Ik heb geluk gehad

Karl Deputter
——————

Van mijn kleuterjaren weet ik niet veel meer, en ook van de lagere school herinner ik me slechts een handvol kleine fragmenten: nogal veel gepest geweest, veel traantjes, en goed in rekenen.
In de middelbare school begon mijn geluk te keren: veel minder pesterijen, en zelfs een paar vrienden. Maar het bleef wel nog geruime tijd een doelloze zwerving. Op m’n 15e wist ik nog altijd niet wat ik met mijn verdere leven wou gaan doen.
Maar toen kwam mijn neefje tijdens de zomervakantie een paar weken bij ons logeren, en hij had zijn computer meegebracht: een Commodore 64, een hoop cassettes met spelletjes, en een boekje waarin alle BASIC commando’s werden uitgelegd zodat we (eventueel) ook zélf onze eigen spelletjes konden programmeren. Vooral dat laatste interesseerde mij heel erg. Met ‘peek’ kijken hoe alles in het geheugen werd bijgehouden, en met ‘poke’ geluidjes produceren, een ‘sprite’ tekenen en die over het scherm laten bewegen, enzovoort. De dagen waren lang; De nachten waren kort.

Ik had geluk dat mijn vader enkele maanden later besloot om een computer te kopen om de boekhouding van de zaak op bij te houden. Ook daar zaten boekjes bij: T-DOS en T-BASIC. En enkele maanden later was de eerste versie van mijn facturatie-programma klaar, inclusief een klantenbestand, invoer van de dag-verkopen, maandelijkse of driemaandelijkse afdruk van de facturen (instelbaar per klant), en de afdruk van een verkoopdagboek per kwartaal met totalen per klant en per productgroep. Ik had eindelijk mijn passie gevonden!

En ik had geluk dat mijn ouders mij genoeg vrijheid gaven; Ik moest niet alle dagen braaf achter mijn boeken zitten; Ik moest gewoon zorgen dat ik er op het einde van het schooljaar genoeg punten had om over te mogen naar het volgende jaar. Zo kon ik effectief dag en nacht bezig zijn met ‘mijn passie’.

Ik heb geluk gehad dat mijn ouders mij hebben kunnen overhalen om na mijn 6e middelbaar tóch nog een A1 diploma te halen aan de hogeschool. En ik heb geluk gehad dat ‘informatica’ een opleiding was van het ‘korte type’, en dat je daar toen slechts 2 jaar voor nodig had.

Ik had geluk dat ik elk jaar genoeg puntjes kon verzamelen om over te mogen naar een volgend jaar, ofwel vlotjes, ofwel nét met de hakken over de sloot. Leren voor school heb ik op al die jaren echt maar heel zelden moeten doen. En ik had geluk dat ik vanaf het 5e middelbaar naar TSO kon (of moest) afzakken, naar de richting ‘informatica’. Niet dat ik daar veel nieuws heb opgepikt uit de lessen, maar ik heb zo wel mijn overdreven verlegenheid, – of zeg maar ‘angst’ -, voor meisjes kunnen overwinnen.

En ik heb geluk gehad dat ik gedurende al die jaren thuis met de computer mocht blijven ‘spelen’, dat mijn ouders ondertussen zelfs nog een 2e computer hadden gekocht, en dat er iemand was die bij hem thuis een modem had, via BBS allerlei software kon downloaden, en spontaan kopietjes kwam afgeven bij ons thuis. Zo kwam ik in contact met allerlei software, zoals Fontasy, MS-Works, WordStar, WordPerfect, CorelDraw, DBase, DR-DOS, PC-Tools, Thunderbyte Antivirus, en noem maar op, en ook allerlei programmeertalen waaronder C, Fortran, Prolog, Pascal, enzovoort. Een quasi onuitputtelijke bron van nieuwigheden.

Ik heb geluk gehad dat ik na mijn studies direct werk vond; Ik mocht gaan werken in een winkeltje waar computers, software en boeken verkocht werden, waarmee ik demo’s mocht geven aan potentiële klanten, en ik maakte er kennis met de Apple Macintosh. En vlak daarna belandde ik in een softwarebureau waar ik Clipper leerde kennen, en allerlei trucs die je daarmee kon uithalen.

Tijdens het ‘uitzitten’ van mijn verplichte legerdienst heeft al mijn opgedane kennis geholpen om af en toe te kunnen ontsnappen aan allerlei minder leuke opdrachten en oefeningen.

Ik heb geluk gehad dat ik na mijn legerdienst opnieuw in datzelfde softwarebureau terecht kon, en dat ik toen gevraagd werd om in de IBM AS/400-afdeling mee te draaien. Gaandeweg leerde ik weer van alles dat ik nog niet kende: enerzijds programmeren met DDS, RPG, CL, en Adelia; en anderzijds het installeren en onderhouden van AS/400 systemen, OS/400, twinax, printers, koppelingen via “PC-Support”, enzovoort.

Op 21-jarige leeftijd heb ik me laten overhalen om nog snel even aan de KUL te gaan studeren; Alleen de richting-keuze had misschien iets beter gekund; Tot een diploma is het niet gekomen. En daarna terug werk vinden binnen ICT viel flink tegen, maar ik heb in die tijd wel veel geprogrammeerd in Clipper en C, en ik heb in die periode mijn echtgenote leren kennen.

Ik heb het geluk gehad om na twee jaar zoeken uiteindelijk tóch terug werk te vinden. Daar heb ik op 10 jaar tijd ontzettend veel ervaring opgedaan. Hier volgen een paar van de highlights. Om te beginnen op AS/400, RPG, DDS, CL, en IDDOS, maar daarnaast ook Token Ring, OS/2 Warp, REXX, en WorkPerfect; Daarna was er ook (helpen met) een projectje in VisualAge for C++, en er was Xerox VIPP, MarketMaker/400, MS-Publisher (waarmee ik trouwens ook gedurende enkele jaren een intern maandbladje heb gemaakt), Ethernet, UTP bekabeling en patching, een eigen ‘framework’ rond RPG backend en Java middle- en frontend (met RMI, Swing, JSP, etc), functionele en technische analyses, opleiding van nieuwe developers, enzovoort. Maar plots hield dat allemaal op: Het bedrijf moest noodgedwongen sluiten.

En alweer had ik geluk, want de curatoren hadden een overnemer gevonden, en daarnaast kreeg ik enkele dagen later plots nog een vijftal spontane aanbiedingen; De telefoontjes kwamen van overal; Een geweldig gevoel! Mijn keuze viel op (alweer) een AS/400-gerelateerde opdracht: een complete rewrite van het ‘framework’ rond RPG en Java, samen met een Java-developer die niets afwist over AS/400 en over de interne structuren van het framework. De eerste maanden vlogen voorbij; Dag en nacht bezig. En ook de daarop volgende jaren bleven spannend: vage ‘wensen’ omzetten in flexibele oplossingen, grotendeels alles zelf uitzoeken en beslissen (samen met die ene collega), andere developers opleiden en begeleiden, en een pak extra ervaring opgedaan met XML, XSL, SVG, HTML, CSS en JavaScript.

Maar na een jaar of vier begon het een beetje stil te vallen. Tussendoor wat ‘kruimels’ waaronder Joomla (PHP), PASE/AIX (Bash en Perl), en systeembeheer rond AS/400, VIOS, SAN (IBM Storwize V7000 en FlashSystem 840), met NPIV-fiber-zoning, enzovoort, maar geen noemenswaardige hersenbrekers meer.

Die schijnbaar onuitputtelijke bron van nieuwigheden, waardoor ik mij meer dan 25 jaar lang ben laten meesleuren, lijkt nu plots buiten mijn bereik te liggen. Niet dat ik nu alles al ken; Niet dat er niets meer is dat me nog kan boeien; Maar al mijn voorstellen en ideeën moeten sinds enkele jaren eerst door een bureaucratische autorisatie-filter, en botsen bijna allemaal op een ‘no go’ of op een ‘wait’.

Ik voel me verloren. Mijn geluk lijkt op te zijn. Mijn leven lijkt stil te vallen. Ik ben op zoek naar een uitweg, of op z’n minst naar hulp of zo. Maar het wil niet lukken…

Het belangrijkste dat ik tot nu toe tijdens mijn zoektocht heb gevonden, is de bevestiging dat ik hoogbegaafd ben. Dat wist ik eigenlijk al heel lang; Niet door tests of zo, maar gewoon, een logische conclusie. Maar tegelijk heb ik toch ook altijd al geworsteld met een hardnekkig minderwaardigheidsgevoel. Dat klinkt nogal tegenstrijdig, ik weet het; Ik heb er geen sluitende verklaring voor. Het is gewoon zo. Niet dat ik daar ooit echt veel last van heb gehad. Over ’t algemeen doe ik gewoon mijn ding, en mijn omgeving laat mij rustig begaan, zowel thuis als op ’t school en op ’t werk. Tot nu dan. Op ’t werk voel ik mij gevangen en vergeten, en ik heb regelmatig zelfs moeite om te ademen. Liefst zou ik gewoon willen stoppen met werken, nu direct, zomaar, van de ene dag op de andere.

Maar wat ik op mijn zoektocht ook te weten kwam, is dat ik blijkbaar heel veel geluk gehad heb. Ik had als 15-jarige net zo goed geen computers kunnen tegenkomen, of ik had misschien veel striktere ouders kunnen hebben die me minder vrijheid gunden. Ik kan mij niet voorstellen hoe het zou zijn om zonder mijn lieve echtgenote door het leven te moeten; Zij voelt perfect aan wanneer ik het moeilijk heb, en ze heeft mij al meerdere keren gered. En ik had al veel eerder werkgevers kunnen ontmoeten die plots besmet geraakten met ziektes als overdreven planningsdrift en compulsieve meedenk-drang.

Veel hoogbegaafden komen vroeg of laat op één of andere manier in de problemen. Maar waarom laten we het zover komen? Samen met organisaties als Exentra en allerlei psychologen en professoren, ben ik ervan overtuigd dat dit voorkomen kan worden door vroegtijdige begeleiding, en vooral door een aangepaste opleiding. Ik snap niet waarom dat er nog altijd niet is. Er zijn al zo veel studies rond geweest, zo veel boeken over geschreven, de geschiedenis spreekt boekdelen. Waarom wordt daar amper iets mee gedaan?
Al die landelijke en/of Europese en/of wereldorganisaties rond welzijn en onderwijs, en al die high-tech-bedrijven die zo vol zijn van ‘innovatief denken’ en zo, en al die vooraanstaande universiteiten, en alle bevoegde ministeries en andere instanties… Waarom doen die hier niets aan? Bijvoorbeeld via één of andere ‘foundation’ of zo? Gezamenlijk financieren, gezamenlijke inspraak in de organisatie, en gezamenlijk de vruchten plukken… Dat kan toch niet zó moeilijk zijn?

Ik heb geluk gehad. Het had net zo goed anders kunnen uitdraaien. Lotgenoten die iets minder geluk gekend hebben, blijken in vele gevallen echt in rampzalige situaties terecht gekomen te zijn. Hoogbegaafdheid is een handicap. Een onzichtbare handicap die tot op heden nog grotendeels onderschat of zelfs weggelachen wordt. En toch zou ik héél graag hebben dat alle hoogbegaafde kinderen van vandaag en morgen (en dus ook mijn 2 pupillen), iets meer zekerheid zouden hebben om ook hún geluk te kunnen vinden. En dat kan alleen als ze daarbij geholpen worden. Zij hebben absoluut hulp bij nodig! Aangepaste opleidingen, aangepaste vacatures, en een aangepaste sociale omgeving.

