Blanco pagina

Odile Schmidt – Nouhan

Iedere maand zit ik ervoor, de blanco pagina. Dat is iets dat wellicht hoort bij het schrijven van een column. Ik heb het op mij genomen om iedere maand een pennenvrucht te verzenden, maar even danst het lege virtuele vel voor mijn ogen en is er een moment dat er niets staat, niet op het scherm, maar ook niet op mijn innerlijk scherm. Het is ook een metafoor voor jezelf laten zien, al dan niet als hoogbegaafde. Eerst was er niets en als het er dan is, wat ga je laten zien van jezelf? Of dit nu een tekst is of een kunstwerk, een boek of een gesprek; het begint met een lege ruimte die je vullen mag. Je mag soms zelfs de vorm bepalen en soms de regels en daarmee kun je spelen. Soms wordt gevraagd een woord te schrijven in een kaart of in een gastenboek. Het valt mij op hoe bijdragen hierin erg op elkaar lijken als ik zo’n boek doorblader. Blijkbaar is het dan ook niet vanzelfsprekend een makkelijke opgave om iets uit jezelf te schrijven. Dit is een creatief proces, en creatieve processen kunnen bedreigd worden. Ze kunnen vooral worden bemoeilijkt door angst (bijvoorbeeld faalangst of succesangst). Bij faalangst krijg je bij voorbaat angst dat het schrijven gaat mislukken. Je klapt dicht, weet geen woord meer te verzinnen. Bij succesangst kan dit laatste ook gebeuren, maar dan ben je bang dat je het goed doet en dat je bijvoorbeeld op een podium lof zou ontvangen. Dit idee vind ik persoonlijk erg eng… En zie: de kans om succes te hebben is erg makkelijk klein te krijgen. Er zijn namelijk weinig talentenjachten zodat ik niet eens de moeite hoef te doen ze te ontwijken. Ter genezing doe ik soms mee aan een gedichtenwedstrijd en de -zij het kleine- kans om te winnen is genoeg om mijn angst op een dragelijke manier te overwinnen. Je leest niet veel over succesangst. Blijkbaar is deze angst niet zo’n veel voorkomend of problematisch onderwerp, hoewel ik denk dat ze juist bij hoogbegaafden goed zou kunnen wortelen. Ik zie dan iemand een gedicht in elkaar puzzelen en vervolgens weggooien want het was niks. Of in het geval van een portret op het laatste moment een kras erdoor!
Een creatieve uiting is jezelf laten zien van mogelijk je beste kant. Niet de blanco pagina verscheuren, maar de moed torsen om wankele stappen te doen in onbekende regionen. Je arm uit te strekken zonder garantie over de uitkomst. Het onderdeel lef is gelukkig iets dat je wel oefenen kunt. Bestaat faalmoed of succeslef? Meedoen aan een gedichtenwedstrijd en je best doen, ook als het in je gedachten niet is wat je goedkeuring vermag. Nog beter dan je best doen, en dan nog eens verbeteren. Je stuurt het op. Vooral als het wel goed genoeg is. Wat is jouw blanco pagina? Een te schrijven rapport? Een spreadsheet? Een uitvinding? Ik denk dat ik weer op zoek ga naar een wedstrijd… Of ik ga op zoek naar een oefening in moed.

