Procedures volgen of puzzelen

Tijdens een gesprek met een hoogbegaafde zag ik opeens een duidelijk verschil tussen hoogbegaafden en andere mensen. Het was een Aha-erlebnis die ik graag wil delen in een column.

Zoals we allemaal weten bestaat het grootste deel van de samenleving uit het uitvoeren van bepaald vaststaand gedrag. Bij de kassa gaat het op een bepaalde manier, met een klant heb je een andere procedure en met je baas weer een andere. Procedures geven vastigheid en zekerheid. Je weet wat je kunt verwachten in een bepaalde situatie, ook vice-versa en dat geeft rust. Tenminste voor de meeste mensen.

Heel globaal bekeken kun je constateren dat de meeste mensen eigenlijk procedures uitvoeren. Bepaalde stapjes wel/niet doen in bepaalde situaties. Het denkwerk zit er dan vooral in de keuze van, welke procedure moet ik nu volgen. En die keuze zorgt voor bepaald gedrag. Daarbij wordt in de uitvoering van die procedure ook wel afgetast of de door jou gehanteerde “Procedures volgen of puzzelen” verder lezen

Het gemak van een vloeiende definitie

Steeds vaker hoor en lees ik dat iemand vindt dat hoogbegaafdheid en een uitzonderlijke intelligentie niet samen hoeven te gaan. Voor mij is dat een bijzondere opmerking want begaafdheid is nauw verwant met intelligentie. Scoor je laag op een IQ-test dan ben je laagbegaafd, etc.. Ook Van Dale is deze mening toegedaan en ik vind dat we ons minstens moeten houden aan dit instituut bij het gebruik van woorden. Niettemin is hoogbegaafd een uitzondering op deze normale regel en dat doet me denken dat er mensen zijn die wellicht jaloers zijn op hoogbegaafden. Alsof dat een feest is of een verdienste. Mocht dit waar zijn dan zou ik toch verwachten dat er minimaal een half miljoen zelf benoemde hoogbegaafden in Nederland zouden zijn. Gelet op de 4000+ leden van Mensa klopt dat niet. Wat kan hierachter zitten?

Ik kan me veel situaties voorstellen waarin mensen deze rare draai aan het woord hoogbegaafd willen geven. Een vader die er op gewezen wordt dat zijn zoon hoogbegaafd is en die bij zichzelf ook de eigenschappen opmerkt die de zoon speciaal maakt. Die vader kan in een situatie verkeren waarin het vervelend of zelfs gevaarlijk voor zijn carrière is om hiervoor ook uit de kast te komen. Dan is het makkelijker om te zeggen dat iemand met een uitzonderlijk hoog IQ niet automatisch hoogbegaafd hoeft te zijn. En een hulpverlener die er niet uitkomt met een client met een uitzonderlijke intelligentie heeft ook wel baat bij dit mooi gevonden onderscheid. Het “Het gemak van een vloeiende definitie” verder lezen

Onderzoek en onderzoek

Ik heb een ergernis en als freelance columnist is het dan mijn plicht om er aandacht aan te besteden. De titel zegt het al: wetenschappelijk onderzoek en dan vooral wetenschappelijk onderzoek naar hoogbegaafdheid.

Iedere wetenschapper weet, neem ik aan, dat de setting van het onderzoek het kader bepaalt van waaruit de reacties worden verlangd. En ik neem ook aan dat bekend is, dat de te onderzoeken onderwerpen onderhevig zijn aan het wereld- en mensbeeld van de opsteller van het onderzoek. En dat, in geval van een interview, de intonatie, de aanwezigheid van de interviewer en wie die is en de setting waar het interview wordt afgenomen, bepalend zijn voor de reacties. Uit diverse gesprekken met wetenschappers weet ik dat ik hier niet op mag vertrouwen. Helaas nemen de meeste onderzoekers deze bepalende factoren niet mee in hun conclusies. Ik neem daarom aan dat dit de oorsprong is van mijn ergernis.