We kennen allemaal het fenomeen van ‘hangjongeren’ die een verhoogd risico lopen om in de criminaliteit terecht te komen. Wat is de oplossing? Geef hen een toekomst, geef hen iets om mee bezig te zijn, iets waar ze zelf ook beter van worden. Dat geeft hen een goed gevoel, ze gaan zich inzetten, en daar worden we uiteindelijk allemaal beter van. Dat geldt ook voor hoogbegaafden! Geef hen alle dagen genoeg om écht mee bezig te zijn. Anders is het risico groot dat ze zich aansluiten bij die ‘hangjongeren’.
Sluit een paar mensen op, eender wie, gewoon een aantal totaal verschillende mensen, zomaar, zonder reden, zoals een tijger, een dolfijn, een aap of een ijsbeer in een dierentuin. Geef hen eten en kledij zodat ze in leven blijven, maar verder niets; Geen lectuur, geen gesprekspartner, geen uitleg waarom ze daar zitten, niets. En bestudeer hun gedrag. De kans is groot dat ze na verloop van tijd allemaal langzaamaan gek worden. Geef ze hun vrijheid terug, en ze zullen terug opfleuren. Tenzij je ze te lang opsluit; Dan genezen ze niet, en worden ze mogelijks misdadig of agressief. En toch is dat nu net hoe heel veel hoogbegaafden vandaag behandeld worden. Ze worden verkeerd ingeschat, naar het bijzonder onderwijs gestuurd, of volgepropt met medicatie. Andere hoogbegaafden ontsnappen hieraan, bijvoorbeeld door dag-in-dag-uit toneel te spelen, om te zorgen dat ze niet te veel opvallen; Zij paraderen heel hun leven lang in een denkbeeldige kooi, tot ze neurotisch worden, of zwaar depressief, of ziek, of gek; Weer pech. En dat terwijl de meeste mensen lijken te denken dat een hoogbegaafde van nature wel slim genoeg is om dat soort situaties te kunnen voorkomen; Niet dus.

Hoogbegaafden hebben wel degelijk hulp nodig.
Ik heb tot nu toe gewoon ‘geluk gehad’. Meer niet…

Karl Deputter

Ik ben anders en dat is niet erg.

Het verhaal van A.

Als jong meisje was ik al altijd sneller. Ik had bijvoorbeeld hele slechte ogen en las ’s ochtends het woordpakket van het bord, wat ik ’s middags op moest schrijven. Niemand wist dat. Niemand wist dat ik slechte ogen had. Ik dacht dat het normaal was, en iedereen het zo deed.

Al jong wilde ik aardig gevonden worden. Ik wilde bij de leukste meiden van de klas horen. Wat mij ook altijd lukte. Gelukkig was ik niet, want ik was niet mezelf. Ik durfde niet in een extra groepje. Ik verbood mijn moeder mij in een extra groepje te doen. Ik was ontzettend muzikaal. Ik leerde mezelf blokfluit spelen, waarna ik in groep 5 begon met dwarsfluit spelen. Dit heb ik 4 jaar gedaan.

Toen ging ik naar de middelbare school, VWO uiteraard. Ik wilde weer bij het populairste meisje van de klas horen en dat gebeurde: het werd mijn beste vriendin. In de eerste stond ik een 8,9 gemiddeld. Het hoogste van de klas. Ik vond het leuk. Tot mijn klasgenoten het door kregen: ze is anders. Ze is slimmer dan ons. Ze weet altijd het antwoord. Er ging een zucht door de klas als ik weer het antwoord zei. Vanaf toen ging het slechter en slechter. Ik zei verkeerde antwoorden, ik maakte domme opmerkingen, ik vulde mijn toetsen verkeerd in, ik vulde mijn citotoetsen verkeerd in.

Aan het einde stond ik nog een 6 gemiddeld. Maar dit was niet alles. IK wilde lijken op dat ene populaire meisje. Ik paste alles aan, aan haar. Terwijl ik mijn eigen weg ook kon gaan. Dat deed ik niet. Ik kwam altijd boos thuis. Heel erg boos. Ik huilde thuis. Ik was ontevreden. Ik verpest alles en mijn zelfbeeld was echt een drama. Ik was onzeker. Ik was anders. Ik was altijd anders. In deze tijd heb ik hulp gehad, maar niemand heeft me ooit verteld wat er aan de hand was. Ik ben gescreend op ADD en ADHD. Maar beiden bleek ik niet te hebben. Uiteindelijk wilde ik zelfmoord plegen. Dit is gelukkig niet gelukt. Het weekend sliep ik altijd bij vrienden, omdat ik thuis niet te handelen was. Bij vrienden of familie ging het altijd goed echter.

Toen ik naar HAVO ging, ging alles beter. De mensen daar accepteerden mij meer. Natuurlijk schakelde ik soms te snel en lachten mensen mij uit, omdat ik in gedachten al 3 stappen verder was. Natuurlijk had ik niet veel uitdaging. Maar het ging goed met me. Verbazingwekkend. Mede omdat ik een rustige, stabiele vriendin had, die heel gedreven en taakgericht was.
Toen kwam mijn studiekeus. Alles meisjes kozen voor verpleegkunde of PABO. Ik koos voor bedrijfskunde. Tegenstrijdig misschien, maar ik houd van prestatie. Wat vond ik het lastig om te kiezen. Wat vond ik het lastig om te beslissen. Uiteindelijk heb ik gekozen.

Eindelijk accepteer ik mezelf. Al ben ik 4 keer gezakt met autorijden en haal ik allemaal achten voor mijn toetsen. Al snap ik alles eerder en al weet ik altijd het antwoord. Al neem ik soms de leiding waar ik dat helemaal niet mag doen. Al doe ik soms iets wat andere mensen te hoog gegrepen vinden. Al vinden anderen mij apart.

Maar ik heb een achterstand. Ik heb nooit gedaan waar ik goed in was. Ik ben nu ontzettend hard aan het studeren en wil een master gaan doen. Dit om alsnog mezelf te bewijzen. Ik weet dat het niet nodig is, maar toch wel.

Als laatste iets wat ik anderen wil meegeven: wees jezelf. (Ja, dat is heel erg afgezaagd weer.) Maar ik meen het: en besef wat die woorden betekenen. Jezelf zijn betekent ook dat je niet bang bent als mensen je uitlachen. Dit ben jij namelijk. Zo ben jij gemaakt. En je mag dankbaar zijn. Je mag juist dankbaar zijn. Je bent creatief; wat een zegen. Je hebt een ontzettende portie doorzettingsvermogen. Daarnaast heb je een groot analytisch vermogen.

En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar.

the XX – crystallised; Inge

hoi
schets; ik ben moe nu maar kan niet slapen. verklaring;
zoiets als ongeveer een hoge performale score. eerst de test die dat zocht (raven denk ik) en idd
een mottige 130 die dan weer op de grens zit.
nogal onwaarschijnlijk te begrijpen vanuit het idee dat ik technisch onderwijs volgde
(belg) Altijd veel aandacht gehad voor het creatieve wel, dan ook hoger kunstonderwijs gevolgd. (ik wist het beter dan mijn docenten en zo ook een degout voor kunst pur sang ontwikkeld. niet voor het creeeren.)
toen nog altijd niet zo zeer over de idee van die score van de testing wel veel vragen.
later nog eens testen, andere test. Waiss4 dacht ik. weer hoog performaal
lager verbaal. totaal iq niet erg hoog en dus niet hoogbegaafd.
veel opgezocht daarrond. fluid en crystallised iq en verbaal performaal kloof. en tot id gekomen dat door het niet of laat ontdekken van een potentiele hoge score totaal dan, ik ook lager scoor op verbaal en hoger performaal, wat een zuivere intelligentie zou zijn (performaal dan)……????????? (ik bedoel weinig stimulatie en aandacht voor het evt. probleem)
heel erg veel vragen en het gevoel dat ik anders ben, altijd al ergens. steek ergens uit met wat ik zeg of doe.
nochtans ontkennen psychologe en psychiater (ook de mogelijkheid om eens echt door te spreken erover) dat ik hb zou zijn. omdat mijn totaal iq 10 punten onder de grens voor hb zit.
Ik had ook de idee dat ik misschien een top down denker kan zijn, zeg wel kan.
zodat de stof in lager en middelbaar gewoon niet zo makkelijk te verstaan was of zo, ik weet het allemaal niet zo goed, en aan de andere kant denk ik dat ik ergens wel een uiteinde van een koordje te pakken heb waar alles zowat kan verklaard worden. Kan het zijn dat men zijn verbaal iq gewoon niet goed ontwikkeld door niet de juiste stof (interest)of methode te brengen voor de leerling in kwestie zodat die niet volledig kan ontwikkelen en zijn mogelijkheden niet benut worden?
vele vragen en ontelbare antwoorden gevonden. maar nog niks wat me nu in mijn bedstee kan doen belanden.
Ik voel me nogal eenzaam. weinig zelfvertrouwen om naar mijn diploma te werken, vele rare verhalen over wat ik heb meegemaakt, weinig interessante gesprekken. weinig boeiend werk (bakkerij valt eigenlijk wel mee) liever alleen om mijn werk te plannen, andere mensen om mee samen te werken maken me soms nerveus vooral als ze erg traag zijn :-p
enfin, soms voel ik me een plantje dat te weinig water kreeg.
ik stuur nog een gedichtje mee 🙂
groet
Inge

Uit mijn werkjes met overkoepelende titels; ‘vacht en gedacht’ of ‘over het meisje dat niks wilde weten’

In nacht droomde
pracht zelden gezien eenvoudig
pracht droomde zelden
gezien eenvoudig
?
pracht is kind
is zelden is geschept
pracht is gegeven
onberoerd en ongeschonden

In een hoekje daar zat pracht
het stofje op mn vloer
wat pracht pracht prachtig
stofje
zo had ik je gedacht en bedoeld