Ingekeerde bloemknoppen

Odile Schmidt – Nouhan

Bloemknoppen in mijn appelboom verbergen bloemen opdat ze zich veilig kunnen ontwikkelen. In de winter verlaten de dorpelingen hun kale wintertuinen en verblijven veel binnen in hun huizen. Er wordt gelezen en meer geslapen. Ze keren in de winter in zichzelf. Kinderen op school en wij als volwassenen in onze omgeving als we figuurlijk winter om ons heen voelen, kunnen ons terugtrekken uit de omgeving en in onszelf keren, en het kan lijken of we ons niet zichtbaar meer ontwikkelen. Dit geeft een perspectief op begrippen zoals introversie, terugtrekgedrag, vermijding. Ik ga niet tegenspreken dat introversie aangeboren is, maar wel belichten dat terugtrekgedrag een natuurlijke adaptatie is op een natuurlijk voorkomende situatie, zoals winter een natuurlijk voorkomend seizoen is en bloemknoppen een natuurlijke adaptatie. Het komt voor dat mensen in zichzelf keren als reactie op de omgeving die lijkt op een winter, met figuurlijk bar weer. Zou de ontwikkeling dan rustig verder gaan, maar dan aan het oog onttrokken in de hersenkronkels? Zou het leiden tot innerlijke vruchten?
Ik lees een boek over emotionele problemen op scholen en het verhaal van een wijs jongetje met aanpassingsproblemen op school wordt uit de doeken gedaan. Het valt mij op dat het aspect van begaafdheid niet in de analyse voorkomt, terwijl in andere literatuur dit als belangrijkste verklaring voor terugtrekgedrag wordt gegeven. Maar dit terzijde, er wordt niet moraliserend en wel actief accepterend gereageerd op het kind waardoor er lucht ontstaat. Het kind voelt zich door de actieve acceptatie opgelucht en trekt zich minder terug.
Dan komt de lente, de temperatuur stijgt en bloemknoppen springen open en bloesems worden overal zichtbaar. Mensen gaan meer buiten leven, werken in de tuin, wandelen, buiten aan projecten werken. In de klas ontstaat door actieve acceptatie ruimte om anders te zijn en jezelf te laten zien; een lente kan ontstaan als materialen, sfeer, maar vooral de houding van de belangrijke onderwijzer allemaal ruimte geven om handen en voeten te geven aan ontwikkelen. Welke sfeer ik zelf nodig heb om mij ook zichtbaar te durven ontwikkelen?
Wat maakt de omgeving tot een (figuurlijke) lente? Niet een te groot aantal mensen om mij heen, peers – mensen die mij kunnen begrijpen -, op mij toegesneden taken, keuzemogelijkheden, materialen waarbij het creatief denken wordt aangesproken, een onderwijzer of collega die meewerkt aan lente.
Dan blijft het nog spannend zolang de nachtvorst kan toeslaan. Het blijft een tijdlang nodig te zorgen dat de (school-)omgeving gunstig blijft voor de ontwikkeling. Ontwikkeling is een proces en duurt langere tijd. Dit betekent dat het langere tijd achtereen gunstige omstandigheden nodig heeft.
De lente is een vrolijke tijd. De bloesems bloeien en worden druk door bijen bezocht. Gelukkig laat de nachtvorst zich niet zien. Nu is het wachten op de oogst.

Hoogbegaafd Perspectief?

Odile Schmidt – Nouhan

Wie wil leren schrijven kan niet om het perspectief, waar vanuit je het verhaal schrijft. Dit kan bijvoorbeeld zijn het oogpunt van de hoofdrolspeelster of van de verteller. De hoofdrolspeelster ziet zichzelf niet van buiten af, ze zit midden in het verhaal en weet niet wat de andere personages gedaan hebben of dachten. De verteller weet vaak veel meer, hij heeft overzicht over het verhaal. Hij weet al bijna wat er gaat gebeuren. Maar hoe het van binnenuit voelt is hem niet zo duidelijk. Welk verhaal je vertellen wilt is afhankelijk van het perspectief. Het perspectief speelt ook een rol in je eigen leven. Kijk je naar jezelf vanuit je ego of kun je naast je ego staan en naar jezelf kijken als was je een buitenstaander. Een beschouwer die van binnenuit meekijkt maar voldoende afstand heeft om zo te kijken alsof hij van buitenaf kijkt kan proberen om objectief naar binnen te kijken, terwijl hij wel dingen ziet aankomen. Hiermee zou introspectie mogelijk zijn.

Op deze manier zou je bewust naar jezelf kunnen kijken en vallen je misschien andere dingen op die je niet ziet als je er midden in ziet en speelbal bent van je emoties en gedachten die opkomen. Zo kun je ook naar je eigen identiteit kijken, bijvoorbeeld naar het aspect hoogbegaafdheid. Misschien valt je dan pas op dat je de neiging hebt om uit te wijden over een onderwerp, of dat je moeite hebt met geduld opbrengen voor een ander of dat je juist teveel afwacht wat de ander zal zeggen. Opeens lijkt je leven heel anders.

Het kan ook zo zijn dat je al zo naar jezelf kijkt en bij alles vraagtekens zet en jezelf verlamt omdat je al bij voorbaat ziet wat mogelijke negatieve consequenties zijn van je opmerkingen die je zou kunnen maken of dingen die je zou kunnen doen. Dit overkwam mij regelmatig als kind.

Is er een typisch hoogbegaafd perspectief? Dit zou zijn dat je in tegenstelling tot introspectie kijkt naar de buitenwereld vanuit jouw hoogbegaafde deel.

