Het verhaal van Geert Van Oosterwyck

Op een leeftijd van 62 jaar besef ik nu pas waar mijn hele leven al het schoentje wringt, ik moet voor mezelf toegeven dat ik hoogbegaafd ben. Ik kom uit een gezin met 7 kinderen uit de lagere arbeidersklasse, kon op mijn drie jaar al lezen en schrijven (ik herinner me nu nog dat ik op mijn drie jaar van sinterklaas maar EEN ding wilde: de boekjes “leren lezen in een wip”, in de lagere school was ik altijd bij de beste van de klas, resultaten van meer dan 90% waren voor mij heel normaal. Wat mij als jong kind het meest stoorde was dat mijn ouders mij hier nooit voor aanmoedigde, mij nooit iets lovend zegden, voor hen was het meer “lastig” dan goed. De lagere school was vooral saai, leren was iets wat ik totaal niet kende. Op het einde van de lagere school kregen we een PMS onderzoek. Toen ze vroegen wat ik wilde worden antwoordde ik: ik wil kernfysica doen(we hadden dat jaar naar de Savannah gaan kijken, het enige vrachtschip ter wereld met kernaandrijving). Voor de mensen van het PMS was dat geen enkel probleem. De raad van deze mensen volgend werd ik naar het college gestuurd, niettegenstaande dat dit voor mijn ouders een zware financiele opoffering was. Op een gegeven moment had men bouwplannen in dit college, en, werd er een bouwfonds opgericht, de leerlingen kregen allemaal een brief mee naar huis waarin gevraagd werd om geld in dit bouwfonds te storten. Het college stelde zelf een bedrag voor. Dit bedrag was groter dan een maandloon van mijn vader in die tijd. Dus, voor een gezin van zeven kinderen(met een gehandicapt jongste zusje)was “Het verhaal van Geert Van Oosterwyck” verder lezen

Het verhaal van Allart Jung

Geboren in Nijmegen,02-01-1962, in een gezin met een broer en twee zussen. Mijn vader was betonconstructeur en later predikant. Mijn moeder was kleuterleidster, handenarbeid lerares en later yogalerares.
Als kind was ik erg op mezelf met boeken lezen op mijn kamer en muziek luisteren. Ik las filosofische werken en volwassen literatuur en luisterde met mijn vader naar klassieke muziek. Mijn verdere interesses waren viool spelen, hockey ik speelde zeer goed als scorend middenvelder bij mijn club NMHC in Nijmegen, de jeugdclub NJN Nederlandse jeugdbond voor natuurstudie en tekenen voor de clubblad van de NJN.

De scholen die ik doorlopen heb zijn: Lagere school, dit was een andere lagere school dan mijn broer omdat hij te dominant voor mij was en ik te veel met hem te maken zou hebben. Na de lagere school kwam ik in de mavo terecht en werd ik daar weggepest en weggestuurd. Ik ging naar de Lom mavo in Nijmegen. Deze heb ik afgerond. Vervolgens ging ik naar de Havo “Het verhaal van Allart Jung” verder lezen

Een zoektocht naar zichzelf

De jeugdjaren

Als 9 jarige jongetje kwam ik in aanraking met een verschijnsel dat later mijn “Work for Life” bleek te zijn. Het ging over mijn ervaring jegens de vele zieke mensen die meevoeren op het Rode-Kruis-Schip ‘Henri Dunant’. De enorme mate van sympathie met hen met de wens hen gezond te laten zijn omwille van mijn eigen gezondheid als ruilmiddel kon ik op die leeftijd onmogelijk plaatsen en bracht mij in een verdrietig moment van extase. Het verlangen naar een Utopia waarin alle mensen weer gezond konden worden. Vanaf die leeftijd was ik in tegenstelling tot mijn eeneiige tweelingbroer een enorm fanatieke observeerder ; terwijl hij met anderen speelden, zat ik op een gepaste afstand te kijken naar de andere kinderen. Na de lagere schooltijd was dat nauwelijks anders. Ook ik was natuurlijk wel een zeer actief kind – in de huidige terminologieën zou ik een ADHD-er zijn geweest – maar de echte fascinatie lag in het onderzoeken van gedrag en meer nog de motivaties en triggers eronder en erachter. En daarmee is eigenlijk in zekere zin de tendens van mijn leven beschreven; ‘de onderzoeker’.

