik zo uitblinkend dat de hoogste cijfers een magere weergave waren van mijn prestaties. Nee, ik overdrijf niet. Ik vond het normaal. Ik was kind van ouders die gestudeerd hadden, ik zat op een dorpsschool met kinderen die ouders hadden die slechts een middelbare school afgerond hadden dus was het logisch in mijn ogen dat ik meer kon en sneller was dan zij allemaal bij elkaar. Effect was wel dat het lastig was vrienden en vriendinnen te vinden die me ook maar iets te bieden hadden. Mijn beste kameraad was een jongen, maar al snel begreep ik dat dat niet gangbaar is voor meisjes. De jongen in kwestie was daar nog meer van doordrongen en het kostte me meer en meer moeite om met hem buiten school om afspraken te maken. Mijn beste vriendin was een meisje dat uiterlijk gezien erg op me leek en vlakbij woonde en daarmee vrijwel altijd beschikbaar was. Totdat ze andere meisjes om voor mij duistere redenen leuker leek te vinden en me keer op keer alleen liet. Ik was in staat mijn eigen plezier te organiseren, dus erg leed ik niet onder deze situatie. Wel keek ik met bewondering naar mijn broer, intelligenter dan ik en sociaal begaafder. Hij had veel vrienden en hield zich aan de sociale codes waar ik zelf het bestaan amper van doorhad en slechts door het stoten tegen de grenzen ervan ontdekte dat ze bestonden.
Na de lagere school kwam het gruweljaar dat brugklas heet. Ik kwam terecht in een groep van vrijwel louter havisten, die school en leren maar onzinnig vonden en alles deden om groot en stoer gevonden te worden, maar het leren weinig tot geen aandacht wensten te geven. Ik daarentegen zag hunkerend uit naar meer en meer kennis. Feiten, ik kon er niet genoeg van krijgen. Nieuwe talen, afgezien van het woordjesleren en de grammaticale lastigheden die ik moeizaam onder de knie kreeg vond ik het heerlijke vakken.
Ik bleek niet goed te liggen in de groep en werd al snel het mikpunt van pesterijen. Gelukkig voor mij was er in de klas ook een jongen die nog iets lager in de pikorde stond en daarmee vaak een afleiding bleek te zijn van de pesterijen die op mij gericht waren. Ik slaagde er vaak in het zo te organiseren dat de aandacht van mij afgeleid werd, waar ik me vervolgens doodschuldig over voelde, want ik wist maar al te goed hoe het voelt om pesterijen te ondergaan. Ik was dat jaar meerdere malen in tranen als ik naar huis fietste. De dagen sleepten zich voort en het enige waar ik nog plezier aan beleefde was in mijn boeken duiken en er het beste van te maken. Dat werkte goed, mijn cijfers schoten omhoog en het was overduidelijk dat het gymnasium voor mij de beste plek zou worden. Uit de brugklas kwamen enkele leerlingen mee, gelukkig alleen de interessante jongens en een paar meiden van wie ik geen kwaad te duchten had. Toch vreesde ik met grote vreze…..
In de zomervakantie ging ik op een kamp. En van tevoren bedacht ik dat niemand mij daar kende en dat ik dus een uitgelezen gelegenheid had om mezelf ‘opnieuw uit te vinden’. Ja, dat bedacht ik werkelijk. En ik voerde het ook uit. Ik besloot de brugklas te vergeten (voor zover dat mogelijk was) en mijn beste kanten naar buiten te laten komen op het kamp. Dat bleek wonderbaarlijk goed te werken. Ik voelde me weer gezien en serieus genomen en kon aan het eind van de week met opgeheven hoofd en stralend van zelfvertrouwen weer huiswaarts keren.
Op de eerste dag in de tweede klas ontmoette ik een meisje waar het zo mee klikte dat ze de hele middelbare school mijn hartsvriendin en maatje bleef en ik nog vele jaren daarna hevig met haar bevriend was.