Maar eerst wil ik duidelijk maken waar mijn ergernis vandaan komt. Ik ga er vanuit dat een lid van de onderzochte groep zich, soms na wat denken en inleven, kan vinden in de conclusies en aanbevelingen. De aanbevelingen worden soms verwoord maar zijn altijd, soms tussen de regels door, aanwezig. Als hoogbegaafde wil ik dan ook dat ik mij of een soortgenoot van mij, kan herkennen in de conclusies van een onderzoek. Soms is dat even slikken, soms is dat even nadenken en invoelen maar altijd moeten de conclusies een gevoel van herkenning oproepen. Bij veel onderzoek naar “Onderzoek en onderzoek” verder lezen

Zelfcensuur

Van Dale kent geen zelfcensuur. Opmerkelijk als je je bedenkt dat iedereen niet altijd zegt wat die denkt en niet altijd doet wat die zou willen doen. De mens houdt zich met regelmaat in vanwege de consequenties. Dat kan zijn een boete voor te snel rijden maar ook, eventueel tijdelijke, uitsluiting door de groep. Zelfcensuur zorgt er voor dat we samen kunnen leven. Met bijvoorbeeld een wit leugentje of even afzien van commentaar.

Zelfcensuur is best wel ingewikkeld. Elke keer nadenken over de consequenties en in hoeverre iets wel of niet gezegd mag worden in deze of gene groep, dat kost teveel tijd. Je reactie loopt ver achter op de dynamiek van het gesprek of optreden. Het is daarom ook logisch dat we in ons hoofd een plek hebben waar dit allemaal razendsnel kan worden bepaald. Wat kan en wat niet kan. Psychologen noemen het proces van iets hierin plaatsen, internalisering. Bepaalde zaken zeg je gewoonweg niet tegen een ander. Soms kom je daar op een harde manier achter en als je dan je knopen telt, internaliseer je die situatie en reactie als not-done. Een prima manier om samen te kunnen leven zonder al teveel ruzie en met een gelijkgestemd gevoel dat het zo goed is.

Het probleem met zelfcensuur is dat het, zoals alles, zich ook tegen een groep kan keren. Zoals journalisten die het beter achten om iets over “Zelfcensuur” verder lezen

De parabel van de leerbal.

De schoolervaring van elke leerling kan gezien worden als het steeds vangen en gooien van een bal, staand buiten op een grasveld.

De leraren gooien de bal, een tennisbal in hun optiek en de ene leerling ervaart het ook als een tennisbal. Dit zijn de gewone, goede leerlingen.
Een andere leerling ervaart het als een basketbal. Het lukt vaak om die bal te vangen maar het is wat moeilijker.
De ‘slechtste’ leerling ervaart het als een medicijnbal. Een grote bal van minimaal 10 kilo. Met veel moeite, doorzettingsvermogen en wat geluk en ondersteuning kan een enkele leerling dat volhouden maar de meesten gaan naar een ander veld om daar hun tennisballen te ontvangen en te gooien.

Er zijn ook leerlingen die het ervaren als pingpongballen. Het lijkt alsof dat geen moeite hoeft te kosten. Het weegt nauwelijks iets en is makkelijk te hanteren. Maar probeer het maar eens op een grasveld, buiten… De wind blaast het af en toe weg, het stuitert in je handen en teruggooien is lastig, de leerkracht lijkt te ver weg, de wind blaast het opzij. Als je handig bent lukt het zo af en toe goed. Concentreren, precies goed doen en geen foute inschatting maken over allerlei irrelevante details. Dan lukt het meestal wel. “De parabel van de leerbal.” verder lezen

Als VWO niet genoeg is…

Voor veel hoogbegaafde kinderen (en ouders) is het einde van de basisschool een verademing. Eindelijk mag het kind naar een toepasselijk onderwijsniveau! Daar zal het uitgedaagd worden en zich omringen met andere slimme kinderen. Geen verrijkingsmap meer, maar ingebakken uitdaging. En daarna op naar de universiteit, het wordt beter!

Nou, dat kan nog best tegenvallen. Toen ik laatst in gesprek met ouders zei dat er uit onderzoek is gebleken dat het gemiddelde IQ van VWO-leerlingen ongeveer 115 is, waren ze erg verbaasd. Ik wil zeker niet zeggen dat de gemiddelde VWO-leerling niet intelligent is, we hebben het nog steeds over de 15% hoogste IQ’s van de bevolking. Toch is mijn voorspelling regelmatig dat ook VWO onderwijsniveau inhoudelijk niet uitdagend genoeg zal zijn voor hoogbegaafde kinderen. En ook hier is de kans dat een kind sociaal minder aansluiting krijgt dan zijn medeleerlingen.

Hoogbegaafdheid als indicatie voor zorgbehoefte bij een kind leeft minder in het voortgezet onderwijs dan in het basisonderwijs. Misschien is bij de “Als VWO niet genoeg is…” verder lezen

Worden we gediscrimineerd?