De pur sang onderzoeker

In latere stadia van mijn leven kwam ik vaak de quote van Albert Einstein tegen : “One’s Intuition is the Gift; one’s Cognition is the humble Servant.” Ondanks vele onderzoekingen – toen nog binnen de context van onder “Een zoektocht naar zichzelf” verder lezen

Ik heb geluk gehad

Karl Deputter
——————

Van mijn kleuterjaren weet ik niet veel meer, en ook van de lagere school herinner ik me slechts een handvol kleine fragmenten: nogal veel gepest geweest, veel traantjes, en goed in rekenen.
In de middelbare school begon mijn geluk te keren: veel minder pesterijen, en zelfs een paar vrienden. Maar het bleef wel nog geruime tijd een doelloze zwerving. Op m’n 15e wist ik nog altijd niet wat ik met mijn verdere leven wou gaan doen.
Maar toen kwam mijn neefje tijdens de zomervakantie een paar weken bij ons logeren, en hij had zijn computer meegebracht: een Commodore 64, een hoop cassettes met spelletjes, en een boekje waarin alle BASIC commando’s werden uitgelegd zodat we (eventueel) ook zélf onze eigen spelletjes konden programmeren. Vooral dat laatste interesseerde mij heel erg. Met ‘peek’ kijken hoe alles in het geheugen werd bijgehouden, en met ‘poke’ geluidjes produceren, een ‘sprite’ tekenen en die over het scherm laten bewegen, enzovoort. De dagen waren lang; De nachten waren kort.

Ik had geluk dat mijn vader enkele maanden later besloot om een computer “Ik heb geluk gehad” verder lezen

Ik ben anders en dat is niet erg.

Het verhaal van A.

Als jong meisje was ik al altijd sneller. Ik had bijvoorbeeld hele slechte ogen en las ’s ochtends het woordpakket van het bord, wat ik ’s middags op moest schrijven. Niemand wist dat. Niemand wist dat ik slechte ogen had. Ik dacht dat het normaal was, en iedereen het zo deed.

Al jong wilde ik aardig gevonden worden. Ik wilde bij de leukste meiden van de klas horen. Wat mij ook altijd lukte. Gelukkig was ik niet, want ik was niet mezelf. Ik durfde niet in een extra groepje. Ik verbood mijn moeder mij in een extra groepje te doen. Ik was ontzettend muzikaal. Ik leerde mezelf blokfluit spelen, waarna ik in groep 5 begon met dwarsfluit spelen. Dit heb ik 4 jaar gedaan.

Toen ging ik naar de middelbare school, VWO uiteraard. Ik wilde weer bij het populairste meisje van de klas horen en dat gebeurde: het werd mijn beste vriendin. In de eerste stond ik een 8,9 gemiddeld. Het hoogste van de klas. Ik vond het leuk. Tot mijn klasgenoten het door kregen: ze is anders. Ze is slimmer dan ons. Ze weet altijd het antwoord. Er ging een zucht door de klas “Ik ben anders en dat is niet erg.” verder lezen

the XX – crystallised; Inge

hoi
schets; ik ben moe nu maar kan niet slapen. verklaring;
zoiets als ongeveer een hoge performale score. eerst de test die dat zocht (raven denk ik) en idd
een mottige 130 die dan weer op de grens zit.
nogal onwaarschijnlijk te begrijpen vanuit het idee dat ik technisch onderwijs volgde
(belg) Altijd veel aandacht gehad voor het creatieve wel, dan ook hoger kunstonderwijs gevolgd. (ik wist het beter dan mijn docenten en zo ook een degout voor kunst pur sang ontwikkeld. niet voor het creeeren.)
toen nog altijd niet zo zeer over de idee van die score van de testing wel veel vragen.
later nog eens testen, andere test. Waiss4 dacht ik. weer hoog performaal
lager verbaal. totaal iq niet erg hoog en dus niet hoogbegaafd.
veel opgezocht daarrond. fluid en crystallised iq en verbaal performaal “the XX – crystallised; Inge” verder lezen