Klaske van der Weide

Er is veel van mij te zeggen, maar niet dat ik dom ben. Toch lijkt het er vaak op dat dat wel het geval is. Soms is het uiteraard niet al te slim hoe ik uit de hoek kan komen, maar meestal valt het reuze mee, sterker nog, kan ik uit reacties van derden opmaken dat er wel degelijk intelligentie blijkt uit mijn uitlatingen. Hoe is het dan toch mogelijk dat ik totdat ik mijn kinderen liet onderzoeken vanwege problemen toen ze nog aan het prille begin van hun schooltoekomst stonden (de middelste was na enkele weken in groep 1 al dusdanig gefrustreerd dat het vrolijke leergierige kind in een ongelukkig hoopje mens veranderde en met de moed in zijn schoenen naar school toog……) geen enkele reden had gezien om de term ‘hoogbegaafdheid’ op mijzelf van toepassing te laten zijn? Hoe dat mogelijk is?
Het zit vermoedelijk als volgt (zoals ik het op dit moment duid, mijn mening staat nooit voor de eeuwigheid vast, ik groei en verander daarmee van inzicht en dus ook van uitleg en verklaring en toelichting, al is de kern nooit anders dan de oorspronkelijke boodschap, het behoeft vaak meer nuancering en dat lijkt dan in de ogen van anderen een ontkenning van het eerder gezegde, wat het geenszins is en ook niet beoogt te zijn): ik werd geboren als eerste kind in een gezin van twee gestudeerde ouders. Ze spraken met mij zoals ze met iedereen spraken, als een gelijke. Uiteraard was duidelijk dat ik hun kind was en zij mijn ouders, maar om dat te benadrukken was er geen behoefte aan baby- of kindertaal. Ik scheen hun woorden wel te begrijpen, immers?
Ik leerde goed praten, in complete volzinnen en toen ik met een jaar of drie voor het eerst kennismaakte met het schoolhoofd van de plaatselijke dorpsschool kon hij het niet nalaten mijn moeder te zeggen: ‘wat praat dat kind goed! Ik heb kinderen in de eerste klas van de lagere school die slechter praten.’ Mijn trotse moeder heeft het regelmatig herhaald……de overlevering maakt de getallen soms anders, feit blijft dat de verbazing oprecht was en mijn talige vermogens groot waren.
Zonder problemen doorliep ik de basisschool, die toen nog lagere school heette. De problemen lagen althans niet op het vlak van doorlopen van de leerstof. Integendeel. De groene rekentaken voor de snelle leerlingen had ik sneller af dan de gemiddelde leerlingen hun verplichte witte rekentaken maken konden, de blinde kaart kende voor mij geen geheimen nadat ik het een keer goed in me opgenomen had en op het gebied van taal was ik zo uitblinkend dat de hoogste cijfers een magere weergave waren van mijn prestaties. Nee, ik overdrijf niet. Ik vond het normaal. Ik was kind van ouders die gestudeerd hadden, ik zat op een dorpsschool met kinderen die ouders hadden die slechts een middelbare school afgerond hadden dus was het logisch in mijn ogen dat ik meer kon en sneller was dan zij allemaal bij elkaar. Effect was wel dat het lastig was vrienden en vriendinnen te vinden die me ook maar iets te bieden hadden. Mijn beste kameraad was een jongen, maar al snel begreep ik dat dat niet gangbaar is voor meisjes. De jongen in kwestie was daar nog meer van doordrongen en het kostte me meer en meer moeite om met hem buiten school om afspraken te maken. Mijn beste vriendin was een meisje dat uiterlijk gezien erg op me leek en vlakbij woonde en daarmee vrijwel altijd beschikbaar was. Totdat ze andere meisjes om voor mij duistere redenen leuker leek te vinden en me keer op keer alleen liet. Ik was in staat mijn eigen plezier te organiseren, dus erg leed ik niet onder deze situatie. Wel keek ik met bewondering naar mijn broer, intelligenter dan ik en sociaal begaafder. Hij had veel vrienden en hield zich aan de sociale codes waar ik zelf het bestaan amper van doorhad en slechts door het stoten tegen de grenzen ervan ontdekte dat ze bestonden.
Na de lagere school kwam het gruweljaar dat brugklas heet. Ik kwam terecht in een groep van vrijwel louter havisten, die school en leren maar onzinnig vonden en alles deden om groot en stoer gevonden te worden, maar het leren weinig tot geen aandacht wensten te geven. Ik daarentegen zag hunkerend uit naar meer en meer kennis. Feiten, ik kon er niet genoeg van krijgen. Nieuwe talen, afgezien van het woordjesleren en de grammaticale lastigheden die ik moeizaam onder de knie kreeg vond ik het heerlijke vakken.
Ik bleek niet goed te liggen in de groep en werd al snel het mikpunt van pesterijen. Gelukkig voor mij was er in de klas ook een jongen die nog iets lager in de pikorde stond en daarmee vaak een afleiding bleek te zijn van de pesterijen die op mij gericht waren. Ik slaagde er vaak in het zo te organiseren dat de aandacht van mij afgeleid werd, waar ik me vervolgens doodschuldig over voelde, want ik wist maar al te goed hoe het voelt om pesterijen te ondergaan. Ik was dat jaar meerdere malen in tranen als ik naar huis fietste. De dagen sleepten zich voort en het enige waar ik nog plezier aan beleefde was in mijn boeken duiken en er het beste van te maken. Dat werkte goed, mijn cijfers schoten omhoog en het was overduidelijk dat het gymnasium voor mij de beste plek zou worden. Uit de brugklas kwamen enkele leerlingen mee, gelukkig alleen de interessante jongens en een paar meiden van wie ik geen kwaad te duchten had. Toch vreesde ik met grote vreze…..
In de zomervakantie ging ik op een kamp. En van tevoren bedacht ik dat niemand mij daar kende en dat ik dus een uitgelezen gelegenheid had om mezelf ‘opnieuw uit te vinden’. Ja, dat bedacht ik werkelijk. En ik voerde het ook uit. Ik besloot de brugklas te vergeten (voor zover dat mogelijk was) en mijn beste kanten naar buiten te laten komen op het kamp. Dat bleek wonderbaarlijk goed te werken. Ik voelde me weer gezien en serieus genomen en kon aan het eind van de week met opgeheven hoofd en stralend van zelfvertrouwen weer huiswaarts keren.
Op de eerste dag in de tweede klas ontmoette ik een meisje waar het zo mee klikte dat ze de hele middelbare school mijn hartsvriendin en maatje bleef en ik nog vele jaren daarna hevig met haar bevriend was.

Leren bleef me boeien, maar de wijze waarop het ging maakte het niet altijd even makkelijk. Aan de andere kant was het soms uitermate eenvoudig hoge cijfers te halen ondanks de wijze van lesgeven. De multiple choice testmethode van biologie kende geen geheimen voor me, puur door goed te lezen en na te denken kon ik de vragen beantwoorden, waar ik bij open vragen geen flauw idee gehad zou hebben van de antwoordmogelijkheden.
Om een lang verhaal danig in te korten, op leergebied heb ik nooit werkelijke problemen ervaren. Ook niet toen ik bleef zitten in de 5e klas? Nee, want ik wist dat er andere oorzaken aan ten grondslag lagen dan niet mee kunnen komen.
Hoe ik er dan uiteindelijk aan toegaf dat hoogbegaafdheid wel een label is dat me past? Door in contact te komen met een LinkedIn groep waar ik ineens me tussen peers bleek te bevinden. De gesprekken waren in hoog tempo en gingen echt ergens over en ik merkte hoe lang al ik mezelf in zijn zoals ik ben tekort gedaan had door me ongemerkt aan te passen aan het tempo en de interessevelden van de mensen met wie ik in het dagelijks leven in contact kom. Plotseling begon alles in mij weer te stromen, dacht ik weer over van alles en nog wat na, begonnen er in mijn verschillende denksporen naast elkaar te ontstaan die elkaar positief beïnvloedden. Het was een compleet nieuwe wereld die voor me openging en langzamerhand kreeg ik door dat niet alleen mijn intelligente broer en mijn geteste kinderen, maar ook ikzelf onder deze groep gerekend kon worden. Het was een openbaring en een verademing.
Tegelijkertijd ontstonden allerlei vragen in mijzelf. Want mijn broer leeft niet meer. Hij kon het leven niet langer verdragen toen hij nog maar 22 jaar was. Zou dat te maken hebben gehad met negatieve ervaringen rondom zijn hoogbegaafdheid? Een wereld die niet begrijpt hoe snelle denkhoofden redeneren en daar niet van weten wil omdat het zo vooruitstrevend is wat er bedacht wordt dat het als absurd en veel te hooggegrepen afgedaan wordt nog voor er goed geluisterd is naar het totale idee met alle ins en outs die uiteraard ook allang doordacht zijn in de tijd die de ander nodig heeft om de globale gedachte door te laten dringen als een mogelijk zinvolle optie waar meer over verteld zou kunnen worden. Het is een rare wereld, vandaag de dag. Als je veel weet en veel wilt weten word je niet serieus genomen. Als je je van de domme houdt en meeblaat met de massa ben je immens populair. Hoe op de kop en verknipt kan het zijn……
Tegen dommigheid heb ik nooit gekund en het ergste verwijt dat je mij kunt maken is me voor dom verslijten. Wie dat doet heeft iedere achting verloren in mijn pikorde van interessante personen en te negeren personen. Ik heb mezelf gehard om niet meer in te gaan op elke kreet die iemand slaakt. Vrienden maken komt nauwkeurig. Serieus genomen worden in je eigenheid is een eerste vereiste en daarnaast een wederzijds vertrouwen dat niet bij enige vreemde uitlating mijnerzijds direct in twijfel getrokken wordt. Waarom ik juist dat thema belangrijk vind in mijn verhaal? Omdat het de rode draad van aanvaard weten en misverstaan worden vormt. Zelfs goede vriendschappen verdwijnen uit mijn leven, is mijn ervaring, door omstandigheden die vaak te maken hebben met andere personen. Voor mij niet altijd te doorgronden. Met slechts één vriendin heb ik ooit een ‘einde-vriendschap’ gesprek kunnen hebben, waarbij zij aangaf dat we te verschillend waren (voor mij een reden voor de vriendschap, want mezelf in de spiegel zien kan ik ook wel zonder mensen om me heen, ik zie liever nieuwe onverwachte kanten die wellicht ook op de een of andere wijze in mijzelf blijken te zitten) en dat het voor haar om die reden te moeilijk was om bevriend te zijn. Daar kon ik vrede mee hebben, hoewel het voor mij een groot verlies was.
Ik ben trouw aan mijzelf en om dat te kunnen zijn maak ik ook weleens keuzes in het leven die door anderen als onverklaarbaar en onbegrijpelijk of zelfs onverstandig of dom neergezet worden. Dat is lastig. Maar het is niet anders. Met een zekere wijze van zijn kan de wereld minder goed uit de voeten en die wijze van zijn blijkt nu net wel te zijn hoe ik in elkaar steek. En ik schaam mij daar geenszins voor. Integendeel. Ik durf met open vizier de wereld tegemoet te treden en toe te geven dat ik behoor bij het elitekorps dat zich hoogbegaafd mag noemen. Getest? Ach welnee, wat zijn getallen nu helemaal…..een nummertje dat je in een hokje doet belanden. Op internet heb ik de intakemensatest gedaan, voor de gein, om te zien hoe moeilijk dat zijn zou. Ik haalde het zonder moeite…..en dan is de uitdaging dus ook weg. Want als iets makkelijk gaat dan zal het wel niet zo interessant zijn, is mijn levenservaring. De moeilijke dingen, de strubbelingen, de wrijvingen, ze leren me het meest, over mijzelf, over mijn medemensen en over de wereld. De dood van mijn broer was de ultieme wrijving en bracht in mij een kant aan het licht die ik altijd onder de korenmaat gehouden had: mijn schrijftalent. Over zijn dood schreef ik een boek. Intussen is het te koop via Internet. Ik ben een schrijver. Ik ben een denker. Ik ben een begaafd mens met meer talenten dan tijd. Ik ben een mens als iedereen met gebreken en tekorten, maar bovenal ben ik iemand die zichzelf in de ogen kan kijken en dan tevreden is met zichzelf. Ondanks alles dat ik telkens aan tekorten en gebreken ontmoet in mijzelf en in de ogen van anderen. Dom ben ik niet. Naïef wellicht wel. Dat de wereld dat met elkaar verwart? Het zij ze vergeven.

Da H.K. Van der Weide

brokenveneer

Eindelijk mijn levensverhaal. Ik weet sinds een jaar of 4 dat ik hoogbegaafd ben.

Toen vielen veel puzzelstukjes bij elkaar over mijn eigen leven.

Zoeken op internet naar soortgenoten etc… Willem Wind’s boek besteld, kende hem nog niet. Nu al weer een hele tijd. Maar er echt iets meegedaan met die kennis in mijn doen en laten heb ik nog niet tot vorige week. In november weer maar eens van werk veranderd na een conflict met de leidinggevende over hoe ik mijn werk moest doen. Terecht gekomen op een administratieve dienst waar ik na een week werken al wist: aje, hier ga ik  depressief worden.

Ik hou van fysieke inspanning, hou van buitenwerk en met mijn handen werken.