Dat is een groot woord: discriminatie. Maar steeds vaker voel ik me wel ergens gediscrimineerd of beter gezegd, ik heb een gevoel wat sterk lijkt op de gevoelens die worden getoond in films over discriminatie en buitensluiten van groepen mensen.

Maar eerst eens kijken wat van Dale zegt over discriminatie: het maken van ongeoorloofd onderscheid: rassendiscriminatie. De Overheid zegt het zo: In deze wetten staat dat iedereen in Nederland in gelijke gevallen gelijk behandeld moet worden.

Oppervlakkig bekeken is er geen sprake van discriminatie van hoogbegaafden. Ze worden gelijk behandeld, geen hoogbegaafde wordt geweerd omdat hij of zij hoogbegaafd is. Maar dat gevoel blijft er wel bij mij. Misschien is een andere manier van kijken een oplossing. Als ik de film Hysteria bekijk dan is de algemeen geaccepteerde kijk op vrouwen in die tijd niet fraai. Ze kunnen nauwelijks nadenken laat staan een gefundeerde mening hebben en klaarkomen is ook alleen iets voor mannen. Een vrouw is met regelmaat hysterisch en als je dan de clitoris stimuleert, haal je daarmee de knopen uit haar functioneren en doet ze weer normaal. Als “Worden we gediscrimineerd?” verder lezen

Angst, een oude bekende..

Angst is een oude bekende voor veel hoogbegaafden(van Dale: uitzonderlijk intelligent). Soms diep geworteld in ons systeem. En dat neemt nogal eens rare vormen aan.

Ik heb wel eens een huis in bezit gehad en hoewel ik betaald had, met een hypotheek heb ik nooit echt het gevoel gehad dat ik dat huis bezat. Het had me dan ook niet verbaasd als iemand aan de deur zou komen om te vragen wat ik in zijn huis deed. Mijn antwoord was dan wel: “wonen” maar daarop direct de vraag aan mezelf: “hoe vinden we met ons gezin zo snel een andere woning??” En de opmerking van anderen dat dit huis in het Kadaster staat als zijnde mijn bezit…, een klein foutje is genoeg, zou ik zeggen.

Angst is een apart gevoel. Meestal is het irrationeel maar met de juiste blik zeer reëel!

Nu zijn er mensen die dit beschouwen als een onderdeel van het hoogbegaafd zijn. Dat hoort er bij en daar moet je als persoon mee leren “Angst, een oude bekende..” verder lezen

Het maatschappelijke midden

Een intrigerend fenomeen is het maatschappelijk midden. Een gebied waarin de mensen van een groep functioneren. Dit kunnen leden zijn van een vereniging maar ook inwoners van een land. Op de één of andere manier hebben ze met elkaar afgesproken, via een aanvoelen, wanneer een individu redelijk goed functioneert in het maatschappelijk midden.

Ik stel me dat voor als een elastiek tussen een mens die bevestigd is en wordt als zijnde functionerend in het midden en een ander mens die iets op een andere manier wil leven. Hoe verder weg van het midden hoe strakker het elastiek. En als je dit beeld groter maakt met vele mensen uit het midden en een aantal uit de periferie dan ontstaat er een dynamisch beeld dat duidelijk maakt waarom het maatschappelijk midden zo sterk is.

Het is een sterk mechanisme dat zo zijn waarde heeft. Mensen moeten met elkaar leven en dat graag met enige zekerheden. Anders moet je als mens “Het maatschappelijke midden” verder lezen

Zijn wij peuters?

Een andere kijk geeft nogal eens verrassende inzichten. Het schoot me weer te binnen dat je groepen mensen kunt bekijken als ware het één persoon. En dat is natuurlijk prima geschikt voor een column.

Als ik kijk naar de Nederlander als één persoon, dan zie ik een iemand die tegen de pensioenleeftijd aanloopt. Zo rond de 65 jaar, denkend aan wat hij gaat doen na zijn werkzame leven. Veranderingen liggen hem niet meer zo, hij wil rust en op een plezierige wijze zijn leven uitleven.

De groep vrouwen zie ik als een persoon in de leeftijd van 16 tot 20 jaar. Volwassen worden is niet sexy en jeugdig en daardoor blijft die groep dwalen in de jong-volwassen leeftijd. De emancipatie ten spijt. En gelet op de ‘Nederlander’-persoon, duidelijk een man, is er ook weinig plek voor een volwassen ‘vrouw’-persoon. Of de vrouwen volwassen willen of moeten worden is aan hun. De vraag is of zij de tol willen betalen.