Klaske van der Weide

Er is veel van mij te zeggen, maar niet dat ik dom ben. Toch lijkt het er vaak op dat dat wel het geval is. Soms is het uiteraard niet al te slim hoe ik uit de hoek kan komen, maar meestal valt het reuze mee, sterker nog, kan ik uit reacties van derden opmaken dat er wel degelijk intelligentie blijkt uit mijn uitlatingen. Hoe is het dan toch mogelijk dat ik totdat ik mijn kinderen liet onderzoeken vanwege problemen toen ze nog aan het prille begin van hun schooltoekomst stonden (de middelste was na enkele weken in groep 1 al dusdanig gefrustreerd dat het vrolijke leergierige kind in een ongelukkig hoopje mens veranderde en met de moed in zijn schoenen naar school toog……) geen enkele reden had gezien om de term ‘hoogbegaafdheid’ op mijzelf van toepassing te laten zijn? Hoe dat mogelijk is?
Het zit vermoedelijk als volgt (zoals ik het op dit moment duid, mijn mening staat nooit voor de eeuwigheid vast, ik groei en verander daarmee van inzicht en dus ook van uitleg en verklaring en toelichting, al is de kern “Klaske van der Weide” verder lezen

brokenveneer

Eindelijk mijn levensverhaal. Ik weet sinds een jaar of 4 dat ik hoogbegaafd ben.

Toen vielen veel puzzelstukjes bij elkaar over mijn eigen leven.

Zoeken op internet naar soortgenoten etc… Willem Wind’s boek besteld, kende hem nog niet. Nu al weer een hele tijd. Maar er echt iets meegedaan met die kennis in mijn doen en laten heb ik nog niet tot vorige week. In november weer maar eens van werk veranderd na een conflict met de leidinggevende over hoe ik mijn werk moest doen. Terecht gekomen op een administratieve dienst waar ik na een week werken al wist: aje, hier ga ik  depressief worden.

Ik hou van fysieke inspanning, hou van buitenwerk en met mijn handen werken.

Daar ga ik nu naar op zoek… het kan nog wat duren maar ik gooit mijn leven om..

brokenveneer., 16-01-2013

Het leven van Sas

Als kind was ik al snel met leren. Toen ik 3 was heb ik mezelf leren lezen. Later op de lagere school had ik geen problemen met de lesstof. Alles was makkelijk. Ik was het lievelingetje van de leerkracht, want ik deed altijd enthousiast mee, deed m’n best, was beleefd en haalde goede cijfers.
Vriendinnetjes had ik bijna niet. Ja 1, af en toe 2. En ik werd veel gepest. Want ik was anders. Ik had een bril, later een beugel, haalde altijd tienen en was niet goed in sport. Dan wil het wel.
Op het gymnasium moest ik opeens moeite doen om goede cijfers te halen. Alleen even doorlezen was niet meer voldoende. Althans, voor Latijn. Grieks vond ik geweldig, die gekke letters en een geweldige leraar. Maar helaas, je moest voor beide een voldoende hebben, de 9 voor Grieks compenseerde niet de 5 voor Latijn, dus ik moest van het gymnasium af.
Atheneum dan maar. Maar nog steeds had ik geen idee hoe ik moest leren, dus ook dat ging niet best. Toen begon ook de puberteit en wilde ik alleen nog maar het huis uit, maar dat mocht pas als ik m’n middelbare school af had. Dus in plaats van nog een keer naar 3 Atheneum ging ik naar 4 Havo (dat m’n ouders dat ooit goed gevonden hebben!).
Omdat ik op die school weer zo gepest werd, stapte ik over naar een andere school. En toen ging het ineens weer zoals ik gewend was: makkelijk, makkelijk, makkelijk. Alleen maar hoge cijfers en geen moeite doen.

“Het leven van Sas” verder lezen

Jet: Ben ik hoogbegaafd?

Mijn verhaal: ik ben eind 1941 geboren , als 3de kind in een gezin (van 4) waar de oorlog een behoorlijke impact had.

Mijn vader zat in het verzet en mijn moeder had in haar eigen jeugd in België al aardig wat traumatische oorlogservaringen opgedaan.

Waarschijnlijk heb ik als jong kind al geleerd om me zoveel mogelijk aan te passen. Ik was een emotioneel kind met een sterke binnenwereld en ik heb altijd het gevoel gehad anders te zijn en er, ondanks mijn enorme aanpassingspogingen, niet bij te horen. Op school ging het erg wisselend: van heel goed tot erg slecht: ik was zó onzeker en van overtuigd dat ik niet aan de verwachtingen voldeed. Dit werd bevestigd door mijn vader die letterlijk tegen me zei: “Niet iedereen kan even slim zijn, maar als jij goed voor andere mensen zorgt, zullen ze ook wel van je houden!”