Er zijn veel verschillen tussen verschillende hoogbegaafden omdat er veel ontwikkelingsgebieden zijn waar de intelligentie zich kan ontwikkelen. De interesses en denktalenten beperken zich niet tot de schoolse vakken. Van Einstein is bekend dat hij het op school niet zo goed deed. Valt er dan toch iets algemeens te zeggen over een hoogbegaafd perspectief? Het lijkt mij zo dat waar het perspectief bij een ‘gewoon’ begaafd mens stapsgewijs verplaatst zou kunnen worden, dit bij een hoogbegaafde bij wijze van spreken zoals bij een dans kan. Er komt muziek bij, ritme, omgevingsfactoren, verhaal. De stappen kunnen variabel, sneller, trager, sprongsgewijs, vooruit, achteruit. De hoogbegaafde kan putten uit een rijke innerlijke wereld en dit geeft een groot aantal mogelijke perspectieven op de werkelijkheid. En zie, creativiteit op een andere manier belicht.

Een ander gezichtspunt over hoogbegaafdheid

Odile Schmidt – Nouhan

Kun je hoogbegaafd zijn en gehandicapt? Een begeleider van het onderzoeksgroepje waar ik deel van uitmaakte leek wel te denken van niet. Hij nam mij in ieder geval niet meer serieus als deelnemer van het te trainen onderzoeksgroepje, leek het wel, op het moment dat ik uitsprak dat ik problemen met mijn ogen had. Om de volgende dag met uitgebreid onverbloemde verbazing uit te spreken dat ik het werk waar hij om vroeg al zo snel had ingeleverd. Alsof hij dat nooit van mij had verwacht, en dan was het ook nog inhoudelijk goed geschreven. Slecht zien betekende voor hem zeker matig werk?
Het voorval zette mij aan het denken over handicaps. Blijkbaar leeft er op universitair niveau het idee dat je met een handicap plotseling ook minder intelligent werk aflevert. En wordt er van je verwacht dat je op een lager denkniveau werken gaat. Ik kwam al tegen dat er bij veel instellingen voor gehandicapten geen VWO route is. Maar dat is raar? Dat je het tempo niet haalt betekent niet dat je minder diep wilt nadenken. Het zegt misschien iets over je productie, maar niet over begrip, inhoud, intellectuele behoefte. Wat als je tergend traag essays wilt lezen over theoretische wiskunde?
Dit komen intelligente dyslecten tegen: ze moeten op een laag technisch niveau oefenen, terwijl de intelligentie verder wil. Vandaar dat de kans er is dat ze helemaal uit het onderwijs stappen en het leerproces dubbel gefrustreerd de rug toekeren. Dit gebeurt. Helaas is onderwijs nog lang niet passend, de discussie over wat daarvoor nodig is is nog maar net begonnen, laat staan dat er adequate leerlijnen zijn voor de vele doelgroepen met een of meer handicaps. Ik bewonder de docent(e) die zich inspant om creatief een mondeling af te nemen om zo de kansen van een gehandicapte op het voltooien van zijn opleiding aanzienlijk te vergroten.
De gehandicapte hoogbegaafde krijgt geen onderwijs, maar ‘moet meedoen’ met iets dat niet passend is, van geen kanten. Het bevredigt niet de intellectuele behoefte, het is te zwaar wat betreft tempo of nog meer lengte van de inspanning en laten we het over de vorm al helemaal niet hebben. Bovendien, waar studenten aan de boekenbalie van de faculteit samenvattingen kunnen kopen, is deze er nog niet in gesproken vorm. Dat moet de gehandicapte er zelf nog even bij regelen. Toch zie je dyslecten en blinden op universiteiten. Ben ik even verbaasd als mijn begeleider?
Welke les zit hierin voor de hoogbegaafde zonder handicap?
Dat er ondanks alle goede wil en inspanning een discrepantie kan zijn tussen wat passend wordt geacht en wat werkelijk past bij het intellect. En dat energie niet hetzelfde is als intelligentie, noch dat tempo niet altijd iets zegt over de intelligentie. Wat gepresteerd wordt is blijkbaar beperkt, niet de geest, die kan zich binnen de hersenkronkels vrij bewegen en beperkingen van tijd en ruimte zijn er vooral in de fysieke werkelijkheid.
De dyslect had nog meer behoefte aan compacten om niet af te haken. En daarnaast las hij een boek over de geschiedenis van de wiskunde, waar leeftijdgenoten nog lang niet aan toe zijn. Daar leefde hij van op, want het gaf zijn geest de vleugels die hij nodig had om er simpel bij te blijven.

Van expressie tot gedragsverandering

Odile Schmidt – Nouhan

Mijn verhaal? Geboren in Frankrijk, dacht ik langere tijd dat ik wel gewoon bovengemiddeld intelligent was. Dit werd ook bevestigd door een capaciteiten-test in het Nederlands, dacht ik. Het begrip hoogbegaafd kende ik zelfs niet. Bij een genie kwam het niet eens in mij op dat die weleens jong was geweest. Ik dacht er niet over na. Door mijn kinderen kwam ik met de term ‘hoogbegaafd-heid’ in aanraking. Op een IQ test in het Engels scoorde ik hoger dan de grens van 130 waar ik in het Nederlands net onder viel. Hoogbegaafdheid, omdat het mij zou kunnen betreffen, schatte ik in als iets heel gewoons. Toch? Want ik zie overal fouten, vooral bij mijzelf.