Daar ga ik nu naar op zoek… het kan nog wat duren maar ik gooit mijn leven om..

brokenveneer., 16-01-2013

Het leven van Sas

Als kind was ik al snel met leren. Toen ik 3 was heb ik mezelf leren lezen. Later op de lagere school had ik geen problemen met de lesstof. Alles was makkelijk. Ik was het lievelingetje van de leerkracht, want ik deed altijd enthousiast mee, deed m’n best, was beleefd en haalde goede cijfers.
Vriendinnetjes had ik bijna niet. Ja 1, af en toe 2. En ik werd veel gepest. Want ik was anders. Ik had een bril, later een beugel, haalde altijd tienen en was niet goed in sport. Dan wil het wel.
Op het gymnasium moest ik opeens moeite doen om goede cijfers te halen. Alleen even doorlezen was niet meer voldoende. Althans, voor Latijn. Grieks vond ik geweldig, die gekke letters en een geweldige leraar. Maar helaas, je moest voor beide een voldoende hebben, de 9 voor Grieks compenseerde niet de 5 voor Latijn, dus ik moest van het gymnasium af.
Atheneum dan maar. Maar nog steeds had ik geen idee hoe ik moest leren, dus ook dat ging niet best. Toen begon ook de puberteit en wilde ik alleen nog maar het huis uit, maar dat mocht pas als ik m’n middelbare school af had. Dus in plaats van nog een keer naar 3 Atheneum ging ik naar 4 Havo (dat m’n ouders dat ooit goed gevonden hebben!).
Omdat ik op die school weer zo gepest werd, stapte ik over naar een andere school. En toen ging het ineens weer zoals ik gewend was: makkelijk, makkelijk, makkelijk. Alleen maar hoge cijfers en geen moeite doen.
Dus slaagde ik 2 jaar later met vlag en wimpel.
Op naar de Heao. Maar de combinatie van veel vrijstelling (door m’n hoge eindcijfers), op kamers gaan wonen in Amsterdam en een in onbegrijpelijk Engels lesgevende leraar in het hoofdvak, werd dat ook geen succes.
Na twee maanden gaf ik er de brui aan. Een baan vinden bleek erg eenvoudig. Het werk zelf overigens ook. Want ik solliciteerde op Havo niveau en dat was echt te laag voor mijn kunnen. Alleen wist ik dat nog niet. Dus binnen een jaar op zoek naar wat anders. En zo is het mijn carrière vaak gegaan. Einde jaarcontract? Laat die verlenging maar, want ik verveelde me of had ruzie met leidinggevenden omdat ik (te) eigenwijs was en dan ging ik weer. Tot ik bij een werkgever terecht kwam waar het hoofd personeelszaken door had dat ik meer in mijn mars had dan uit mijn CV bleek. Hij bood mij kansen die ik met beide handen aangreep en voor het eerst had ik een baan waar ik dolgelukkig in was. Drie jaar heb ik het volgehouden en ik heb iets fantastisch op poten gezet daar. En toen ging het bedrijf fuseren en stond ik op straat. Voltallig heet dat tegenwoordig geloof ik.
Gelukkig was daar die personeelsman weer, die stuurde me naar een onderzoeksbureau voor een beroepskeuze test. Een hele dag werd ik daar getest. Achteraf bleek dat ik het hele dagprogramma in een ochtend af had. Dus hebben ze me stiekem nog meer en moeilijker testen gegeven. Aan het eind van de dag kwam de uitslag: ik bleek zo vreselijk veel meer in mijn mars te hebben dan ik nu liet zien. Ze hadden zoiets nog nooit meegemaakt. Ik kreeg het advies vooral weer een opleiding op minstens HBO niveau te gaan doen.
Beduusd ging ik naar huis. Ik kon dus wel wat! Want mijn zelfvertrouwen was door al het pesten op school al niet zo groot, maar dat ik de afgelopen jaren ook geen baan had kunnen houden, had ook niet echt bijgedragen aan mijn zelfvertrouwen.
Ik besloot mezelf te laten testen bij Mensa. Ik was toen 24. Na de thuistest werd ik uitgenodigd om de echte test te komen doen, in Utrecht. En daar ben ik op in gegaan. En wat vond ik die test leuk om te doen. Spannend, uitdaging. Geweldig. Maar nog leuker vond ik dat ik slaagde voor hun test en in het 99e percentiel bleek te vallen. Vaag begrip, nu nog, maar zo goed voor m’n zelfvertrouwen. Ik had hersens! En goede ook!
Nu ik dit wist, durfde ik ook die studie aan. En dat heb ik gedaan. Het was een pittige studie. Drie opleidingen waar normaal een jaar voor stond in 1 jaar gepropt. En ik ben geslaagd. En vond daarna banen op het juiste niveau. Gelukkig. Goed voor m’n zelfvertrouwen en dus mijn levensgeluk.
Maar de term hoogbegaafd kende ik nog niet, laat staan dat ik wist wat daar allemaal bij komt kijken. Dat kwam pas toen mijn dochter geboren was en naar school ging. Het was een snel kindje, qua ontwikkeling, dus ik had al wel een vermoeden dat ze slimmer was dan gemiddeld. We hebben haar laten testen toen ze 6 was om haar op het Leonardo-onderwijs te krijgen. En daar kwam uit dat ze ruim boven de 145 scoorde qua IQ. De psycholoog legde ons het verschil uit tussen hoogintelligent en hoogbegaafd en toen vielen de stukjes van de puzzel voor mij ook op hun plek. Ik herkende mijzelf in dat verhaal.
Ik ben gaan lezen en lezen en lezen op internet en in boeken en wat een herkenning allemaal. Ik las over mezelf! Wat een rust gaf dat. Veel problemen die ik gehad had, waren zo standaard voor hoogbegaafden, het lag dus niet aan mij. Ik was “gewoon” hoogbegaafd!
Mijn zus heeft zich daarna ook laten testen en die blijkt ook hoogbegaafd en haar kinderen ook. We hebben het niet van een vreemde, want mijn ouders zijn beiden ook erg intelligent. En “raar”. Waarschijnlijk ook hoogbegaafd. Mijn man waarschijnlijk ook (hij vindt een test niet nodig), net als zijn broer en diens kinderen. Zijn moeder waarschijnlijk ook. Allemaal “rare” mensen, volgens een boel mensen, maar voor mij was het thuiskomen in die rare schoonfamilie. Ik had meteen een klik en zij met mij. Mijn man is de eerste die mijn humor snapt, we staan op dezelfde manier in het leven, we vinden dezelfde dingen belangrijk en winden ons over hetzelfde op. We zijn bijna 10 jaar getrouwd en we zijn nog steeds niet op elkaar uitgekeken. Een record voor mij, want mijn ervaring is dat de meeste vriendschappen naar een jaar of 3 uiterlijk wel doodbloeden, omdat het me niet meer kan boeien. Veel vrienden heb ik nog steeds niet om die reden.
Wat mij allemaal overkomen is, gun ik mijn dochter niet. Ik ben dan ook heel blij dat hoogbegaafdheid nu eindelijk erkend en herkend wordt. Dat er op school rekening mee gehouden wordt. Mijn geschiedenis heeft me wel geleerd wat de valkuilen zijn en ik hoop haar daarvoor te behoeden. Of haar daar op te wijzen, zodat zij ze ook kent. Helaas loopt zij nu toch ook tegen bepaalde problemen aan, maar omdat ze voor mij zo herkenbaar zijn, hebben we snel aan de bel getrokken en krijgt ze hulp om ze te overwinnen. Dat gaat wel goedkomen.
Maar ik ben voornamelijk blij dat ik nu eindelijk weet waarom ik zo raar ben en zo moeilijk vrienden kan maken. En ik heb er vrede mee. En ik ben eindelijk, eindelijk, na 40 jaar, gelukkig en tevreden met wie ik ben.
Sas

Jet: Ben ik hoogbegaafd?

Mijn verhaal: ik ben eind 1941 geboren , als 3de kind in een gezin (van 4) waar de oorlog een behoorlijke impact had.

Mijn vader zat in het verzet en mijn moeder had in haar eigen jeugd in België al aardig wat traumatische oorlogservaringen opgedaan.

Waarschijnlijk heb ik als jong kind al geleerd om me zoveel mogelijk aan te passen. Ik was een emotioneel kind met een sterke binnenwereld en ik heb altijd het gevoel gehad anders te zijn en er, ondanks mijn enorme aanpassingspogingen, niet bij te horen. Op school ging het erg wisselend: van heel goed tot erg slecht: ik was zó onzeker en van overtuigd dat ik niet aan de verwachtingen voldeed. Dit werd bevestigd door mijn vader die letterlijk tegen me zei: “Niet iedereen kan even slim zijn, maar als jij goed voor andere mensen zorgt, zullen ze ook wel van je houden!”

In die tijd waren er veel problemen op de scholen van mijn zus en broers; mijn oudste broer werd getest en bleek hoogbegaafd te zijn terwijl ook de anderen niet vlot verder gingen!!!! Ik deed toelatingsexamen voor het lyceum en werd zonder problemen toegelaten. Maar na de eerste maanden, waarin ik alleen maar veel huilde en enorm dik werd, besloot mijn vader dat hij “dus”gelijk had en ik maar naar de huishoudschool moest gaan. De herinneringen aan die jaren zijn totaal verdwenen! Op die school werd wel het advies gegeven dat ik vooral verder moest gaan leren want dat ik veel meer mogelijkheden had, maar ik wilde en durfde niets meer. Ik zat een tijd thuis, heel ongelukkig en behoorlijk onmogelijk voor mijn ouders. Ik wist écht niet meer wie ik was en wat ik zou kunnen doen. Net 16, heb ik als een soort kinderjuf bijna een jaar bij een gezin in Amsterdam gewoond . Zíj gaven mij het gevoel gezien en gewaardeerd te worden! Daardoor kreeg ik langzamerhand wel meer zelfvertrouwen.

Als 17-jarige heb ik toch maar het “zorgadvies” van mijn vader opgevolgd en ben de verpleegster opleiding gaan volgen. Al voelde ik me in die leergroep ook weer “anders”, bleek ik het toch prima te doen. Maar ook nu weer wisselde het enorm af: van erg goed tot behoorlijk onzeker al vond ik het werk fantastisch. Ondanks die twijfels over mezelf ontmoette ik iemand die mij nodig zei te hebben! Tja, ging het daar niet om?? We trouwden en kregen we 2 geweldige en heel slimme kinderen. Ik startte met vrijwilligerswerk en bij een beroepskeuzetest rond mijn 30ste gebruikte een psycholoog het woord hoogbegaafdheid maar ik wees dat meteen van de hand. Toch begon ik met een MBO studie en vervolgde dat met de HBO maatschappelijk werk en vond het geweldig! Helaas strandde het huwelijk na 17 zeer moeizame jaren, door het niet te overbruggen verschil van inzicht en verwachting! En ja…de kinderen liepen op de middelbare school óók tegen grote problemen op: faalangst, vervreemding, zich niet verbonden voelen, terwijl er aan hun intelligentie niet werd getwijfeld; dus van de ene school naar de andere , waar natuurlijk de scheiding ook aan heeft bijgedragen. Ik werd na een zware burn-out op mijn 41 afgekeurd, maar er bleef, toen het weer beter ging en de kinderen op hun eigen pootjes stonden, genoeg te doen!

Ik verhuisde naar Amsterdam en werd buddy voor mensen met Aids. Het werd een heel bijzondere en uitdagende fase in mijn leven. Pas nadat de derde generatie, de zonen van mijn dochter,ook wéér in soortgelijke patronen terecht kwamen, werd me pas echt duidelijk waar het telkens vast liep: op de weg die veel hoogbegaafden afleggen, liggen allerlei obstakels zoals een andere manier van denken, leren en beleven, die voor henzelf en anderen (zoals school) zó moeilijk te duiden zijn. Wat heeft het voor mij lang geduurd, eer ik het op mezelf durfde te betrekken: ik was toch dom??? Nu ben ik 70 en durf ik, aangespoord door mijn geweldige HBkinderen, schoon- en kleinkinderen, mezelf met andere ogen te bekijken. Wat een metamorfose: van dom naar “slim” in 70 jaar!!! Een enorme uitdaging!