In die tijd waren er veel problemen op de scholen van mijn zus en broers; mijn oudste broer werd getest en bleek hoogbegaafd te zijn terwijl ook de “Jet: Ben ik hoogbegaafd?” verder lezen

Marlies Wind

Ik voelde me altijd al anders, maar wist tot mijn 35e niet waardoor dat kwam. Wel was er altijd een stemmetje dat zei: ‘maar het voelt goed’. Dat stemmetje is vaak mijn ankerpunt en ‘redding’ geweest. Wat me bij is gebleven van mijn jeugd is dat ik me vaak ‘dom’ voelde. Ik liet dat ‘dom-zijn’ door mijn vader voortdurend bevestigen, mee doordat hij vroeg: zit jij nou op het gymnasium?
Na mijn lagere school waar ik me wel aansloot bij twee vriendinnen maar waarvan ik wist dat ik er toch niet echt bij hoorde, een jeugdvriendje die me het idee gaf dat ik ‘gewoon’ was maar me totaal niet begreep, kwam ik door een nogal hoge CITO-score terecht op het gymnasium. Ook daar het ‘buitenbeentje’, me ‘anders’ voelend en werd jaren later bij een reünie bevestigd door medeklasgenoten van mijn laatste ‘examengroep’: ze konden me niet bereiken zeiden ze en ik ging mijn eigen gang.
De eerste jaren van het gymnasium me aansluitend bij een vriendin die ook buiten de groep stond, maar om een heel andere reden ontdekte ik later. Eind klas vier redde ik het niet meer met het leren. Heb het altijd tot die tijd moeilijk gevonden te ‘snappen’ waar de leraren en mijn schoolgenootjes het over hadden. Het enige vak waar ik me echt in kon uitleven was godsdienst en maatschappijleer; wel weer het buitenbeentje want de meesten hielden hun mond, ik niet, maar merkte dat ik weinig aansluiting had met mijn klasgenoten, dus zocht ik het bij de ouderejaars waar ik uren en uren mee heb zitten bomen. Twee keer de vijfde gedaan, en twee keer op een tiende punt gezakt. Zie je wel, zo slim, zo intelligent was ik niet…..
“Marlies Wind” verder lezen

Anna

Ongelukkig jarig heette het vroeger, als je kort na 1 oktober jarig was. Toen ik vijf jaar oud was, wist ik het zeker, ik was dom want ik was afgewezen voor de nulde klas. Ik mocht niet met behulp van dat klasje de eerste klas overslaan.
Ik had gefaald, en dat heb ik nog vaak gedaan daarna. Drie jaar gymnasium in Den Haag, daarna drie jaar atheneum in Brussel. De Europese School daar was een uitdaging maar bijzonder goed presteerde ik niet. Ik was een lui kind, dat was algemeen bekend. Aan de TU Delft deed ik vervolgens een jaar lang helemaal niets. In de drie jaar verpleging voelde ik mij tenminste niet schuldig want ik verdiende mijn eigen geld. Opleiding echter niet afgemaakt.
Het eerste jaar van de Heao haalde ik wel maar ik verveelde me zo dat ik weer ging werken en een jaar later verhuizen om te kunnen samenwonen. De avond-Heao in die andere stad, in combinatie met werken overdag, maakte dat ik mijn partner vrijwel niet zag dus de Heao liet ik weer vallen.
Weer een verhuizing een paar jaar later vanwege werk toenmalige echtgenoot. Ik had al mijn leuke banen al opgezegd voordat ik merkte dat ik in die regio helemaal geen baan kon vinden. Ik had geen papiertje, was al aan de oude kant, had te vaak te veel en te korte ervaringen en bovendien werd ik een maand na de verhuizing al zwanger.

“Anna” verder lezen

Jacqueline

Op dit moment zit ik verhalen van anderen te lezen. Ik zit zelf nog tussen, me heerlijk voelen omdat ik weet waar het aan ligt tot het treuren om gemiste kansen en onbegrip, in. Onbegrip van anderen maar ook zelf snap ik het nog niet allemaal. Ik zou hier graag even van me afschrijven. Veel van wat er in mijn leven als ‘raar gelopen’ is bestempeld, is voor mijzelf wel op z’n plek gevallen. Toen ik heel klein was kon ik al legpuzzels maken (volgens mijn moeder 1.5 a 2 jaar) en kon me al vroeg goed verwoorden en veel herinneren. Geen peuterschool gedaan. Kleuterschool wel wat vriendjes vanuit de buurt maar had wel altijd gevoel dat ik nooit echt vriendjes en vriendinnetjes had. Lagere school werd dat alleen maar erger. Ik ben best sociaal en redelijk extravert maar ik liet mij steeds vaker terugzakken omdat ik gepest werd. Ik was slim en kon veel dingen goed met name sporten. Als ik gepest werd hield ik dat heel lang vol tot ik de bom barstte en dan pakte ik iemand heel stevig vast. Zo werd ik Jacqueline die altijd knijpt. Ik doorliep de school vlot maar sloeg geen klas over o.d. met een zeer goede cito kreeg ik advies havo/vwo. Tot 4 vwo nooit echt veel gedaan. Door het pesten op lagere school grote mond aangemeten en me altijd aangesloten bij de populairste van de klas (de recalcitranten). 4 vwo opnieuw gedaan. 5 vwo weer niets gedaan. Van school gewisseld, 5 en 6 vwo in een jaar. Gezakt. Uiteraard want ik deed nog steeds niets. Jaar erop opnieuw examen in de