Mijn denken over ‘HB’ verfijnde zich – bijvoorbeeld naar hoe ik in het Engels beter rekende, wat mijn capaciteitentest wellicht hoger zou hebben doen uitvallen. Ik ging mij realiseren dat intelligentie meten afhankelijk is van zaken zoals in hoeverre je een taal meester bent. Meertaligheid levert een lagere score op, mogelijk. Nederlands was dan ook mijn derde taal. In een artikel las ik over ‘testbias’, hoe een toets voor een bepaalde groep hoger of lager uitvalt door bijvoorbeeld achtergrond of geslacht.

Intelligentie meten is dan ook een Wetenschappelijk onderwerp waar vele Wetenschappers een leven lang aan kunnen werken en vele boeken en artikelen over schrijven.

Maar wat moet ik ermee? Waarom schrijf ik dit hier op? Voor wie?

Mijn verhaal is niet alleen mijn verhaal. Het is mogelijk mijn verhaal, of in ieder geval onderdelen, te delen met anderen, omdat we op elkaar lijken. We zijn allemaal mensen met overeenkomsten en verschillen.

Maar ook als we van elkaar verschillen, kunnen we elkaar inspireren en van elkaar leren. Misschien onszelf beter begrijpen, soms juist door eens een ander perspectief te horen. En soms door onze gedachten door een ander verteld te horen.

Hoogbegaafd zijn is slechts een klein deel van de mogelijke eigenschappen waar mensen door van elkaar verschillen. Maar het is voor een aantal mensen juist hetgeen wat ze met elkaar verbindt, waardoor mensen op elkaar lijken.

Het kan je goed doen te weten wie je bent en waarom je doet zoals je doet. Daarom doet het goed te lezen dat er iemand, anders dan jij, denkt, leest of praat zoals jij. Ook kan het delen over jezelf met anderen een manier zijn om een betekenisvolle relatie met een ander aan te gaan.

“Heb jij dat ook?” schept een band. Herkenning geeft opluchting, opent de weg voor echt begrip. Begrepen voelen verheft je, geeft vleugels, het valideert. Daarom vind ik het zo belangrijk mij in anderen te kunnen spiegelen en daar vanuit die kans aan een ander te bieden.

Waarom zou ik mijn verhaal op deze site achterlaten? Omdat ik niet alleen voor mijzelf leef en omdat ik leef voor mijzelf.

Duidelijk uitkomen voor wie ik ben in alle eerlijkheid en openheid kan mij iets opleveren op het gebied van persoonlijkheid. Het zorgt ervoor dat ik mijzelf erkenning geef en in het kielzog hiervan merk ik dat ik mij er ook naar kan gaan gedragen, met meer openheid en duidelijkheid. Misschien ga ik dan wel die studie doen, of dat boek schrijven. Weer groeien. Om gewoon mijzelf te worden, zowel innerlijk als in mijn gedrag. Intelligent, niet alleen van binnen.

Teveel keuze.