Jet

Marlies Wind

Ik voelde me altijd al anders, maar wist tot mijn 35e niet waardoor dat kwam. Wel was er altijd een stemmetje dat zei: ‘maar het voelt goed’. Dat stemmetje is vaak mijn ankerpunt en ‘redding’ geweest. Wat me bij is gebleven van mijn jeugd is dat ik me vaak ‘dom’ voelde. Ik liet dat ‘dom-zijn’ door mijn vader voortdurend bevestigen, mee doordat hij vroeg: zit jij nou op het gymnasium?
Na mijn lagere school waar ik me wel aansloot bij twee vriendinnen maar waarvan ik wist dat ik er toch niet echt bij hoorde, een jeugdvriendje die me het idee gaf dat ik ‘gewoon’ was maar me totaal niet begreep, kwam ik door een nogal hoge CITO-score terecht op het gymnasium. Ook daar het ‘buitenbeentje’, me ‘anders’ voelend en werd jaren later bij een reünie bevestigd door medeklasgenoten van mijn laatste ‘examengroep’: ze konden me niet bereiken zeiden ze en ik ging mijn eigen gang.
De eerste jaren van het gymnasium me aansluitend bij een vriendin die ook buiten de groep stond, maar om een heel andere reden ontdekte ik later. Eind klas vier redde ik het niet meer met het leren. Heb het altijd tot die tijd moeilijk gevonden te ‘snappen’ waar de leraren en mijn schoolgenootjes het over hadden. Het enige vak waar ik me echt in kon uitleven was godsdienst en
maatschappijleer; wel weer het buitenbeentje want de meesten hielden hun mond, ik niet, maar merkte dat ik weinig aansluiting had met mijn klasgenoten, dus zocht ik het bij de ouderejaars waar ik uren en uren mee heb zitten bomen. Twee keer de vijfde gedaan, en twee keer op een tiende punt gezakt. Zie je wel, zo slim, zo intelligent was ik niet…..
Wist al gauw dat ik niet wou studeren, wat natuurlijk ook zeer ongebruikelijk was op het gymnasium. Nu weet ik waardoor dit allemaal kwam. Maar eerst nog even kwijt willend dat ik toen ik zeventien was en alle jongens had afgeschreven, Willem, mijn man, ontmoette en merkte dat we elkaar alles konden zeggen en vertellen zonder dat die ander dat ‘vreemd’ vond. Maar waardoor kwam dat? Heb het me toen wel afgevraagd maar vond het antwoord niet. Tot mijn 35e….
Intussen had ik een blauwe maandag op de PA gezeten, want ik wou vroeger altijd al juf worden. Maar het was het niet en ik wist ook niet wat ik wel wou, maar wist ook dat ik in mijn eigen levensonderhoud wou voorzien. Dus wat losse cursussen gedaan en intussen gaan werken. Daar zag een maatschappelijk werker dat ik niet op mijn plek was, en heeft ervoor gezorgd dat ik kon solliciteren bij een voor mij beter passend baantje. Had de eerste jaren een eigen toko met wel een baas boven me maar die liet alles aan mij over, en dat had ik dus ook nodig zo bleek.
Intussen getrouwd, een kind, Willem ontdekte dat hij hb was, en hij ontdekte al snel dat Mieke ook wel hb moest zijn als hij zag hoe ze was als baby en kind, en vroeg toen op een dag: voor hoeveel procent heeft ze het van jou?
Dat was voor mij de trigger de Mensa-test te doen en het buiten mezelf te kunnen houden, want deed het om Mieke en niet om mezelf. Kon toen voor het eerst bewust terwijl ik me ongelooflijk dom voelde een knopje omzetten en heb de testen puur op ‘gevoel’ gedaan. De ene test scoorde ik bijna en de andere helemaal binnen de marges, ofwel ik mocht lid worden ven Mensa. En toen kon ik er niet meer omheen: ik was hoogbegaafd.
Vanaf toen heb ik eerst mijn leven ‘herijkt’: alles wat ik had meegemaakt in het licht bekeken van wat ik nu wist. Mijn ouders en omgeving kon ik het niet kwalijk nemen want ze wisten het niet…..Alles bekeken vanuit als ik het wel had geweten wat dan…dan had ik me minder aangepast, was meer mezelf geweest zonder me ‘schuldig’ en ‘onbegrepen’ te voelen. En intussen soortgenoten opgezocht, want zij waren mijn spiegels…..En vandaar uit mezelf al meer en meer voedend met wie ik was, wie ik mocht zijn.
En intussen blijf ik me inzetten om ervoor te zorgen dat hoogbegaafdheid meer en meer gezien wordt door de maatschappij; het is nog veel te weinig dat men weet wat het is en wat de effecten zijn van het niet doorhebben hoe het zit. We missen nog veel te veel onze rolmodellen. We zijn het, we hebben het niet: het zit in mijn lijf, geest, gevoel; alles wordt erdoor beïnvloed, het werkt in alles door. Van elkaar kunnen we leren. We mogen er zijn…zoals.elk mens er mag zijn!

Marlies Wind-Verhoeven

Anna

Ongelukkig jarig heette het vroeger, als je kort na 1 oktober jarig was. Toen ik vijf jaar oud was, wist ik het zeker, ik was dom want ik was afgewezen voor de nulde klas. Ik mocht niet met behulp van dat klasje de eerste klas overslaan.
Ik had gefaald, en dat heb ik nog vaak gedaan daarna. Drie jaar gymnasium in Den Haag, daarna drie jaar atheneum in Brussel. De Europese School daar was een uitdaging maar bijzonder goed presteerde ik niet. Ik was een lui kind, dat was algemeen bekend. Aan de TU Delft deed ik vervolgens een jaar lang helemaal niets. In de drie jaar verpleging voelde ik mij tenminste niet schuldig want ik verdiende mijn eigen geld. Opleiding echter niet afgemaakt.
Het eerste jaar van de Heao haalde ik wel maar ik verveelde me zo dat ik weer ging werken en een jaar later verhuizen om te kunnen samenwonen. De avond-Heao in die andere stad, in combinatie met werken overdag, maakte dat ik mijn partner vrijwel niet zag dus de Heao liet ik weer vallen.
Weer een verhuizing een paar jaar later vanwege werk toenmalige echtgenoot. Ik had al mijn leuke banen al opgezegd voordat ik merkte dat ik in die regio helemaal geen baan kon vinden. Ik had geen papiertje, was al aan de oude kant, had te vaak te veel en te korte ervaringen en bovendien werd ik een maand na de verhuizing al zwanger.
Jarenlang voor de kinderen gezorgd en vrijwilligerswerk gedaan. Toen weer een verhuizing waar ik doodongelukkig van werd. Het huis beviel niet, de buurt niet, ik begon nogal veel alcohol te drinken.
Ik had al van mijn 19e last van korte depressies en soms heftige angstaanvallen. Soms jaren lang niet en soms kwamen ze na een maand alweer terug. In mijn nieuwe woonplaats kreeg ik er al snel zo’n last van dat ik nauwelijks meer kon praten. Ik ben naar de RIAGG vervoerd door ex-echtgenoot en daar hebben ze mij na een uur praten door ex-echtgenoot (ik zei niets, was alleen maar bang) de diagnose a-specifieke bipolariteit gegeven.
Aangezien ze me niet manisch vonden, was ik niet manisch-depressief maar zou ik wel bipolair zijn. Medicijnen, af en toe bloed controleren, dat was vervolgens eigenlijk alles wat er gebeurde, ik werd daarvoor weer terugverwezen naar de huisarts.
Dankzij de AA ben ik een jaar later van de alcohol afgekomen, waardoor ik mij al veel beter voelde. Ik vond toen ook weer werk, part time. Een jaar of zes geleden werd toevallig (bij een pre-operatieve controle) ontdekt dat mijn schildklier niet werkte. Zonder schildklierfunctie wordt vrijwel ieder mens depressief. De Thyrax hielp mij erg goed tegen de depressies.
Weer ruim een jaar later maakte ik mij ongerust over de vergeetachtigheid van ex-echtgenoot. Zijn vader had toen al ernstige Alzheimer. We besloten samen dat we ons allebei zouden laten testen om te kijken hoe ons geheugen zich ontwikkelde.
Om die test gratis te krijgen verzon ik bij de Riagg de smoes dat ik wilde weten of mijn hersenen waren aangetast door alcohol. Ik kreeg een tweedaagse IQ test van ze. De eerste keer scoorde ik 135 en de tweede keer 140. Ex-echtgenoot zei vervolgens dat er geen afspraak was en dat hij zich niet zou laten testen.
Toen mijn moeder de testuitslag hoorde heeft ze mij verteld dat ik indertijd niet een klas mocht overslaan omdat de nulde klas te duur was. Ik had dus zelf niet gefaald maar dat beetje geld had ze niet voor mij over gehad. We woonden toen in een kast van een huis, dat van top tot teen gerenoveerd was, er was een gigantische erfenis van de ouders van mijn vader en een kind een jaar korter in huis levert onnoemelijk meer geld op maar nee, er was te weinig geld in die tijd.
Mijn huwelijk liep langzaam aan op de klippen sinds de test. Ook van overige familie was er slechts weerzin tegen de testuitslag want “Einstein was een zeer onaangenaam mens.” Ik praatte er niet meer over, schaamde me er bijna voor en verdiepte mij er niet in.
Bijna drie jaar geleden zijn we uit elkaar gegaan. Het voelde als een enorme bevrijding. Anderhalf jaar geleden heb ik de Riagg gevraagd mijn diagnose bipolariteit te schrappen maar meer dan vage beloftes hebben ze niet gegeven.
Drie maanden geleden werd mijn vader ziek, hij werd een aantal keren opgenomen en heeft ongeveer 11 weken in ziekenhuizen gelegen. Aangezien ik de enige in de familie ben met verpleegkundige en medische kennis heb ik zo veel mogelijk gedaan. Ik woon echter op grote afstand dus soms was ik aangewezen op de telefoon. Ik kreeg geen informatie. Mijn moeder en jongste zusje hadden aan alle artsen en verplegend personeel en misschien zelfs aan de telefoniste verteld dat ik manisch depressief zou zijn en “met rust” gelaten moest worden en dat mij niets verteld mocht worden.
Waarschijnlijk is een dergelijk verhaal ook aan mijn zieke vader verteld. Met Anna zou het slecht gaan, ze zou weer manisch zijn, ze zou haar pillen niet slikken, ze kon beter niet autorijden etcetera. Aan mijn therapeut hebben ze zelfs een brief geschreven dat ik opgenomen moest worden.
De therapeute zei mij begin december wederom toe dat er een second opinion zou komen over de diagnose.
Op 8 december heb ik dit in een mail geschreven aan mijn vader. En bovendien dat het erg goed met mij ging, met mijn huis en verbouwing en met veel meer dingen. Mijn moeder en jongste zusje hebben de mail niet willen uitprinten. De twee andere zusjes waarschijnlijk ook niet.
Misschien heeft het ziekenhuis de mail uitgeprint en misschien voorgelezen of laten lezen. Ik weet het niet. Ik weet zelfs niet waar hij aan is overleden op 9 december.
1 januari 2010, ik ben 48 jaar. Ik ga eindelijk iets doen met mijn hoogbegaafdheid.
Voor mijn vader en voor mezelf.
Anna