Een andere groep zijn de homoseksuelen. Zij zijn opgegroeid tot “Zijn wij peuters?” verder lezen

Intelligent, slim en dom.

Wat me vaak opvalt in het taalgebruik is het door elkaar gebruiken van intelligent, dom en slim alsof dat allemaal inwisselbaar is. Nu kan dat zo zijn voor veel mensen maar voor mensen met een uitzonderlijke intelligentie, hoog- en laag-begaafden, levert dat wel eens wat problemen op. Daarom wil ik in deze column de betekenis en gebruik ter discussie stellen van deze begrippen. Tenslotte worden veel hoogbegaafden voor dom uitgemaakt met als connotatie dat ze daarmee ook niet-intelligent zouden zijn.

De basis is dat je intelligent bent. Of niet of een beetje maar je bent! Slim en dom doe je, dat is afhankelijk van een actie. Als je vaak acties doet die dom gevonden worden, kun je betiteld worden als zijnde dom. Dat heeft niets te maken met de hoogte van je intelligentie, alleen maar met je daden en (re)acties. Een dom iemand kan dus door kennis minder dom, ofwel slim worden. Want voor slim geldt hetzelfde. Je doet slim en als je dat vaak doet kan men zeggen dat je slim bent. Ook dan is er geen correlatie met je intelligentie. En een slim persoon kan ook dom doen..:) Dus als iemand je dom of slim vindt, weet dan dat ze het over je daden of (re)actie hebben en niet over je zijn, je persoonlijkheid.

Intelligentie meet je met een IQ-test en als je die test optimaal maakt dan komt er voor jou altijd hetzelfde getal uit want je intelligentie is een vaststaand gegeven. Ik ken iemand die een ernstige hersenbeschadiging “Intelligent, slim en dom.” verder lezen

Ik ben mij

Ik ben niet zoals hij of zij me ziet, zelfs mijn eigen spiegel begrijpt mij niet. Want luister je naar je spiegel dan krijg je verdriet.
Ik ben niet mijn lichaam, ik ben mijn aanwezigheid, mijn bestaan.
Ik ben niet hoe ik praat tegen anderen, want dan kan je je eigen mening veranderen. Ik ben hoe ik praat tegen mij, niet de mening van hij of zij. Ik ben mij, mij, MIJ!!

Douwe

een mooi gezicht

Vroeg in de morgen sta ik op; doe mijn masker op; kostuum aan om dan naar de voorstelling te gaan.

Daar heeft één man de leiding, voor de rest doet ieder zijn eigen ding. Alles ging goed, ik speelde zoals het moest. Maar bij een stuk ging het verkeerd ik vergat alles wat ik had geleerd. Ik gooide mijn masker af, scheurde mijn kostuum in stukken en gooide het over de leider heen.

Dit was het stuk over rechtvaardigheid waar ik had moeten meespelen, maar ik was mijn script kwijt. Eindelijk was het vuur der onrechten in mij gedoofd, maar de reacties waren niet zoals in mijn hoofd. En reacties waren er genoeg, de hele zaal zat vol en ik besefte wat ik maar was; een bijrol.

Tegenwoordig sta ik niet op het podium, maar zit ik in het publiek. Van het stuk onrechtvaardigheid wordt ik nog steeds ziek. Maar ik zeg er niets
van, bang dat degene naast mijn zich eraan stoort. Ik doe weer wat ik geleerd heb, hoe het hoort.

Ik ben bang! Bang voor de reacties van anderen. Want het is niet dat mijn mening die van hun zal veranderen.

Nu schrijf ik dit gedicht niet met een masker maar met een mooi gezicht.

Douwe

Onderwijs, vorming en hoogbegaafden

Zo in de zomertijd, een tijd van lummelen en retrospectie zit ik wat te mijmeren over het onderwijs aan hoogbegaafden. Waarom het gaat zoals het gaat en hoe we dat kunnen verbeteren. Voor een holist als ik is het natuurlijk wel lastig om het gebrek aan respect, de desinteresse en het soms bewust uitsluiten van hoogbegaafden door de samenleving links te laten liggen in mijn overdenkingen. Als… dan wordt het al heel wat beter, zijn de makkelijkste redenaties. Maar ik zie ook binnen de doelgroep eenzelfde soort sentiment dus wie is vrij van zonden?