“Jacqueline” verder lezen

Helmi van der Helm

Het onzinnigste dat wij al sinds onze geboorte aanleren is de kunst van het aanpassen. Onze trotse ouders willen niets liever dat hun kind later tenminste door de maatschappij als ‘normaal’ zal worden gezien. Tenminste, want nóg liever willen zij dat hun nazaadje zal uitblinken en de maatschappij het later als een ‘beroemdheid’ zal insluiten. Zeker, zult u denken, maar allereerst zullen die ouders het kind gelukkig willen zien, want niets gaat boven het geluk.

Voor heel even ga ik hierin mee: als kind van liefdevolle ouders die jou al het geluk gunnen, neem je alles van hen aan, omdat zij (in de ogen van een kind) autoriteit uitstralen en jouw rugzakje zullen volstoppen met allerlei goede en nuttige zaken – misschien zit er zelfs wel wat lekkers bij – opdat jij de juiste weg zult volgen. De weg naar het geluk.

De weg naar het geluk? Bestaat deze weg werkelijk of is het een wensdroom? Hoeveel mensen van boven de twintig voelen zich oprecht gelukkig? Ik vermoed een minderheid, omdat de meesten niet eens weten wat geluk voor hen betekent. Als mijn vermoeden klopt, dan hebben verreweg de meeste ouders – weliswaar goedbedoeld – hun kind(eren) het bos ingestuurd met een rugzak vol met zaken waar het kind -blijkbaar- geen zak aan heeft. Het lekkers is na een paar jaar dwalen vast verorberd en een kapmes of een survivalpakketje zat er niet in. De meeste ouders hebben gefaald. Maar ook zij zijn kinderen van de rekening…

Willen we deze vicieuze cirkel doorbreken, moeten we loskomen van de droom die Geluk heet. Een aantal filosofen heeft dit al eerder rondverteld en opgeschreven, maar helaas blijkt – optimistisch geuit – een kleine minderheid van alle ouders deze filosofische boodschap te hebben begrepen. “Helmi van der Helm” verder lezen

Noks Nauta

Ik ben hoogbegaafd. Zo, dat is eruit!
Ik kwam er in het jaar 2000 na een IQ test achter, ik was inmiddels al 52 jaar. Ik had me laten testen omdat ik inmiddels tweemaal vrij grote problemen had gehad met leidinggevenden. Eenmaal was ik zelfs via de kantonrechter ontslagen.
Mijn hele leven voelde ik me altijd al ‘anders’ dan anderen in mijn omgeving, ik had vaak het gevoel dat ik een beetje raar was. Ik dacht anders, ik voelde anders en ik reageerde anders. Ik had altijd het idee: als ik ouder word, dan ga ik vast wel een keer snappen hoe het dan wel moet.
Maar nee, zo zat het dus niet. Ik was dus echt anders.
Wat was dat dan: Hoogbegaafd? Met mijn honger naar kennis kwam ik er al snel achter dat er over hoogbegaafde volwassenen anno 2000 nog maar heel weinig geschreven was. Dat kon ik niet goed uitstaan. Want ik wilde het snappen. Ik ben toen zelf met enkele gelijkgestemden, zoals onder anderen Frans Corten, Maud Kooijman, Sieuwke Ronner, veel gaan lezen en veel gaan praten. We zijn vervolgens gaan schrijven, voor hoogbegaafden zelf en voor deskundigen, zoals bedrijfsartsen en psychologen. Steeds kregen we “Noks Nauta” verder lezen

Rianne van de Ven

“When the student is ready, the teacher will come” is een bekend gezegde dat om mijn HB-verhaal van toepassing is.
Ik heb ‘het’ altijd wel geweten, maar ik was er niet klaar voor. En op 33-jarige leeftijd was ik dat blijkbaar wel. Tijdens een bijdehante chat-sessie met een collega op mijn werk kreeg ik van hem de link van de Mensa-thuistest toegestuurd. Ik was zo snel in mijn reacties en grappen naar hem, dat hij – op dat moment recent Mensa-lid – vermoedde dat ik wel eens heel hoog zou scoren. En dat was zo. En toen begon het: een proces van zelfacceptatie, groei en een geheel nieuwe bril op de werkelijkheid. De heftigheid is er na 4 jaar nu wel af, maar dagelijks beleef ik nog nieuwe ontdekkingen en inzichten in mijn wereld.