Jacqueline

Op dit moment zit ik verhalen van anderen te lezen. Ik zit zelf nog tussen, me heerlijk voelen omdat ik weet waar het aan ligt tot het treuren om gemiste kansen en onbegrip, in. Onbegrip van anderen maar ook zelf snap ik het nog niet allemaal. Ik zou hier graag even van me afschrijven. Veel van wat er in mijn leven als ‘raar gelopen’ is bestempeld, is voor mijzelf wel op z’n plek gevallen. Toen ik heel klein was kon ik al legpuzzels maken (volgens mijn moeder 1.5 a 2 jaar) en kon me al vroeg goed verwoorden en veel herinneren. Geen peuterschool gedaan. Kleuterschool wel wat vriendjes vanuit de buurt maar had wel altijd gevoel dat ik nooit echt vriendjes en vriendinnetjes had. Lagere school werd dat alleen maar erger. Ik ben best sociaal en redelijk extravert maar ik liet mij steeds vaker terugzakken omdat ik gepest werd. Ik was slim en kon veel dingen goed met name sporten. Als ik gepest werd hield ik dat heel lang vol tot ik de bom barstte en dan pakte ik iemand heel stevig vast. Zo werd ik Jacqueline die altijd knijpt. Ik doorliep de school vlot maar sloeg geen klas over o.d. met een zeer goede cito kreeg ik advies havo/vwo. Tot 4 vwo nooit echt veel gedaan. Door het pesten op lagere school grote mond aangemeten en me altijd aangesloten bij de populairste van de klas (de recalcitranten). 4 vwo opnieuw gedaan. 5 vwo weer niets gedaan. Van school gewisseld, 5 en 6 vwo in een jaar. Gezakt. Uiteraard want ik deed nog steeds niets. Jaar erop opnieuw examen in de vakken die ik daarvoor nog niet had gehaald. En geslaagd. En toen?? Tja ik vond en vind alles leuk. maar ik had in mijn dorp ook een hele hechte vriendengroep (uiteraard populair maar er niet bij passend) dus wilde niet te ver van huis studeren. Want ja wel naar een Universiteit, ik had tenslotte vwo. Psychologie was in Amsterdam en dan kreeg ik veel wiskunde het eerste jaar. Daar vond ik niets aan, dus deed er niets aan, dus was er niet goed in. (statistiek was ik wel goed in maar dat zorgde toch niet voor de keuze psychologie, wat ik nu als een van mijn gemiste kansen zie) dus rechten. Kinderrechter wilde ik worden want ik ben gek op kinderen en hun manier van denken en doen. en op hulp en advies bieden aan mensen. Een prachtige combi dacht ik. maar al snel was de lol eraf. Nederlands recht was niet wat ik ervan verwacht had. Bovendien kwam er een familieprobleem bij waar ik het eerste jaar veel tijd aan kwijt ben geweest zowel praktisch als psychisch. Ik kan nooit iets opgeven en na een nieuwe stroeve start voor de 2de maal aan mijn propedeuse vond ik wat maatjes waar ik mee studeerde en omgang vond. Inmiddels mijn huidige vriend ontmoet en mijn ‘hechte’ vriendengroep verloren. De jaren die volgden zijn er geweest van hele leuke tot hele vervelende perioden. Mijn vriend heeft een hele zware burn out gehad van een paar jaar en is daar eigenlijk sinds 1,5 jaar pas goed uit. Zelf heb ik tijdens studie meerdere malen niets gedaan behalve gewerkt. Dit waren vrijwel nooit banen die met mijn studie te maken hadden. Altijd maar voor spek en bonen. Nooit ergens op zn plaats. Wars van autoriteit, onrecht, saaiheid. In de periode dat ik mijn studie echt af wilde gaan ronden overleed mijn vader. Dat was weer een behoorlijke rem op een en ander. Toen ik uiteindelijk in 2006 mijn studie afrondde dacht ik het lek boven te hebben. Maar niets was minder waar. ik had op dat moment een fulltime baan bij een internationaal chemisch concern als administratief financieel medewerker. ik kreeg via een W en S bureau een baan bij een gemeente aangeboden. Juridisch adviseur. Dat moest em gaan worden. maar na een afrondend gesprek met de gemeentesecretaris en een mondelinge toezegging te mogen starten werd dit uiteindelijk toch afgeketst. Mijn baan was al opgezegd. Ik ben toen na 2 maanden bij het W en S bureau zelf aan de slag gegaan. Maar ook dit is niets geworden. In deze 2 jaar dat ik daar werkte heb ik wel een loopbaantraject gevolgd. Daarin kwam naar voren dat veel van wat ik tot dan toe had gedaan eigenlijk niet bij mijn persoonlijkheid en interesses past. Aan de hand daarvan ben ik gaan lezen en zoeken en kwam uiteindelijk op een aantal sites over HSP en HB. Ook omdat mijn vriend in ieder geval HSP is. Daar las ik het, dat ging over mij! Ik heb tests op internet gedaan waaronder de Mensa thuistest. Deze had ik snel af maar nog niet opgestuurd. Allerlei internet tests geven vaak aan dat ik een iq van ongeveer 140 heb. Maar dat vind ik niet belangrijk. Wat mij heel erg bezig houdt zijn de kenmerken waarvan er heel wat op mij van toepassing zijn. Ik heb met een coach nu dingen meer op een rijtje gezet. Ik heb inmiddels besloten mijn voorkeur om met jeugd te werken na te streven. Bijvoorbeeld gaan lesgeven, of analyseren en begeleiden of in een dergelijke omgeving bezig zijn met optimale situaties voor hen te creeren zoals de juiste studiekeuzes kunnen maken op grond van persoonskenmerken. Ook zou ik graag weer een studie oppakken. Het lijkt me in ieder geval heerlijk om het gevoel te gaan krijgen dat ik met mijn eigen HB situatie weg weet en het kan gaan gebruiken in rest van mijn werk en leven. Gaat wel lukken.
Jacqueline

Helmi van der Helm

Ginovoja
Het onzinnigste dat wij al sinds onze geboorte aanleren is de kunst van het aanpassen. Onze trotse ouders willen niets liever dat hun kind later tenminste door de maatschappij als ‘normaal’ zal worden gezien. Tenminste, want nóg liever willen zij dat hun nazaadje zal uitblinken en de maatschappij het later als een ‘beroemdheid’ zal insluiten. Zeker, zult u denken, maar allereerst zullen die ouders het kind gelukkig willen zien, want niets gaat boven het geluk.
Voor heel even ga ik hierin mee: als kind van liefdevolle ouders die jou al het geluk gunnen, neem je alles van hen aan, omdat zij (in de ogen van een kind) autoriteit uitstralen en jouw rugzakje zullen volstoppen met allerlei goede en nuttige zaken – misschien zit er zelfs wel wat lekkers bij – opdat jij de juiste weg zult volgen. De weg naar het geluk.
De weg naar het geluk? Bestaat deze weg werkelijk of is het een wensdroom? Hoeveel mensen van boven de twintig voelen zich oprecht gelukkig? Ik vermoed een minderheid, omdat de meesten niet eens weten wat geluk voor hen betekent. Als mijn vermoeden klopt, dan hebben verreweg de meeste ouders – weliswaar goedbedoeld – hun kind(eren) het bos ingestuurd met een rugzak vol met zaken waar het kind -blijkbaar- geen zak aan heeft. Het lekkers is na een paar jaar dwalen vast verorberd en een kapmes of een survivalpakketje zat er niet in. De meeste ouders hebben gefaald. Maar ook zij zijn kinderen van de rekening…
Willen we deze vicieuze cirkel doorbreken, moeten we loskomen van de droom die Geluk heet. Een aantal filosofen heeft dit al eerder rondverteld en opgeschreven, maar helaas blijkt – optimistisch geuit – een kleine minderheid van alle ouders deze filosofische boodschap te hebben begrepen.
Het probleem is nog ernstiger. Stel dat het jouw grootste wens is om naar Ginovoja te gaan. Een land, zo hebben jouw ouders jou verteld, ongelooflijk mooi is. Bovendien zijn de Ginovojanen erg vriendelijk en leven ze daar in vrede naast en met elkaar. Eten is er in overvloed (waarom zijn jouw ouders daar dan niet gaan wonen?).
Je geeft aan dat je daar wel wilt wonen en krijgt vervolgens van de mensen die jou liefhebben allerlei raadgevingen om de reis te maken (waarom niet meteen een vliegticket naar Ginovoja?). Heel precies weten ze eigenlijk ook niet hoe je daar moet komen, sterker nog: ze erkennen dat ze er eigenlijk nog nooit geweest zijn, maar als je hun raadgevingen opvolgt, dan komt alles echt goed.
In Ginovoja moet je werken om aan de kost te komen (en die kost is natuurlijk precies dáár het lekkerst), dus wordt jou geadviseerd om te gaan studeren om zo hoog mogelijk op de maatschappelijke ladder te klimmen, opdat je jouw ticket naar Ginovoja snel kunt betalen en, eenmaal genaturaliseerd tot Ginovojaan, ook daar weer hoog op die ladder zit en het neusje van zalm voorgeschoteld kunt krijgen. Of het wangetje van de forel, want gewone, dagelijkse kost kan natuurlijk niet.
Niemand, maar dan ook niemand in jouw omgeving durft te vertellen dat Ginovoja helemaal niet bestaat! Je hele omgeving blijft volharden in een droomland waar ze nog nooit geweest zijn. Ja, ze hebben er veel over gedagdroomd, gelezen en gepraat. Met buren, tantes, vrienden en op hun werk. En iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen kwam dat schuitje nooit in Ginovoja aan…
Ginovoja bestaat waarschijnlijk niet. En al zou het bestaan, dan moet je zélf onderzoeken hoe je daar kunt komen, want er is niemand op deze aarde die jou kan vertellen hoe je daarheen moet reizen.
Geluk bestaat niet, maar kun je wél creëren. Je moet zélf onderzoeken wat geluk voor jou betekent, want er is niemand anders op deze aardkloot die jou dit kan vertellen.
Dit is ernst. Ernst, omdat ons een worst blijft worden voorgehouden die we mogelijk onsmakelijk vinden, waar we allergisch voor zijn of die we domweg nooit zullen krijgen!
Terug naar het begin. Naar ouders die hun kind op de eerste plaats willen zien uitgroeien tot een gelukkig mens. En een gelukkig mens op Ginovoja zal zich de gewoontes eigen moeten maken van Ginovojanen. We leren dus te eten met mes en vork (met de hand zou soms makkelijker zijn), een handje te geven aan mensen als je ergens binnenkomt (ook al zit er een onaangenaam mens tussen), beleefd te blijven tegen ‘hooggeplaatsten’ (ook al verdienen ze een kopstoot), te studeren (ook als je liever op het land werkt), promotie te maken (voor wie en waarom?), niet in je neus te peuteren in gezelschap (waarom eigenlijk niet?), veel geld te verdienen (ook als je al voldoende hebt), ‘nuttig’ zijn voor de maatschappij, en vooral actief zijn: hard werken van negen tot vijf, het liefst tot je erbij neervalt.
Dit alles om uiteindelijk Ginovojaan te kunnen worden, inwoner te zijn van een land dat misschien niet bestaat en waar niemand de routebeschrijving van heeft.
Kan iemand mij vertellen waar Ginovoja ligt? En zoja, kunt u me dan ook garanderen dat ik daar gelukkig zal zijn? Of tenminste: of ik daar gelukkiger zal worden dan ik misschien nu al ben? Ben ik eigenlijk gelukkig? Kunt u mij dat misschien vertellen, want dan hoef ik al die goedbedoelde adviezen niet meer op te volgen en kan ik eindelijk eens iemand op zijn bek slaan of tenminste stoppen me als loonslaaf voor een takkewerkgever uit te sloven om die verfoeide, welverdiende promotie in ontvangst te kunnen nemen.
Wat is het verschil tussen een ‘goed’ boek lezen en televisie kijken, aangenomen dat beide tijdsverdrijven (want dat zijn het) als aangenaam ervaren worden?
Wat is het verschil tussen studeren en op het land werken als beide tijdsverdrijven kunnen leiden tot een gelukkig leven?
Vertel me het verschil tussen mijmeren en actief zijn, aangenomen dat het eerste tijdsverdrijf door de mijmeraar (de ‘nietsnut’) en het tweede door de actieveling als prettig wordt ervaren?
Als u de verschillen kunt geven, dan berust elke aangename invulling van onze tijd (en dus van ons leven) blijkbaar niet op het Grote Geluk, maar op iets heel anders.
Dit anders is belangrijk om te weten. Waar berust het op? Wat is de bedoeling van dit leven eigenlijk? Als een goed boek lezen beter is dan TV kijken, dan zou het met wijsheid (of kennis) te maken kunnen hebben, maar tegelijkertijd zou dat inhouden, dat je van televisiekijken niet wijzer wordt en dat wijsheid of kennis noodzakelijk is om… om wat? Om gelukkiger te worden? Maar wat als juist een goed boek lezen mij ongelukkig maakt en televisiekijken mij aangenaam bezighoudt?
Als actief zijn beter is dan mijmeren of nietsdoen, dan impliceert dat mogelijk dat inspanning als iets positiefs wordt gezien en nietsdoen als negatief. Positief voor wie of wat precies? Voor anderen? Voor jezelf? Voor de maatschappij? Wordt activiteit als maatschappelijk betrokken gezien en passiviteit als maatschappelijk afgewezen? Als ik actief aan het skeeleren ben, dan ben ik maatschappelijker betrokken dan als ik mijmer over het leven zelf (waar de maatschappij een deel van is)?
Moet mijn (in)activiteit nuttig zijn? Nuttig voor wie? Voor de maatschappij of voor mezelf?
Uiteindelijk willen we toch allemaal Ginovojaan worden? Misschien is de mijmeraar over het Ginovojaanse leven de wijste van alle mensen! Of degene die het land bewerkt, want hij hoeft helemaal niet naar Ginovoja en voelt zich elke dag bevoorrecht, omdat Ginovoja hem niets meer te bieden heeft dan hij nu al heeft. Of degene die TV kijkt, want hij voelt zich al jaren ereburger van Ginovoja. Of degene die een goed boek leest, want hij weet als geen ander dat Ginovoja niet bestaat… Oeps!… en hij leest goede boeken om dit besef te verlichten.
Wij allen zijn kind geweest en het kind in ons is nog springlevend. Weliswaar geboeid en beschadigd, maar nog steeds springlevend. Of je nu politicus, productiekracht, gevierd zanger of vertegenwoordiger bent, je bent te allen tijde kind geweest en hebt hoogstwaarschijnlijk ook een rugzak met waardeloze spullen meegekregen. Sommigen weten dat, maar volharden in hun toneelspel (bij gebrek aan lef of gehinderd door angst en onzekerheden) en blijven de rugzakken van hun nazaten klakkeloos vullen met shitbagage. Gelijk aan de onnozelen onder ons (zij die niet beter weten).
Een minderheid weet gelukkkig beter en reist regelmatig richting Ginovoja…
Het is de hoogste tijd om het eigenwijze kind in ere te herstellen. Haal het uit de kast, knuffel het warm en geef het zijn ruimte en vrijheid terug. Ginovoja is een geweldig avontuur, een ontdekkingstocht zonder eindbestemming.
Geluk is de unieke beleving van het eigenwijze kind dat de reis naar Ginovoja telkens durft te maken.
©Helmi van der Helm
Ook te lezen op haar website: www.vriendeling.nl