Zoals u wellicht weet ben ik al tijden bezig voor de doelgroep hoogbegaafden. Jong en oud, geslaagd in het leven of overlevend, ik vind het allemaal interessant en wil het graag verbeteren waar nodig. In deze luie maanden focus ik me op het onderwijs. Waarom gaat het zoals het gaat en wat kan daarvan de reden zijn. Er is aandacht voor hoogbegaafden in het onderwijs. Ze moeten hun hersens kraken kunnen, ze moeten lekker bezig gehouden worden en dan zijn ze wel tevreden. Alsof je zwemmen wel leuk vindt en daarom nooit meer het zwembad uit mag. En zo zijn er wel meer zaken waarbij ik mijn wenkbrauwen optrek van verbazing over wie ik ben.

Maar ik ben een denker en wil het proberen te doorgronden. Een tijdje “Onderwijs, vorming en hoogbegaafden” verder lezen

Oproep Vlaamse scholen voor hoogbegaafden

Hierbij wil ik een oproep doen om in Vlaanderen scholen te stichten voor hoogbegaafden naar het voorbeeld van de Boxschool.

Vlaanderen loopt ver achter op het gebied van passend onderwijs aan hoogbegaafden. Deze groep is nauwelijks in beeld bij het onderwijs, beleidsmakers en overheid. En dat moet beter omdat deze doelgroep het verdient om wat aandacht te krijgen. Ook zij redden zichzelf niet, evenmin als alle andere mensen.

Er zijn een aantal goede redenen om dit traject in te gaan. Onderwijs is werk voor de lange termijn en als Vlaanderen deze handschoen oppakt zal het op termijn een effect zien in verschillende cijfers. Misdaadcijfers, zelfmoordcijfers, het aantal mensen die psychologische of psychiatrische hulp nodig hebben en bijvoorbeeld het aantal mensen met een invaliditeitsuitkering. Dit project zal dus naast verminderde persoonlijke problemen ook veel geld uitsparen. Daarnaast zal er een positieve impuls “Oproep Vlaamse scholen voor hoogbegaafden” verder lezen

Blanco pagina

Odile Schmidt – Nouhan

Iedere maand zit ik ervoor, de blanco pagina. Dat is iets dat wellicht hoort bij het schrijven van een column. Ik heb het op mij genomen om iedere maand een pennenvrucht te verzenden, maar even danst het lege virtuele vel voor mijn ogen en is er een moment dat er niets staat, niet op het scherm, maar ook niet op mijn innerlijk scherm. Het is ook een metafoor voor jezelf laten zien, al dan niet als hoogbegaafde. Eerst was er niets en als het er dan is, wat ga je laten zien van jezelf? Of dit nu een tekst is of een kunstwerk, een boek of een gesprek; het begint met een lege ruimte die je vullen mag. Je mag soms zelfs de vorm bepalen en soms de regels en daarmee kun je spelen. Soms wordt gevraagd een woord te schrijven in een kaart of in een gastenboek. Het valt mij op hoe bijdragen hierin erg op elkaar lijken als ik zo’n boek doorblader. Blijkbaar is het dan ook niet vanzelfsprekend een makkelijke opgave om iets uit jezelf te schrijven. Dit is een creatief proces, en creatieve processen kunnen bedreigd worden. Ze kunnen vooral worden bemoeilijkt door angst (bijvoorbeeld faalangst of succesangst). Bij faalangst krijg je bij voorbaat angst dat het schrijven gaat mislukken. Je klapt dicht, weet geen woord meer te verzinnen. Bij “Blanco pagina” verder lezen

Ingekeerde bloemknoppen

Odile Schmidt – Nouhan

Bloemknoppen in mijn appelboom verbergen bloemen opdat ze zich veilig kunnen ontwikkelen. In de winter verlaten de dorpelingen hun kale wintertuinen en verblijven veel binnen in hun huizen. Er wordt gelezen en meer geslapen. Ze keren in de winter in zichzelf. Kinderen op school en wij als volwassenen in onze omgeving als we figuurlijk winter om ons heen voelen, kunnen ons terugtrekken uit de omgeving en in onszelf keren, en het kan lijken of we ons niet zichtbaar meer ontwikkelen. Dit geeft een perspectief op begrippen zoals introversie, terugtrekgedrag, vermijding. Ik ga niet tegenspreken dat introversie aangeboren is, maar wel belichten dat terugtrekgedrag een natuurlijke adaptatie is op een natuurlijk voorkomende situatie, zoals winter een natuurlijk voorkomend seizoen is en bloemknoppen een natuurlijke adaptatie. Het komt voor dat mensen in zichzelf keren als reactie op de omgeving die lijkt op een winter, met figuurlijk bar weer. Zou de ontwikkeling dan rustig verder gaan, maar dan aan het oog onttrokken in de hersenkronkels? Zou het leiden tot innerlijke vruchten?
Ik lees een boek over emotionele problemen op scholen en het verhaal van “Ingekeerde bloemknoppen” verder lezen

Hoogbegaafd Perspectief?