Anoniem

Nu zit ik hier in een totaal vreemde omgeving, ver weg van mijn familie. Ik wilde zo graag rechten studeren, net zo graag als ik een aquarium wilde, 2 woestijnratjes helemaal het einde vond en altijd al een kat wilde hebben. Nu zou je denken dat ik gelukkig ben, na alles te hebben wat ik zo vurig gewenst heb. Niets is minder waar! De woestijnratten worden al sinds week 2 verzorgt door mijn man, zo ook het aquarium. De kat die vraagt wel om aandacht, wat ik haar dan ook wel geef. Maar vraag me niet om de bak te verschonen, want dat is toch echt geen taak voor mij. Na enkele weken studie heb ik ook hier de brui aan gegeven en ben ik al weer op zoek naar een andere uitdaging. Steeds moeilijker wordt het om dit te vinden, niet omdat er zo weinig interessants is, integendeel! Omdat ik met de wetenschap leef dat ook de studie die er nu zo uitdagend uitziet, waarschijnlijk na een aantal maanden niet interessant meer is. En om nu mijn hele leven te hoppen haalt ook weinig uit. Dan weet je van alles een beetje, maar uiteindelijk weet je niets. Waarom kan ik dan met die gedachte in mijn hoofd niets afmaken? Je zou toch denken dat iemand bewust van haar valkuilen juist weet hoe deze het hoofd te bieden. In het echt valt dit vies tegen. Ik weet dat ik over voldoende intelligentie beschik en genoeg capaciteiten heb om een goede baan te ambiëren. Maar zonder papiertje gaat niemand mij aannemen. Dus werk ik maar tijdelijk in een callcenter, waar het bloed me onder de nagels wordt gehaald door de slechte organisatie, waarvan ik weet dat met een aantal aanpassingen veel verbetering in kan komen. “Ga daar dan iets mee doen”, proberen mijn vrienden en mijn ouders mij, tot grote ergernis, te vertellen. Tot grote ergernis, omdat ze onderhand ook niet meer weten wat ze mij moeten vertellen. Iedere week heb ik een ander idee, een andere uitdaging gevonden, die uiteraard ondersteund moet worden door de bijbehorende opleiding. Iedere week maak ik het oh zo een goed idee van de week ervoor teniet en heb ik weer een ander idee waar ik helemaal vol van ben en wat op dat moment het einde is. Zo vermoeiend voor de mensen om mij heen, vermoeiender nog voor mijzelf. Ik wil zo graag eens iets afmaken, zodat ik een papiertje heb en daarop verder kan borduren. Nu heb ik dus gekozen voor een vrij brede studie, in de hoop deze wel af te maken. En de hoop dat ik hier straks ook blijvend een uitdaging in ga vinden. Want als ik straks mijn opleiding af zou hebben, dan is ook het vinden van een interessante baan een lastig punt. In eerste instantie is alles leuk, uiteindelijk ben ik snel verveeld en opzoek naar iets anders. Of ik zal het moeten zoeken in de uitdagingen die ik ernaast kan doen. Zoals bijvoorbeeld het schrijven van een column. Iets wat ik al langere tijd wil doen, maar waar ik nooit aan toe gekomen ben. Zal dit dan de eerste zijn?

(reactie)
Van alles een beetje.
Van alles heel veel is te veel en kan ook niet een beetje.
Ook al ben je hoogbegaafd.
Het kan niet worden gebruikt als excuus voor desinteresse.
Gelijkend een angst voor tunnel visie, voorzien met het mooie
breedbandig spectrum waaraan je jezelf bevestigd durf je de diepte
niet in.
Een vrees dat je jezelf zult verliezen.
Zo de compositie van je werkelijkheid voorziet in zelfzekerheid maar
niet in continuiteit zit je vast als een pluisje op een klitteband.
En daaraan voorbij?
Laat je ja een JA! en je nee een NEE! zijn.
Hoofdzaken worden bijzaken met het karakter van continuïteit.
Breed en zwaar zo als je dragen kunt.
Daaraan voorbij wil je alleen rust, genieten, slapen en een hobby.
En nu is het bed tijd.
Weltrusten Tim

(reactie)
Erg herkenbaar, ik heb het afgelopen jaar een dagboek bijgehouden en daarin staan zeker 50 ideeën. De meeste slaan op mijn zoektocht naar een nieuwe uitdaging. Maar er staat van alles tussen. Ik heb jaren eerst als architect en daarna als stedenbouwkundige gewerkt, wel mijn studie afgemaakt, dus.
Maar nu toch weer uitgekeken op mijn vak, en op zoek naar iets nieuws. Sinds een paar maanden lid van Mensa. Misschien brengt dat mij op een nieuw spoor.
Tips heb ik dus niet. Misschien toch wel: dwing jezelf om af te maken waaraan je begint. Leuk of niet leuk, jammer dan. Afmaken en goed nadenken wat je daarna wilt doen. Sterkte!
Met vriendelijke groeten, Marilene

(reactie algemeen)
Vroeg of laat hebben we er allemaal mee te maken, met de gezondheidszorg. Dat het niet werkt, zoals het nu werkt, dat is bijna iedereen nu wel duidelijk.
En waarom niet? Zijn we in de specialisaties misschien te veel afgedwaald? Als ik naar de psychiatrie luister, dan lijkt me dat wel.
“Hoogbegaafdheid? Waarom zouden wij daar aandacht aan schenken, wij zijn er voor de ziektes, en daar hoort hoogbegaafdheid niet bij. Dus daar weten wij niets van. Als u wilt weten waarom gedrag door hoogbegaafdheid afwijkend is, dan moet u dat maar aan een psycholoog vragen.” Wij kunnen alleen maar het stempel “ziek” geven. En dat doen we dus. Dat is ongeveer wat je te horen krijgt, van de officiële instanties.
Anna