Leren bleef me boeien, maar de wijze waarop het ging maakte het niet altijd even makkelijk. Aan de andere kant was het soms uitermate eenvoudig hoge cijfers te halen ondanks de wijze van lesgeven. De multiple choice testmethode van biologie kende geen geheimen voor me, puur door goed te lezen en na te denken kon ik de vragen beantwoorden, waar ik bij open vragen geen flauw idee gehad zou hebben van de antwoordmogelijkheden.
Om een lang verhaal danig in te korten, op leergebied heb ik nooit werkelijke problemen ervaren. Ook niet toen ik bleef zitten in de 5e klas? Nee, want ik wist dat er andere oorzaken aan ten grondslag lagen dan niet mee kunnen komen.
Hoe ik er dan uiteindelijk aan toegaf dat hoogbegaafdheid wel een label is dat me past? Door in contact te komen met een LinkedIn groep waar ik ineens me tussen peers bleek te bevinden. De gesprekken waren in hoog tempo en gingen echt ergens over en ik merkte hoe lang al ik mezelf in zijn zoals ik ben tekort gedaan had door me ongemerkt aan te passen aan het tempo en de interessevelden van de mensen met wie ik in het dagelijks leven in contact kom. Plotseling begon alles in mij weer te stromen, dacht ik weer over van alles en nog wat na, begonnen er in mijn verschillende denksporen naast elkaar te ontstaan die elkaar positief beïnvloedden. Het was een compleet nieuwe wereld die voor me openging en langzamerhand kreeg ik door dat niet alleen mijn intelligente broer en mijn geteste kinderen, maar ook ikzelf onder deze groep gerekend kon worden. Het was een openbaring en een verademing.
Tegelijkertijd ontstonden allerlei vragen in mijzelf. Want mijn broer leeft niet meer. Hij kon het leven niet langer verdragen toen hij nog maar 22 jaar was. Zou dat te maken hebben gehad met negatieve ervaringen rondom zijn hoogbegaafdheid? Een wereld die niet begrijpt hoe snelle denkhoofden redeneren en daar niet van weten wil omdat het zo vooruitstrevend is wat er bedacht wordt dat het als absurd en veel te hooggegrepen afgedaan wordt nog voor er goed geluisterd is naar het totale idee met alle ins en outs die uiteraard ook allang doordacht zijn in de tijd die de ander nodig heeft om de globale gedachte door te laten dringen als een mogelijk zinvolle optie waar meer over verteld zou kunnen worden. Het is een rare wereld, vandaag de dag. Als je veel weet en veel wilt weten word je niet serieus genomen. Als je je van de domme houdt en meeblaat met de massa ben je immens populair. Hoe op de kop en verknipt kan het zijn……
Tegen dommigheid heb ik nooit gekund en het ergste verwijt dat je mij kunt maken is me voor dom verslijten. Wie dat doet heeft iedere achting verloren in mijn pikorde van interessante personen en te negeren personen. Ik heb mezelf gehard om niet meer in te gaan op elke kreet die iemand slaakt. Vrienden maken komt nauwkeurig. Serieus genomen worden in je eigenheid is een eerste vereiste en daarnaast een wederzijds vertrouwen dat niet bij enige vreemde uitlating mijnerzijds direct in twijfel getrokken wordt. Waarom ik juist dat thema belangrijk vind in mijn verhaal? Omdat het de rode draad van aanvaard weten en misverstaan worden vormt. Zelfs goede vriendschappen verdwijnen uit mijn leven, is mijn ervaring, door omstandigheden die vaak te maken hebben met andere personen. Voor mij niet altijd te doorgronden. Met slechts één vriendin heb ik ooit een ‘einde-vriendschap’ gesprek kunnen hebben, waarbij zij aangaf dat we te verschillend waren (voor mij een reden voor de vriendschap, want mezelf in de spiegel zien kan ik ook wel zonder mensen om me heen, ik zie liever nieuwe onverwachte kanten die wellicht ook op de een of andere wijze in mijzelf blijken te zitten) en dat het voor haar om die reden te moeilijk was om bevriend te zijn. Daar kon ik vrede mee hebben, hoewel het voor mij een groot verlies was.
Ik ben trouw aan mijzelf en om dat te kunnen zijn maak ik ook weleens keuzes in het leven die door anderen als onverklaarbaar en onbegrijpelijk of zelfs onverstandig of dom neergezet worden. Dat is lastig. Maar het is niet anders. Met een zekere wijze van zijn kan de wereld minder goed uit de voeten en die wijze van zijn blijkt nu net wel te zijn hoe ik in elkaar steek. En ik schaam mij daar geenszins voor. Integendeel. Ik durf met open vizier de wereld tegemoet te treden en toe te geven dat ik behoor bij het elitekorps dat zich hoogbegaafd mag noemen. Getest? Ach welnee, wat zijn getallen nu helemaal…..een nummertje dat je in een hokje doet belanden. Op internet heb ik de intakemensatest gedaan, voor de gein, om te zien hoe moeilijk dat zijn zou. Ik haalde het zonder moeite…..en dan is de uitdaging dus ook weg. Want als iets makkelijk gaat dan zal het wel niet zo interessant zijn, is mijn levenservaring. De moeilijke dingen, de strubbelingen, de wrijvingen, ze leren me het meest, over mijzelf, over mijn medemensen en over de wereld. De dood van mijn broer was de ultieme wrijving en bracht in mij een kant aan het licht die ik altijd onder de korenmaat gehouden had: mijn schrijftalent. Over zijn dood schreef ik een boek. Intussen is het te koop via Internet. Ik ben een schrijver. Ik ben een denker. Ik ben een begaafd mens met meer talenten dan tijd. Ik ben een mens als iedereen met gebreken en tekorten, maar bovenal ben ik iemand die zichzelf in de ogen kan kijken en dan tevreden is met zichzelf. Ondanks alles dat ik telkens aan tekorten en gebreken ontmoet in mijzelf en in de ogen van anderen. Dom ben ik niet. Naïef wellicht wel. Dat de wereld dat met elkaar verwart? Het zij ze vergeven.

Da H.K. Van der Weide

2 gedachten over “Klaske van der Weide”

  1. Dank je wel Klaske, dat ik hier jouw persoonlijke verhaal mag lezen.
    Ook met je ervaringen over het uitraken van vriendschappen. Daar herken ik zelf ook veel in.
    Naast persoonlijke belangstelling verzamel ik ook ervaringen van HB volwassen en deel die weer. Over de vriendschappen en relaties van hoogbegaafden zou ik graag meer willen weten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.