Ik woonde in een klein dorp (sorry: stad!) en op de lagere school had weinig aansluiting bij mijn klasgenoten. Of bij mijn familieleden. Als superleergierige druif koos ik enkele vriendjes en vriendinnetjes op basis van de omvang van de boekenkast van hun ouders. Ik had maar weinig vrienden, want ik was ook een gewild pestobject.
Na 5 jaar lagere school was ik daar wel klaar. Maar ja, versnellen was een begrip dat toen geen gemeengoed was. Dus het zesde jaar heb ik veel gelezen en veel koffiegezet voor de leraren. En gesport. Want sporten was is ons gezin heel belangrijk. En daarin was ik ook goed. Mijn sport heeft me “Rianne van de Ven” verder lezen

Mariska de Swart

Of ik een stukje wilde schrijven voor deze pagina? Ja hoor, dat wil ik best zei ik. Maar wat moet ik dan schrijven? Daarover dacht ik later pas…
Misschien is dat wel een van de meest kenmerkende dingen over mijzelf; al snel zeggen ‘tuurlijk, doe ik wel’, om later pas na te denken over waarop ik nu weer Ja heb gezegd. Met dat ‘Ja, tuurlijk’ ben ik al op veel verschillende plaatsen geweest en heb ik veel verschillende dingen gedaan. Dingen die ik, als ik er van tevoren over had nagedacht, waarschijnlijk niet had gedaan. Omdat ik dan zou denken het niet te kunnen, of het niet te durven. Voor mij werkt het ‘eerst Ja zeggen, dan pas denken’ achteraf altijd erg goed.
Maar laat ik eerst teruggaan naar een jaar of dertig geleden.

Op de kleuterschool ben ik getest vanwege mijn ‘afwijkende gedrag’; behalve in de bouwhoek waar ik geweldige bouwwerken scheen te hebben gemaakt wilde ik eigenlijk niet spelen. Ik was geobsedeerd door boeken en had geen aansluiting met de andere kinderen. De nieuwe school na de verhuizing was fel tegen versnellen dus moest ik toch weer naar de eerste klas. De zes jaren daarna werden een zwerftocht door alle klassen. Rekenen in de ene klas, taal weer ergens anders, en een enkel vak in mijn eigen groep. Tot ik ‘vast zat’ in het zesde jaar en ik me daar nog een jaar moest vervelen tot ik eindelijk “echt” naar school zou gaan. Gedesillusioneerd op het VWO zakte ik af naar de MAVO om daarna voor een tussenjaar voor ik naar het conservatorium kon naar de MTS te gaan.
“Mariska de Swart” verder lezen

Willem Wind

Een rustige jeugd heb ik gehad, zou je kunnen zeggen. De basisschool door gedroomd en met een verrassende Cito toch naar de Havo/VWO brugklas. Daar heb ik slechts de herinnering aan dat ik mijn vinger er maar niet achter kreeg wat daar gebeurde. Niet dat ik veel moeite er voor deed, overigens. Zij waren bezig en ik ook maar het was niet dezelfde weg. Na de brugklas nog een keer geprobeerd te hebben mocht ik met de Kerst naar de Mavo. Mij maakte het allemaal niet zoveel uit. Ik wist toch al niet waar ze mee bezig waren..
De Mavo afgemaakt op mijn gemak en daarna de MTS gedaan. Ook daar droomde ik wat doorheen alhoewel de techniek me wel wat meer interesseerde. Overal had ik wel één of meer vrienden maar ik heb nooit het gevoel gehad contact te hebben. Niet dat ik daar naar zocht, overigens. Terugkijkend is eenzaam wel een goed woord.
Daarna in militaire dienst waar ik op het laatst veel ‘ziek’ was en waar weinig gebeurde. Ik was daar ook niet in ritme met de andere jongens, zeg maar.
“Willem Wind” verder lezen