De golf

Willem Wind

Elk jaar tegen de Kerst en tegen de vakantie is het weer zover. Al sinds ik bezig ben met hoogbegaaafdheid, pak en beet 10 jaar zijn dit de periodes dat allerlei ouders hulp vragen voor meestal hun zoon en soms een dochter. Soms werkt de school mee, soms praat de school mee maar doet weinig tot niets, het eindresultaat is hopelijk een plek op een Leonardoafdeling, thuisonderwijs of een erg vervelende basisschooltijd. En dan maar hopen dat het kind nog energie genoeg heeft voor de rest van zijn of haar jeugd.
Elk jaar verwonder ik mij ook om twee zaken. Dat de school in kwestie meestal nooit eerder hoogbegaafde leerlingen heeft gehad, zeker niet zonder bijkomende kwalen als autisme, ADD, ADHD of een stevige persoonlijkheidsstoornis. En dat de school het wel moeilijk vindt om hier mee wat te doen want er zijn nog zoveel andere kinderen. Alsof dit kind dan wel geslachtofferd mag worden wegens incompetentie. Als je eerst een hoogbegaafd kind behandelt en begeleidt als een hoogbegaafd kind en als dat allemaal op orde is mag je pas voorzichtig eens kijken of er ook nog andere problemen zijn.
De ouders zijn vaak de tweede ‘verrassing’. Hoogbegaafdheid is erfelijk en dat weten ze vaak wel. Dus ook bij hen vaak een heftige reactie op dit nieuws. Maar ook zij gaan er mee om alsof hun kind de enige is, dat het anders zelden of nooit moeilijk gaat. Dat zij de uitzondering zijn. En dat elk halfjaar…

Mijn wens is dat deze halfjaarlijkse oprisping van mijn telefoon en mailbox eens een keer stopt. Daarvoor is nog veel nodig ondanks de nu bestaande kontakten en open verhalen zoals hier bij de ‘uit de kast verhalen’. Wat nodig is is een infrastructuur zodat het kind zich niet meer alleen voelt. Dat het zichzelf leert kennen en vervolgens weer kan gaan leven. En in ieder van ons zit nog wel een kind.

Simpel toch?

Willem Wind

Mijn zoontje had nogal eens problemen met het halen van wat boodschappen bij een winkel hier in de buurt. Ik snapte dat niet goed want hij roert zijn mondje goed, hij weet waar de winkel is en kent de mensen daar. Wat is nou het probleem, soms? Het is zo simpel…
En toen zag ik het opeens door zijn ogen. Hij ziet o.a. deze elementen:
* ik kom thuis met de boodschappen
* ik vergeet het geld of het lijstje en merk dat pas daar
* ik val van de fiets
* er is iets niet te vinden en wat moet ik dan meenemen?
* de winkeljuffrouw wil me niet helpen
* ik kom enge mensen tegen en weet niet wat ik dan moet doen
* ik ga alleen en zal nergens geen hulp of steun bij krijgen

Een korte opsomming, ik zag niet alles maar als voorbeeld is het genoeg zo. Als je dit lijstje bekijkt dan is het een kans van 1 op 7 dat het lukt met dat boodschappen doen. Dus een kleine kans en ook nog eng zodat het beter is om er onder uit te komen. Zoveel geluk kan ik niet hebben, tenslotte.
Deze gedachtengang is natuurlijk niet goed want de kans dat het lukt is 50%. Het lukt wel of het lukt niet. De manieren van ‘niet lukken’ mag je natuurlijk niet meetellen in het resultaat. Een gebrek aan kennis van statistiek kun je concluderen. Het is vergelijkbaar met het gevoel dat je hebt als je al tweemaal een 6 hebt gegooid met dobbelstenen. Bij de volgende worp heb je erg weinig kans om een 6 te gooien, zo denk je al makkelijk. Maar dat is absoluut niet waar, dobbelstenen hebben geen geheugen! Elke keer is die kans 1 op 6….

Wat ik hiervan opsteek is dat toe-te-passen kennis erg belangrijk is voor hoogbegaafde kinderen maar ook voor volwassen hoogbegaafden. Vooral hoogbegaafden kunnen zoveel details in een complexe setting zien dat ze zonder voldoende kennis er eigenlijk niet over zouden mogen nadenken. Maar ja, dat denken doen ze toch wel. Wat ik kan doen is laten zien, vertellen en voorleven hoe om te gaan met complexe situaties en daarin veel details. Ik kan zeggen dat hij 50% kans heeft dat het wel lukt en dat daarom de poging belangrijker is dan het resultaat. Dat resultaat, boodschappen in huis kunnen we ook overdoen, een weigering om boodschappen te doen is een doodlopend pad die er ook nog eens voor zorgt dat hij een volgende keer nog liever op dat doodlopende pad terecht wil komen. Deze kennis aandragen helpt erg goed, vooral als hij ook wat snoep mag kopen als beloning…:)