Odile Schmidt – Nouhan

Wie wil leren schrijven kan niet om het perspectief, waar vanuit je het verhaal schrijft. Dit kan bijvoorbeeld zijn het oogpunt van de hoofdrolspeelster of van de verteller. De hoofdrolspeelster ziet zichzelf niet van buiten af, ze zit midden in het verhaal en weet niet wat de andere personages gedaan hebben of dachten. De verteller weet vaak veel meer, hij heeft overzicht over het verhaal. Hij weet al bijna wat er gaat gebeuren. Maar hoe het van binnenuit voelt is hem niet zo duidelijk. Welk verhaal je vertellen wilt is afhankelijk van het perspectief. Het perspectief speelt ook een rol in je eigen leven. Kijk je naar jezelf vanuit je ego of kun je naast je ego staan en naar jezelf kijken als was je een buitenstaander. Een beschouwer die van binnenuit meekijkt maar voldoende afstand heeft om zo te kijken alsof hij van buitenaf kijkt kan proberen om objectief naar binnen te kijken, terwijl hij wel dingen ziet aankomen. Hiermee zou introspectie mogelijk zijn.

Op deze manier zou je bewust naar jezelf kunnen kijken en vallen je “Hoogbegaafd Perspectief?” verder lezen

Een ander gezichtspunt over hoogbegaafdheid

Odile Schmidt – Nouhan

Kun je hoogbegaafd zijn en gehandicapt? Een begeleider van het onderzoeksgroepje waar ik deel van uitmaakte leek wel te denken van niet. Hij nam mij in ieder geval niet meer serieus als deelnemer van het te trainen onderzoeksgroepje, leek het wel, op het moment dat ik uitsprak dat ik problemen met mijn ogen had. Om de volgende dag met uitgebreid onverbloemde verbazing uit te spreken dat ik het werk waar hij om vroeg al zo snel had ingeleverd. Alsof hij dat nooit van mij had verwacht, en dan was het ook nog inhoudelijk goed geschreven. Slecht zien betekende voor hem zeker matig werk?
Het voorval zette mij aan het denken over handicaps. Blijkbaar leeft er op universitair niveau het idee dat je met een handicap plotseling ook minder intelligent werk aflevert. En wordt er van je verwacht dat je op een lager denkniveau werken gaat. Ik kwam al tegen dat er bij veel instellingen voor gehandicapten geen VWO route is. Maar dat is raar? Dat je het tempo niet haalt betekent niet dat je minder diep wilt nadenken. Het zegt misschien iets over je productie, maar niet over begrip, inhoud, intellectuele behoefte. Wat als je tergend traag essays wilt lezen over theoretische wiskunde?
“Een ander gezichtspunt over hoogbegaafdheid” verder lezen

Van expressie tot gedragsverandering

Odile Schmidt – Nouhan

Mijn verhaal? Geboren in Frankrijk, dacht ik langere tijd dat ik wel gewoon bovengemiddeld intelligent was. Dit werd ook bevestigd door een capaciteiten-test in het Nederlands, dacht ik. Het begrip hoogbegaafd kende ik zelfs niet. Bij een genie kwam het niet eens in mij op dat die weleens jong was geweest. Ik dacht er niet over na. Door mijn kinderen kwam ik met de term ‘hoogbegaafd-heid’ in aanraking. Op een IQ test in het Engels scoorde ik hoger dan de grens van 130 waar ik in het Nederlands net onder viel. Hoogbegaafdheid, omdat het mij zou kunnen betreffen, schatte ik in als iets heel gewoons. Toch? Want ik zie overal fouten, vooral bij mijzelf.

Mijn denken over ‘HB’ verfijnde zich – bijvoorbeeld naar hoe ik in het Engels beter rekende, wat mijn capaciteitentest wellicht hoger zou hebben doen uitvallen. Ik ging mij realiseren dat intelligentie meten afhankelijk is van zaken zoals in hoeverre je een taal meester bent. Meertaligheid levert een lagere score op, mogelijk. Nederlands was dan ook mijn derde taal. In een artikel las ik over ‘testbias’, hoe een toets voor een bepaalde groep “Van expressie tot gedragsverandering” verder lezen