Noks Nauta

Ik ben hoogbegaafd. Zo, dat is eruit!
Ik kwam er in het jaar 2000 na een IQ test achter, ik was inmiddels al 52 jaar. Ik had me laten testen omdat ik inmiddels tweemaal vrij grote problemen had gehad met leidinggevenden. Eenmaal was ik zelfs via de kantonrechter ontslagen.
Mijn hele leven voelde ik me altijd al ‘anders’ dan anderen in mijn omgeving, ik had vaak het gevoel dat ik een beetje raar was. Ik dacht anders, ik voelde anders en ik reageerde anders. Ik had altijd het idee: als ik ouder word, dan ga ik vast wel een keer snappen hoe het dan wel moet.
Maar nee, zo zat het dus niet. Ik was dus echt anders.
Wat was dat dan: Hoogbegaafd? Met mijn honger naar kennis kwam ik er al snel achter dat er over hoogbegaafde volwassenen anno 2000 nog maar heel weinig geschreven was. Dat kon ik niet goed uitstaan. Want ik wilde het snappen. Ik ben toen zelf met enkele gelijkgestemden, zoals onder anderen Frans Corten, Maud Kooijman, Sieuwke Ronner, veel gaan lezen en veel gaan praten. We zijn vervolgens gaan schrijven, voor hoogbegaafden zelf en voor deskundigen, zoals bedrijfsartsen en psychologen. Steeds kregen we veel positieve reacties, emotionele reacties en waardering en soms, van bijvoorbeeld de redactie van een tijdschrift voor psychologen, afwijzende reacties. Want het was allemaal toch niet wetenschappelijk en wij waren toch niet objectief!
Daarnaast bedacht ik: wat vertel ik aan mijn vrienden, collega’s, familie? Eerst niet zoveel, maar naarmate ik er, naast mijn werk, meer tijd aan ging besteden, moest ik soms toch wel iets erover vertellen. De reacties waren wisselend. Mensen die al iets over het thema wisten of een hoogbegaafde persoonlijk kenden, snapten en het en waren positief! Mensen die het voor het eerst hoorden, noemden alle vooroordelen die we inmiddels al kenden: Hoogbegaafden redden zichzelf wel, ze zijn toch zo slim?; hoogbegaafden zijn arrogant; zijn jullie soms beter dan wij?; waarom al die aandacht, mensen die minder kunnen, die hebben juist aandacht nodig.
Nadat ik in 2007 met Sieuwke Ronner een boek had geschreven voor hoogbegaafde volwassenen: ‘Ongeleide projectielen op koers’, kon ik natuurlijk niet meer ontkennen dat ik zelf hoogbegaafd was. Het maakte ook niet meer uit vond ik (op mijn leeftijd word je wat laconieker).
Ik merkte dat ik door mijn voorbeeldfunctie ook stimulerend kon zijn voor anderen. Ik vond uit, dat je het woord ‘hoogbegaafd’ niet perse hoeft te benoemen, dat het veel belangrijker is om je voor jezelf bewust te zijn wat dat concreet betekent, bijvoorbeeld in je werk en in vriendschappen. En dat je bijvoorbeeld in je werk concreet kunt benoemen waar jij behoefte aan hebt om goed te kunnen functioneren. Dat is in mijn geval bijvoorbeeld: ruimte om projecten op mijn eigen manier te doen, geen controle van mijn baas. Wel inhoudelijk overleg! Dat maakt het voor jezelf én voor je omgeving heel concreet en prettig om zo met elkaar om te gaan. Ik merkte dat ik anderen daarmee ook praktische tips kon geven.
Wezenlijk is, naar mijn idee, dat je gaat voelen hoe fijn het is om hoogbegaafd te zijn! Dat gaat niet altijd vanzelf. Sommige hoogbegaafden hebben daarvoor professionele hulp nodig. Ik vind het van groot belang om eraan te werken dat professionals zoals psychologen en artsen kennis over hoogbegaafdheid krijgen. De komende jaren en wellicht na mijn pensioen nog meer, ga ik hier verder aan werken. Inmiddels heb ik een tweede artikel gepubliceerd voor bedrijfs- en verzekeringsartsen en is er een artikel in de maak voor een algemeen medisch tijdschrift. Ik ben er wel trots op! Niet op mijn hoogbegaafdheid, want die is voor mijn gevoel aangeboren. Maar om wat ik ermee doe. In mijn werk, in mijn contacten, in hobby’s en voor anderen hoogbegaafden.
Ik hoop dat andere hoogbegaafden ook al jong in hun leven hun eigen gaven waarderen en er blij en gelukkig mee zijn!
Delft, 7 december 2008
Noks Nauta

Rianne van de Ven

“When the student is ready, the teacher will come” is een bekend gezegde dat om mijn HB-verhaal van toepassing is.
Ik heb ‘het’ altijd wel geweten, maar ik was er niet klaar voor. En op 33-jarige leeftijd was ik dat blijkbaar wel. Tijdens een bijdehante chat-sessie met een collega op mijn werk kreeg ik van hem de link van de Mensa-thuistest toegestuurd. Ik was zo snel in mijn reacties en grappen naar hem, dat hij – op dat moment recent Mensa-lid – vermoedde dat ik wel eens heel hoog zou scoren. En dat was zo. En toen begon het: een proces van zelfacceptatie, groei en een geheel nieuwe bril op de werkelijkheid. De heftigheid is er na 4 jaar nu wel af, maar dagelijks beleef ik nog nieuwe ontdekkingen en inzichten in mijn wereld.
Ik woonde in een klein dorp (sorry: stad!) en op de lagere school had weinig aansluiting bij mijn klasgenoten. Of bij mijn familieleden. Als superleergierige druif koos ik enkele vriendjes en vriendinnetjes op basis van de omvang van de boekenkast van hun ouders. Ik had maar weinig vrienden, want ik was ook een gewild pestobject.
Na 5 jaar lagere school was ik daar wel klaar. Maar ja, versnellen was een begrip dat toen geen gemeengoed was. Dus het zesde jaar heb ik veel gelezen en veel koffiegezet voor de leraren. En gesport. Want sporten was is ons gezin heel belangrijk. En daarin was ik ook goed. Mijn sport heeft me sociaal gezien een beetje op de been gehouden, want daarmee dwong ik nog een stukje respect af bij mijn klasgenootjes.
Toen naar het gymnasium. Een kleine school met zo’n 400 leerlingen. In de grote(re) stad. 14 km fietsen (enkele reis, met bijna altijd tegenwind) om vervolgens zwaar gedesillusioneerd te worden. Ook hier niet veel aansluiting. Veel poeha (met name de rector) en ik werd enorm recalcitrant. Ik had me al voorgenomen nooit meer zo gepest te worden, dus die grote mond had ik me snel aangemeten.
Na 4 jaar gymnasium (waarvan de eerste gedoubleerd) naar een grote scholengemeenschap overgestapt en dat was precies wat ik nodig had: een grote massa waarin ik kon verdwijnen. Waar ik niet zo opvallend was. Waar er anderen rondliepen die nog ‘gekker’ waren dan ik. Vlotjes VWO afgerond en toen naar het HBO. Hmm….dat was het niet. Dan maar naar de universiteit. Hmm….dat was het al helemaal niet. Ik vind zoveel leuk en ik kan uit veel opleidingen kiezen, maar ik weet niet wat ik wil.
Dan maar aan het werk. En hé, dat was leuk! Ik kreeg kansen, problemen waar ik mijn tanden in kon zetten en ik groeide en groeide. Geen diploma? Geen probleem! Bij dat bedrijf keek men naar de mens en niet naar de papieren. En men zag mijn capaciteiten. Management development programma, internationale functie, ik was echt met mijn neus in de boter gevallen.
Maar toch….. politiek was ik niet heel erg handig. Ik kon mensen ook enorm tegen me in het harnas jagen. Als ik gelijk had, zou ik het krijgen ook! En onrecht, daar kon ik niet tegen. En dan gebeurde het af en toe dat ik – met name uit gevoel van onmacht – tot tranen toe geroerd was. Rianne? Emotie? Wat is dat?
Thuis werd er niet veel over emoties gesproken. Die werden weggestopt. Agressie bijvoorbeeld werd gestopt in onze sport. Dààr kon je dat kwijt. Toen ik geblesseerd raakte en niet meer op hoog niveau kon sporten, werd dat dus een enorm probleem. En dat werd ook een probleem op mijn werk. De balans emotie-ratio was er niet. Ik was te onvoorspelbaar voor anderen. De situatie werd er niet beter op en uiteindelijk besloot ik daar weg te gaan.
Het waren de hoogtijdagen van de ICT (2000) en ik vond snel een andere werkgever. En daar werd wel naar diploma’s gekeken. En ik had de functie dan wel gekregen op basis van mijn werkervaring, maar een diploma om mijn niveau te bevestigen was gewenst. Een post-HBO-opleiding Bedrijfskunde werd het. Van 1 jaar. En met goed gevolg afgerond. Maar ook bij deze werkgever liep ik aan tegen mijn sociale onhandigheid. Op inhoud was ik goed en op het aspect proces had ik inmiddels veel geleerd. Maar het aspect relatie was onderontwikkeld.
En toen kwam daar in 2004 dus die chatsessie met die collega. En begon het balletje te rollen. En in het begin rolde dat heel hard. Ik scoorde hoog op de Mensa-test en werd lid. En plots was daar de verklaring en een noemer voor de problemen die ik ondervond. Het stempeltje HB bood me een kapstok om allerlei ervaringen aan op te hangen. En wat bleek? Mijn verbeterpunten waren de keerzijde van een an sich positieve medaille. En dat deed behoorlijk wat met mijn zelfbeeld.
Mijn HB-ontdekking leidde tot een echtscheiding. Een combinatie van ‘nu pas weten wie ik ben’ en de groei van mijn zelfbeeld deden mij besluiten dat ik gelukkiger kon worden zonder mijn ex.
Ook ben ik in therapie gegaan. Er was zoveel te verwerken. Een rouwproces vanwege de gemiste kansen, de relatie met mijn moeder die voor een aantal problemen had gezorgd en vooral ook hoe kan ik op mijn werk eruit halen wat er inzit? Mijn HB optimaal inzetten?
En ik kwam veel op een internetforum voor hoogbegaafden. Eerst als hulpzoekende en later veranderde dat naar een rol waar ik anderen juist adviezen gaf. Ook vond ik daar mijn huidige partner, met wie ik inmiddels bijna 4 jaar heel gelukkig samen ben.
Toen ik voor mijn werk de mogelijkheid kreeg een professionele coachopleiding te volgen, vielen de puzzelstukjes op zijn plaats. Eindelijk vond ik iets wat ik echt wil. Naast mijn parttime baan heb ik sinds 1 januari 2008 mijn eigen coachpraktijk. Al mijn ervaring als HB-laatontdekker stel ik daarin beschikbaar voor ander hoogbegaafden. Maar mijn klantenkring is breder dan dat. Met mijn management en advieservaring ben ik ook prima geëquipeerd voor executive coaching.
Dagelijks leer ik nog bij over wat het is om hoogbegaafd te zijn. En nu ik mijn modus gevonden heb dit effectief in te zetten, ben ik enorm gelukkig.
Rianne van de Ven
Maart 2009.