De piano

Willem Wind

De piano en ik hebben wat met elkaar. De piano staat geduldig in ons huis te wachten en ik speel in mijn hoofd regelmatig de boogie-woogie op dat ding.
En dat geeft te denken. Waarom kan ik het in mijn hoofd zo goed en is het in het echt dat we onverzoenlijke vijanden van elkaar zijn? Een aardige zienswijze is wellicht dat ik in mijn hoofd die zaken perfect kan waarvan ik in de realiteit al van mijn jeugd zeker weet dat ik dat dus net niet kan. Ergens denk ik dat dit een soort vervangende zingeving is aan mijn gevoel van frustratie. De piano frusteert mij niet maar geeft mij wel de mogelijk om dat gevoel te duiden.

Ik ben hoogbegaafd en denk dus na. En dit geeft reden om een stap verder te gaan. Waar komt van orgine dat gevoel van frustratie dan wel vandaan? Ik heb steeds meer het idee dat dat gevoel ontstaan is omdat ik vrijwel altijd moet filteren wat ik zeg, hoe ik mijn lichaam bestuur, hoe ik mij uit naar buiten toe. De ik in mijn hoofd kan ik niet zomaar loslaten in de maatschappij. En dat zal niet erg zijn als het verschil niet zo groot is. Mijn ik snapt veel zaken niet. Dat mensen zo moeilijk doen over ziek zijn en doodgaan of dat ze een ruzie uit de hand laten lopen. Dat mensen in staat zijn om iets geisoleerd te bekijken en daar ook nog eens vergaande conclusies aan durven te verbinden. Zeker als mij dat ook aangaat. Ik snap veel niet. Ik ben holist.

Ik leef lang genoeg om het te snappen. Ergens in de periferie van mijn brein snap ik alles echt wel. Dat is niet zo moeilijk. Maar het frustreert enorm als ik dit alleen al schrijf en dat is weer een teken aan de wand. Als je dit van jongsaf overkomt en frustreert dan wordt het een stevig aanhangsel van mijn persoon. De frustratie van het niet mogen zijn wie je bent.

De piano is een onschuldige vervanging. Die kun je het niet kwalijk nemen. De echte oorzaak is nauwelijks te veranderen want ik behoor tot een minderheid die niet gewaardeerd en daardoor genegeerd wordt. Als ik dat als oorzaak te lang voor mijn ogen heb, draai ik door. Maar soms, soms is het goed om even weer te weten waar de echte oorzaak ligt. Even de zaken scherp zetten om te zien of er nu een begin van een oplossing te vinden valt. Ik geloof in ‘t Peerhoes als begin voor velen. De frustratie zal bij mij blijven maar ook de piano. Wij kunnen opeens weer door één deur want we hebben elkaar nodig. Hij heeft een mooie, droge plek en wordt onderhouden en heel soms bespeelt door bezoekers en ik… ik speel de boogie-woogie wel in mijn hoofd en ben gelukkig.

reacties

Erkenning en herkenning

Volgens mij is het een vrij simpel proces, wat desalniettemin frustrerend kan zijn, zeker als je niet een hokjesgeest hebt.

Erkenning is volgens mij een basisbehoefte van ieder mens, of je nu hoogebegaafd bent of niet. Erkenning gaat vaak gepaard met herkenning, kijk maar naar deze site. Het herkennen van elkaar, het jezelf herkennen in elkaar, geeft een gevoel van erkenning, ik mag er zijn, ik ben niet alleen, er zijn er meer zoals ik! Daarmee vormt zicht een groep waarbij je prettig en veilig voelt, het steunt je eigenwaarde. Het kan je een stuk zekerheid geven, waar je je misschien altijd onzeker hebt gevoeld door het feit dat je afwijkt. Iedere groep heeft zo zijn eigen kenmerken, code’s en cultuur. Iedere groep heeft daardoor echter ook direct een afscheiding naar degenen die buiten die groep vallen, degenen waarbij je je niet (h)erkend voelt. De vraag is; als je hen niet herkent in jezelf, erken je hen dan wel of doen we uiteindelijk allemaal hetzelfde, afstoten en bekritiseren?
Veel mensen gaan zo op in de veiligheid die een groep biedt, dat iedereen die daarvan afwijkt eigenlijk gezien wordt als bedreigend, lastig en frustrerend. Afwijkende mensen roepen vaak gevoelens op van onzekerheid en de wortel daarvan is angst. Veel mensen hebben angst voor verandering. Iemand met andere gedachtes en gewoontes of een ander uiterlijk accepteren, gaat samen met het ter discussie moeten stellen van het als waarheid veronderstelde binnen de eigen groep. Het gaat samen met het ter discussie moeten stellen van je eigen waarheden en dat is voor velen doodeng, want daarmee komt de (h)erkenning binnen de eigen groep op losse schroeven te staan.

Ik denk dat in dit kader de behoefte aan (h)erkenning een frustratie wordt op het moment dat je daarbij tegen een grens opbotst van een andere groep mensen die vanuit eenzelfde behoefte aan (h)erkenning die grens hebben bepaald. Volgens mij kun je alleen de grens over als je bij de ander de angst weet weg te nemen en ik denk dat erkenning van de ander daarbij een eerste stap kan zijn.

Sjonge, ik kan het best aardig op een rijtje krijgen in mijn hoofd, nu nog uitvoeren. Wat vind jij Willem, zullen we met z’n allen niet om die piano heenlopen, maar er gewoon achter kruipen en beginnen? Frustratie kan immers een reden zijn tot harder werken en tot vorderingen. Soms moeten we les nemen, het is niet erg als niet alles vanzelf gaat en geen schande om niet overal goed in te zijn.

W’tje

Ik wil wat doen

Willem Wind, 2011.
Ik wil wat doen maar dat is lastig! Ik doe al veel maar effect heeft het nauwelijks. Doen is zo gerelateerd aan effectiviteit voor mij dat doen ansich niet voldoende is.
De laatste tijd moet ik steeds maar denken aan een voettocht door Nederland. Een voettocht om hoogbegaafdheid onder de aandacht te brengen want zeer velen kennen het woord en verwachten nooit zo iemand te zien. Bijvoorbeeld bij de geestelijke gezondheidszorg, bij de psychiaters, de psychologen, de jeugdhulpverlening, de kinderbescherming maar ook op veel scholen voor het bijzonder onderwijs, in de politiek, op de werkvloer. Men kent nauwelijks hoogbegaafden.
Er wordt veel gedaan, zo lijkt het maar een actie op het internet, via een forum oid is ook snel gedaan. Velen komen even kijken en doen soms ook even mee maar daarna is het weer duidelijk: er is een te grote kloof tussen mijn werkelijkheid en die waar ik even in rond heb gelopen. En dan taant de belangstelling weer en sterft een leuke actie een stille dood. Hoe is dit te doorbreken?
Ik zag voor een tweede keer de film Milk. Milk was een homoactivist die na jaren in de kast te hebben gezeten, de eerste democratisch gekozen openlijk levende homosexuele volksvertegenwoordiger werd in Amerika. In de loop van de film ging het over een krachtige tegenbeweging, geleid door een vrouw, die geen homosexuelen duldde in Amerika. Desnoods werden ze allemaal gedeporteerd. Deze vrouw kreeg veel aanhang en alle vooroordelen over homo’s werden breed uitgemeten maar Milk en zijn groepje gingen daar dapper tegenin. Wat het verschil maakte was een scene, toen alles leek tegen te zitten, dat Milk iedereen opriep om zichzelf als homo bekend te maken bij familie en vrienden. Iedere amerikaan moet een homo kennen en als wij het niet vertellen, wie dan?? Een jongen in een hangstoel merkte op dat zijn vader het nog niet wist. Milk pakte een telefoon en zei: het is niet anders, bel je vader en vertel het hem.
Steeds meer heb ik het idee dat dit ook een probleem is bij ons. Kent iedere nederlander wel een hoogbegaafde in zijn of haar omgeving? Weten onze ouders het? Weten onze vrienden het? Wie vertelt hun dat wij er zijn??
Ik wil wat doen. Ik ben volop bezig in mijn hoofd, op mijn computer, in mijn huis. Maar ik ga niet naar buiten… En daar is het leven waar ook ik niet in stap.
Hier in België hoor en zie je vaak mensen die op voettocht gaan naar een heilige RK plaats om daar te bidden. Tijdens die voettocht overdenken ze het en hun leven en komen ze terug bij hun bron.
Ik wil wat doen en ik ga een voettocht doen. Grote woorden voor iemand die niet van lopen houd. En als ik erover nadenk vergt het meer dan enkel mijn huis  uitstappen. Hier is veel voorbereiding voor nodig. En geld want lopen is tot daar aan toe, slapen in een tentje is voor mij een brug te ver. Ik denk dat ik eerst hier een pagina maak waarop ik de voorbereidingen kan maken. Eerst maar even nog het vertrouwde doen en bij leven kan ik dan in mei 2011 of 2012 mijn tocht maken. Loop jij ook mee een stukje in jouw buurt?
En zeg tegen iedereen die je kent: ik ben hoogbegaafd! Want als jij het niet doet, wie doet het dan wel?? Zie voettocht