Mariska de Swart

Of ik een stukje wilde schrijven voor deze pagina? Ja hoor, dat wil ik best zei ik. Maar wat moet ik dan schrijven? Daarover dacht ik later pas…
Misschien is dat wel een van de meest kenmerkende dingen over mijzelf; al snel zeggen ‘tuurlijk, doe ik wel’, om later pas na te denken over waarop ik nu weer Ja heb gezegd. Met dat ‘Ja, tuurlijk’ ben ik al op veel verschillende plaatsen geweest en heb ik veel verschillende dingen gedaan. Dingen die ik, als ik er van tevoren over had nagedacht, waarschijnlijk niet had gedaan. Omdat ik dan zou denken het niet te kunnen, of het niet te durven. Voor mij werkt het ‘eerst Ja zeggen, dan pas denken’ achteraf altijd erg goed.
Maar laat ik eerst teruggaan naar een jaar of dertig geleden.

Op de kleuterschool ben ik getest vanwege mijn ‘afwijkende gedrag’; behalve in de bouwhoek waar ik geweldige bouwwerken scheen te hebben gemaakt wilde ik eigenlijk niet spelen. Ik was geobsedeerd door boeken en had geen aansluiting met de andere kinderen. De nieuwe school na de verhuizing was fel tegen versnellen dus moest ik toch weer naar de eerste klas. De zes jaren daarna werden een zwerftocht door alle klassen. Rekenen in de ene klas, taal weer ergens anders, en een enkel vak in mijn eigen groep. Tot ik ‘vast zat’ in het zesde jaar en ik me daar nog een jaar moest vervelen tot ik eindelijk “echt” naar school zou gaan. Gedesillusioneerd op het VWO zakte ik af naar de MAVO om daarna voor een tussenjaar voor ik naar het conservatorium kon naar de MTS te gaan.
Op mijn zestiende ben ik uit huis gegaan. Daarna heb ik vele hulpverleners en instellingen gezien, en daar vooral toch steeds weer uitgekomen om weer mijn eigen weg te gaan.
Mijn leven werd nogal chaotisch. Ik rolde in allerlei verschillende banen en baantjes die vaak nogal werden uitgebouwd doordat ik me snel verveelde. Voorlichtingen geven op middelbare scholen? Leuk, maar toen het wat teveel routine begon te worden ging ik een cursus/training bedenken voor de vrijwilligers. Een weekend / vakantiebaan in de schoonmaak? Best leuk, maar al snel was ik tot mijn eigen verbazing weekendafdelingshoofd. Op een avond bij de patiëntenvereniging hardop zeggen dat dat jongeren niet aanspreekt en hoe ik vond dat het dan zou moeten, leverde een telefoontje op van het bestuur. Of ik dan niet in het bestuur wilde komen. En zo zat ik twee jaar later in vele werkgroepen en overlegorganen. Roepen dat het gehandicaptenbeleid vele knelpunten heeft die niet zo moeilijk zijn op te lossen, dat leidde tot veel vragen voor deelname in nog meer beleidsgroepen, contacten met de politiek en spreken op symposia.
Allemaal ontzettend leuk en ik kreeg de kans mij eindelijk eens ergens aan op te trekken en op de voor mij juiste manier bezig te zijn, maar toch bleef ik aan mijzelf twijfelen. Kon ik iets, was ik goed in wat ik deed? Welnee. Ik had niet eens een echt diploma of een echte opleiding. Ik mocht ‘meedoen in de grote mensenwereld’, maar eens zou ik wel door de mand vallen, daarvan was ik overtuigd.

Op verschillende leeftijden ben ik getest, met meeste keren hoog tot zeer hoog begaafd als uitkomst. Maar weten en weten zijn verschillende dingen in mijn geval. Weten werd eerst toegeven. Enkele jaren geleden werd weten beseffen en begrijpen. Begrijpen wat hoogbegaafdheid inhoudt, dat het hoogbegaafd zijn mijn kijk op de wereld en mijn houding daarin voor een groot deel bepaalt, en zien dat ik dat talent ook bewust kan gebruiken om daarmee mijn leven een juiste richting op te sturen.
Was hoogbegaafdheid eerst een last of in het gunstigste geval iets waarop ik vooruit kon drijven, nu werd het hoogbegaafd zijn een mooie boot waarop ik over de rivier van het leven kan varen. Soms drijf ik met de stroom mee, andere keren vaar ik om grote obstakels heen, en wanneer ik er behoefte aan heb kan ik mijn krachten uitleven door tegen de stroom in te gaan. Een transformatie van weten van mijn hoogbegaafdzijn maar daar niets mee doen, naar bewust en stuurbaar hoogbegaafd functioneren.

Ik leef mijn leven nu op mijn eigen manier. Alle werkervaringen die ik eerder heb opgedaan heb ik gebundeld. Mijn leervermogen heb ik gebruikt om in een enorm tempo bruikbare opleidingen te gaan volgen. Daarmee ben ik mijn eigen bureau voor counseling/coaching en projectadvies gestart.
Doordat ik me heb laten meevoeren op de stroom van mijn eigen rivier kwam ik in contact met twee andere vrouwen die net als ik gedichten schreven. Samen hebben wij een gedichtenbundel uitgebracht waarvan de opbrengsten worden gegeven aan een goed doel. Verder stromend kwam daarna ook mijn eigen boek op de markt. Meevaren op de stroom kan soms erg prettig zijn en mooie dingen opleveren…
Nu is het tijd om weer mijn eigen richting te gaan bepalen. Tot ik weer aanspoel bij een volgende leuke kans, om ook die met beide handen aan te pakken.
Het leven is onvoorspelbaar. Je kunt het proberen te sturen, toch is het fijn zo nu en dan eens aan te meren bij onverwachte gebeurtenissen en daarin mee te gaan…

Mariska de Swart
November 2008
www.samar.cc
mariska.deswart@samar.cc

Willem Wind

Een rustige jeugd heb ik gehad, zou je kunnen zeggen. De basisschool door gedroomd en met een verrassende Cito toch naar de Havo/VWO brugklas. Daar heb ik slechts de herinnering aan dat ik mijn vinger er maar niet achter kreeg wat daar gebeurde. Niet dat ik veel moeite er voor deed, overigens. Zij waren bezig en ik ook maar het was niet dezelfde weg. Na de brugklas nog een keer geprobeerd te hebben mocht ik met de Kerst naar de Mavo. Mij maakte het allemaal niet zoveel uit. Ik wist toch al niet waar ze mee bezig waren..
De Mavo afgemaakt op mijn gemak en daarna de MTS gedaan. Ook daar droomde ik wat doorheen alhoewel de techniek me wel wat meer interesseerde. Overal had ik wel één of meer vrienden maar ik heb nooit het gevoel gehad contact te hebben. Niet dat ik daar naar zocht, overigens. Terugkijkend is eenzaam wel een goed woord.
Daarna in militaire dienst waar ik op het laatst veel ‘ziek’ was en waar weinig gebeurde. Ik was daar ook niet in ritme met de andere jongens, zeg maar.
Werk zoeken was daarna erg moeilijk. Er was veel werkloosheid en MTS bleek opeens niets waard te zijn. Tenslotte maar avond-VWO gedaan op mijn slofjes en daarna de universiteit Twente geprobeerd. Ook daar snapte ik niet echt waar alles om ging en in tegenstelling tot de andere opleidingen zou het daar wel nuttig zijn geweest. Halverwege het seizoen moest ik stoppen en wilde ik dat ook graag. Meestal had ik geen idee wat daar gebeurde. Ik heb er wel leren werken met Turbo Pascal. Dat snapte ik opeens..:)
Na wat her en der werk maar een eigen zaakje opgezet en wat geld daarmee verdient. Op dat moment kwamen ook de kinderen en op een moment zag ik een oproep om mee te doen aan de testronde van Mensa. Geen idee wat het was maar ik belde en ging. Na een paar borrels ed. moest ik even tijd nemen voor heroriëntatie. Met mijn kinderen ging het moeizamer op school en langzamerhand ging ik me meer verdiepen in hoogbegaafdheid. Een paar boekjes geschreven, wat bestuurswerk gedaan, een stichting opgezet welke nu nog steeds een marginaal leven leidt, allemaal op het terrein van hoogbegaafdheid.
Ik ben nog steeds ondernemer en enthousiast voorvechter voor hb-ers. Mijn kinderen stimuleren me nog steeds en al met al gaat het langzaam aan, met erg kleine stapjes allemaal wat beter. Wat ik mis is contact met andere hb-ers. Ik werk wel met eentje en ik ben getrouwd met een ander maar die ken ik al zo lang… Als ik hb-ers zie en contact met ze heb is een avond zo voorbij, nog steeds en ik heb steeds het gevoel dat er vrijwel niets is gezegd. Er had, er moest nog veel meer gezegd worden maar daarvoor zijn we dan te moe, fysiek.
Vroeger en nu nog zeg ik vaak dat ik me verveel. Dat betekent voor mij dat ik weer eens niets heb om over na te denken. Als ik zeg iets niet te snappen, betekent dat voor mij dat ik het wel snap maar totaal irrelevant vind. Daar gaat het niet om in het leven, zeg maar.
Ik denk dat ik holist ben in een wereld waar ze niets daarmee aan kunnen vangen. Soms proberen ze een aantal zaken te koppelen en vinden ze zich enorm holistisch bezig. Ik snap dan nog niet waar het ze omgaat, wat ze willen.
 Willem Wind